zondag 15 juni 2014

Op zoek naar John

Het maken van een Lay-out voor mijn nieuwe blog kost me meer tijd en moeite dan ik had gedacht. Dus ga ik nog even verder met mijn blog “Allemaal woorden”.
Wat nu volgt is een inleiding tot mijn nieuwe blog “The Household of John B. Low Stoned”


Op zoek naar John.

Omdat wij ons zelf bij gebrek aan zelfkennis normaal vinden en anderen ons daarin meestal niet tegen spreken, is het vaak moeilijk om te begrijpen dat er mensen zijn die anders in het leven staan dan wij.
Desondanks weet bijna iedereen dat Onze Lieve Heer er naast het gewone volk ook een aantal vreemde kostgangers op na houdt.
In het op last van de rechter uit de handel gehaalde boek “Gevonden onder een steen” uit 1998 van de bekende polemist R.O. de Lap (pseudoniem van Theo de Twijfelaar) beschrijft deze een aantal van deze ‘paradijsvogels’.
Na een diepe crisis in zijn persoonlijk leven had Theo behoefte aan een frisse kijk op de dingen.
Hij besefte dat hoe je tegen alles aankijkt afhangt van het perspectief dat je kiest.
Omdat de zogenaamde normale mensen met wie hij te maken had hem niet konden helpen, bedacht hij dat hij misschien hulp zou kunnen krijgen van degenen die als afwijkend werden beschouwd.
Mensen die leefden aan de zelfkant van de samenleving.  Die door hun medemensen werden gemeden om hun levenswijze en de vaak bizarre ideeën die zij er op na hielden.
Tijdens zijn zoektocht ontdekte hij dat de meesten van hen gewoon in een gekkenhuis thuis hoorden, maar dat sommigen gelouterd door het leven tot waardevolle inzichten waren gekomen.
Zo besteedt hij in hoofdstuk 3 aandacht aan de tot Nederlander genaturaliseerde Engelsman John B. Low Stoned, die zich samen met zijn vrouw Lucy gevestigd had in het onbeduidende plaatsje Damwoude in Friesland.

Na het lezen van de bijzondere ontmoeting die de schrijver met John B. Low Stoned had was mijn nieuwsgierigheid gewekt . Omdat ik verder geen gegevens had en ook op internet niets kon vinden over John B. besloot ik op de bonnefooi naar het Friese gehucht af te reizen om hem te zien en te spreken. Als gepensioneerde had ik toch niet veel om handen en daarnaast alle tijd.
De eerste die ik sprak was een oude vrouw, die net een emmer met schoon water uit de waterput  naast de kerk omhoog getakeld had.
Zoals bekend is Damwoude het enige en laatste dorp in Nederland waar stromend water nog niet overal beschikbaar is. Ook de toiletten zijn vaak niet meer dan een gat in de grond, waarboven een soort van kist is getimmerd met een opening in het midden.
Met de zogenaamde Skyt Stange (poepstok) duwt men de grote boodschap naar beneden, waarna met een emmer water de troep wordt weggespoeld.
Maar dit terzijde. De vrouw vertelde me dat John drie jaar geleden was overleden, maar dat zijn echtgenote nog steeds in de oude boerderij  aan de Haerewei woonde.
Ik bedankte haar en al was ik teleurgesteld dat John niet meer leefde, misschien zou zijn vrouw mij meer over hem kunnen vertellen. Op de Haerewei herkende ik al snel de boerderij waarvan de vrouw een omschrijving gegeven had.  Dit was niet moeilijk, want in de fries boven de deur waren op kunstige wijze hennepblaadjes aangebracht.   
Na mijn bellen werd er open gedaan door een jonge aantrekkelijke vrouw met blozende wangen en grote borsten. Ik weet dat deze omschrijving niet ter zake doende is, maar het viel me gelijk op.
Ze bleek een dochter van John te zijn en stelde zich voor als Angel. Na mij te hebben voorgesteld en de reden van mijn komst te hebben verteld nodigde ze me uit om binnen op haar moeder te wachten, die naar de plaatselijke grutter was om boodschappen voor het weekend te halen. Over een klein half uurtje zou ze wel weer terug zijn. Ik bedankte Angel en volgde haar naar binnen.


Zo begint dus mijn kennismaking met een uitzonderlijk mens. Nee, niet met Angel, hoewel ik die later ook beter heb leren kennen. Ik bedoel natuurlijk John B. Low Stoned. Ik hoop daar een andere keer meer over te kunnen vertellen. 

zaterdag 14 juni 2014

Knuffelleeuw.

Het is al weer enkele jaren geleden dat ik begon met het bijhouden van een blog. Dit is inmiddels mijn vierde. Ik hoopte hierdoor de discipline te ontwikkelen voor mijn andere schrijfplannen. Die hoop heb ik nog steeds, de discipline helaas nog steeds niet.  
In mijn eerste blog nam ik vooral korte verhalen op met een ietwat duistere inslag. Toen me dat begon te vervelen ben ik er mee gestopt. Mijn tweede blog ging over wat mij bezig hield op dat moment. Mijn derde over coachen, al ben ik niet verder gekomen dan een opzet.
Mijn vierde zou over taal gaan, maar inmiddels zie ik het verschil niet meer met mijn tweede blog.
Gelukkig heb ik een vriend, bekend bij zijn vrienden en vriendinnen als TDVS, met een zeer creatieve geest en hij stelde mij voor, nadat ik een van mijn mailtjes aan hem ondertekend had met John Stoned, om een blog te beginnen met de naam “The Household of John B. Low Stoned”, alweer een Paardenlul productie.
Na enige weerstand heb ik besloten om zijn suggestie op te volgen. Binnenkort volgt dus mijn vijfde blog. Waarover ik ga schrijven zou ik nog niet weten, maar de titel die hij had bedacht vond ik wel mooi.
Vandaag daarom de laatste aflevering van “Allemaal Woorden”. Tenslotte moet uiteindelijk alle oude troep ruimte maken voor nieuwe.


Knuffelleeuw.

Nu alle kinderen de deur uit waren moesten ze het voortaan met hun tweeën zien te rooien.
Zo gemakkelijk was dat niet. De laatste tijd hadden ze bijna dagelijks ruzie. Hans zei dat dit kwam omdat ze in de overgang zat en Marja verweet hem dat hij met zijn werk was getrouwd in plaats van met haar.
Na de woordenwisseling vanmorgen had hij zich terug getrokken in zijn studeerkamer en daarom belde zij een vriendin en vroeg haar of zij zin had om samen met haar in het winkelcentrum een kopje koffie te gaan drinken.
Els zat al op het met oranje vlaggetjes versierde terras toen Marja er aan kwam. Na een korte knuffel vroeg zij haar zonder omhaal hoe het tussen haar en Hans ging. Niet uit echte belangstelling natuurlijk, maar uit nieuwsgierigheid.
Marja, die wist hoe Els kon roddelen, loog dat alles goed ging en dat Hans nu bezig was met het project “De vergeten leerling”.  Gekscherend had hij haar gezegd dat dit project zo’n beslag legde op het team dat er weinig tijd overbleef voor het geven van lessen.
Als hij zo hard bleef werken zou hij vast afdelingshoofd worden of het aan zijn hart krijgen. In zijn geval waarschijnlijk beide, dacht ze.
Nadat de serveerster de koffie en het appelgebak gebracht had zetten zij hun gesprek over koetjes en kalfjes voort, terwijl Els voorzichtig naar een gelegenheid zocht om Marja uit haar tent te lokken.
Door de rode wangetjes van Marja en de lichte paniek in haar stem besefte zij immers dat het helemaal niet zo goed ging tussen haar en Hans.
Een luid gejuich en handgeklap trok hun aandacht. Niet ver van hen vandaag stond op een kleine verhoging een forse oranje leeuw, die met zijn zwaaiende armen en samengevouwen handen liet merken dat hij reuze in zijn nopjes was. Gisteren had Nederland bij het wereldkampioenschap voetbal immers in een geweldige wedstrijd tegen Spanje dit land met vijf tegen één vernederd. Als dat geen reden voor een feestje was.
Enkele gezette dames sloegen hun mollige armen om de leeuw heen en lieten zich met hem op de foto zetten. Na afloop gaf hij hen schalks een tikje op de bibs, waarna ze kirrend ruimte maakten voor een ander.
Marja stond op en zei tegen Els dat zij ook op de foto wilde met de leeuw. Dat leek haar zo leuk.
Ze rekenden af en sloten zich aan bij de rest van de groep oudere meisjes. Het leek er op dat ieder van hen wel zin had om met de grote leeuw op de foto te gaan.
Toen Marja aan de beurt was en zij haar arm om de middel van de leeuw geslagen had trok deze haar opeens tegen zich aan. Met zijn ene arm tussen hen beide in wreef hij, zonder dat iemand het kon zien, stevig over haar borsten en fluisterde met hese stem in haar oor “Wat ben je toch een lekker ding. Dit zouden we vaker moeten doen.” Het gebeurde allemaal zo snel en onverwachts dat het pas tot haar doordrong wat er was gebeurd toen Els enkele foto’s  van hen beiden had gemaakt.
Een man die ook op de foto wilde met de leeuw schoof haar lachend opzij. De groep vrouwen applaudisseerde opnieuw. Als verdoofd liet Marja zich door Els uit de menigte wegvoeren.
Toen het wat rustiger om hen heen was liet Els haar enthousiast de drie foto’s zien die gemaakt had. “Zulke grote leeuwen hebben meestal maar een klein pikkie”, zei ze lachend.
Marja glimlachte flauwtjes en bedankte Els voor het maken van de foto’s. “Ik ga naar huis. Hans heeft gevraagd of ik zijn overhemden wil strijken. Zo’n stapel.”, loog ze. Ze namen hartelijk afscheid van elkaar met de gebruikelijke knuffels.

Twee uur later, toen ze in de tuin bezig was om de planten te verzorgen, hoorde Marja de buurvrouw roepen. “Ik hoorde dat je naar het winkelcentrum was buuf. Heb je Kees nog gezien? Die lieverd is door de winkeliersvereniging ingehuurd om als leeuw de mensen te amuseren. Ach, je kent hem. M’n man houdt wel van een lolletje. Ik wed dat-ie  de tijd van z’n leven heeft in dat apenpakkie.”