Het maken van een Lay-out voor mijn nieuwe blog kost me meer
tijd en moeite dan ik had gedacht. Dus ga ik nog even verder met mijn blog “Allemaal
woorden”.
Wat nu volgt is een inleiding tot mijn nieuwe blog “The
Household of John B. Low Stoned”
Op zoek naar John.
Omdat wij ons zelf bij gebrek aan zelfkennis normaal vinden
en anderen ons daarin meestal niet tegen spreken, is het vaak moeilijk om te begrijpen
dat er mensen zijn die anders in het leven staan dan wij.
Desondanks weet bijna iedereen dat Onze Lieve Heer er naast
het gewone volk ook een aantal vreemde kostgangers op na houdt.
In het op last van de rechter uit de handel gehaalde boek “Gevonden onder een steen” uit 1998 van de
bekende polemist R.O. de Lap (pseudoniem van Theo de Twijfelaar) beschrijft
deze een aantal van deze ‘paradijsvogels’.
Na een diepe crisis in zijn persoonlijk leven had Theo
behoefte aan een frisse kijk op de dingen.
Hij besefte dat hoe je tegen alles aankijkt afhangt van het
perspectief dat je kiest.
Omdat de zogenaamde normale mensen met wie hij te maken had
hem niet konden helpen, bedacht hij dat hij misschien hulp zou kunnen krijgen
van degenen die als afwijkend werden beschouwd.
Mensen die leefden aan de zelfkant van de samenleving. Die door hun medemensen werden gemeden om hun
levenswijze en de vaak bizarre ideeën die zij er op na hielden.
Tijdens zijn zoektocht ontdekte hij dat de meesten van hen gewoon
in een gekkenhuis thuis hoorden, maar dat sommigen gelouterd door het leven tot waardevolle inzichten waren gekomen.
Zo besteedt hij in hoofdstuk 3 aandacht aan de tot
Nederlander genaturaliseerde Engelsman John B. Low Stoned, die zich samen met
zijn vrouw Lucy gevestigd had in het onbeduidende plaatsje Damwoude in
Friesland.
Na het lezen van de bijzondere ontmoeting die de schrijver
met John B. Low Stoned had was mijn nieuwsgierigheid gewekt . Omdat ik verder
geen gegevens had en ook op internet niets kon vinden over John B. besloot ik
op de bonnefooi naar het Friese gehucht af te reizen om hem te zien en te
spreken. Als gepensioneerde had ik toch niet veel om handen en daarnaast alle
tijd.
De eerste die ik sprak was een oude vrouw, die net een emmer
met schoon water uit de waterput naast
de kerk omhoog getakeld had.
Zoals bekend is Damwoude het enige en laatste dorp in Nederland
waar stromend water nog niet overal beschikbaar is. Ook de toiletten zijn vaak
niet meer dan een gat in de grond, waarboven een soort van kist is getimmerd
met een opening in het midden.
Met de zogenaamde Skyt Stange (poepstok) duwt men de grote
boodschap naar beneden, waarna met een emmer water de troep wordt weggespoeld.
Maar dit terzijde. De vrouw vertelde me dat John drie jaar
geleden was overleden, maar dat zijn echtgenote nog steeds in de oude boerderij
aan de Haerewei woonde.
Ik bedankte haar en al was ik teleurgesteld dat John niet
meer leefde, misschien zou zijn vrouw mij meer over hem kunnen vertellen. Op de
Haerewei herkende ik al snel de boerderij waarvan de vrouw een omschrijving
gegeven had. Dit was niet moeilijk, want
in de fries boven de deur waren op kunstige wijze hennepblaadjes aangebracht.
Na mijn bellen werd er open gedaan door een jonge aantrekkelijke
vrouw met blozende wangen en grote borsten. Ik weet dat deze omschrijving niet
ter zake doende is, maar het viel me gelijk op.
Ze bleek een dochter van John te zijn en stelde zich voor
als Angel. Na mij te hebben voorgesteld en de reden van mijn komst te hebben
verteld nodigde ze me uit om binnen op haar moeder te wachten, die naar de
plaatselijke grutter was om boodschappen voor het weekend te halen. Over een
klein half uurtje zou ze wel weer terug zijn. Ik bedankte Angel en volgde haar
naar binnen.
Zo begint dus mijn kennismaking met een uitzonderlijk mens.
Nee, niet met Angel, hoewel ik die later ook beter heb leren kennen. Ik bedoel
natuurlijk John B. Low Stoned. Ik hoop daar een andere keer meer over te kunnen
vertellen.