donderdag 11 december 2014

Hoe gezond te blijven als je ouder wordt.

Een van de beste manieren om samen gezond van lijf en geest te blijven is door steeds nieuwe uitdagingen aan te gaan. Dit geldt ook als je al op leeftijd bent. Ouder worden hoeft niet te betekenen dat je alleen nog maar met natte ogen achter de geraniums gaat zitten, tevergeefs wachtend op je kinderen of commentaar leverend op de mensen die er voorbij komen.
Veel beter is het om actief op zoek te gaan naar manieren om je leven nieuwe inhoud te geven.
Dood gaan we uiteindelijk allemaal, maar liever niet onwennig zittend in onze eigen ontlasting, soms kwijlend of happend naar lucht, terwijl we helemaal zijn opgebrand.
Als je de kans hebt om nog wat moois te maken van de laatste jaren van je leven moet je dit doen. Daarmee stel je de niet zo verheven situatie die ik zoeven beschreef misschien zo lang mogelijk uit.
Zo is, sinds we besloten hebben om ons huis te verkopen en op zoek te gaan naar andere woonruimte in Overijssel, er een wereld van nieuwe mogelijkheden voor ons open gegaan. En houden we het de komende jaren spannend.
Paula kijkt bijna elke dag gretig op internet welke huizen er te koop staan en maakt daar aantekeningen van.  Daarna kruipen wij knus bij elkaar op de bank om ons te verkneukelen over de woningen, waarvan er straks misschien een door ons zal worden bewoond. Of troosten we elkaar als we zien dat er weer een beoogd ‘droomhuis’ is verkocht.

Het is verrassend wat er allemaal wordt aangeboden binnen ons budget.
Woningen met een woonoppervlakte van minstens 150 vierkante meter en met een tuin van 200 vierkante meter zijn geen uitzondering.
Enkele woningen hebben we inmiddels met een makelaar bekeken. Leuk en leerzaam.
Maar we werden er allebei wel erg hebberig van. Gelukkig zagen we dat op tijd in. Overhaast een besluit nemen is nooit goed en zeker niet als je een woning wil kopen. Beter dat ene ‘droomhuis’ misgelopen dan straks wakker te worden in een nachtmerrie. Te vaak kiezen mensen een huis zoals zij hun partner hebben gekozen.  Twee op de drie hebben daar al binnen zeven jaar spijt van. Toch zo’n 66%.
Omdat we geen dubbele woonlasten willen hebben leek het ons daarom beter om voortaan alleen nog maar echt te gaan kijken als we onze eigen woning hebben verkocht.
Elf verhuisdozen heb ik inmiddels gevuld met spulletjes die eigenlijk overbodig zijn, maar waarvan je moeilijk afstand doet. En via marktplaats ben ik begonnen om spullen te verkopen die niet alleen hier maar ook straks in een ander huis mogelijk in de weg staan.
Allebei vinden we het enorm spannend. Want waar we nu al zo’n dertig jaar wonen hebben we het eigenlijk erg naar ons zin. En we moeten maar afwachten hoe dit straks zal zijn.

In ieder geval hebben we afgesproken dat we straks waar we gaan wonen op zoek gaan naar een klaverjasvereniging. Volgens ons een goede manier om op een leuke wijze te integreren en nieuwe mensen te ontmoeten. En ons over het gevoel heen te zetten van gemis dat ongetwijfeld nog komen gaat.

zondag 30 november 2014

Sint Pannekoek.

Het is weer even stil om zwarte Piet. Misschien hebben ook degenen die zo tegen zijn komst naar Nederland waren even geen tijd gehad om te protesteren.  Mogelijk hadden zij het te druk met de voorbereidingen van Sint Pannekoek.
“Sint Pannekoek?”, hoor ik sommigen met gefronste wenkbrauwen vragen. Jawel, gisteren was het Sint  Pannekoek. Tijdens een van mijn wandelingen door Rotterdam zag ik in de Stieltjesstraat deze mededeling hangen:



Tegenstanders van deze ‘oude Rotterdamse’ traditie heb ik nog niet hun mond horen roeren. Toch kan ik mij voorstellen dat sommigen zich door deze nieuwe lot aan de stam van de Hollandse folklore gediscrimineerd voelen.
Denk eens aan onze Surinaamse medemens waaraan wij die overheerlijke roti’s hebben te danken.
Ik hoor sommigen van hen denken “Waarom een pannenkoek? Typisch weer zo’n Nederlandse lekkernij. Wat is er verkeerd met de roti? Waarom geen “Sint Roti”?
En wat te denken van de niet meer uit onze cultuur weg te denken Turkse Pizza? Al vind ik “Sint Turkse Pizza” persoonlijk niet zo lekker bekken. Dan klinkt gewoon “Sint Pizza” beter.
Dan de gewoonte om de pannenkoek niet alleen op het bord maar ook op het hoofd te leggen, al dan niet belegd met spek en stroop. Wat een kliederboel. Dat moeder de vrouw, die toch uiteindelijk de rommel weer moet opruimen en schoonmaken, nog niet heeft geprotesteerd is een klein wonder.
Wij zelf doen niet aan het Sinterklaasfeest. Dit schijnt immers vooral een feest te zijn om de kinderhand te vullen. De cadeau ’s die volwassen elkaar geven passen vaak niet in een kinderhand, al zijn smartphones en juwelen hier een uitzondering op.
Wij gaan die dag gewoon met z’n tweeën gezellig een dagje uit om te vieren dat we nu al zo’n 38 jaar samen zijn. 
Ja, ik heb mezelf vorige eeuw aan Paula op 5 december cadeau gedaan. En, al hoef je het niet met me eens te zijn, nadien heeft ze volgens mij op 5 december nooit meer zo’n mooi cadeau gehad.

woensdag 24 september 2014

Herfst

Het is herfst. We hebben veel te lang moeten wachten op dit jaargetijde met  z’n onweer-  en regenbuien, z’n stormen en fabelachtig mooie luchten, waar zo af en toe een fraaie regenboog de hemel kleurt.  Maar nu is het dan gelukkig eindelijk zover.
De dieren bereiden zich voor op de naderende winter. Sommigen leggen een wintervoorraad aan en hebben het drukker dan ooit, anderen oefenen zich voor hun tocht naar het zuiden.
Opnieuw zijn de nachten langer dan de dagen en steeds korter wordt de afstand van de aarde tot de zon.  Op weg naar het zuiden is die zon inmiddels  de evenaar gepasseerd. Pas als hij straks op 21 december boven de Steenbokskeerkring staat worden de dagen weer langer.
Terwijl de regen tegen het raam tikt zitten we met een trui aan knus met een boek op de bank en denken op stille momenten weemoedig terug aan de zomer, die nu toch echt wel voorbij is.
Wat koesteren velen van ons mooie herinneringen aan die tijd.
Maar nu is het herfst en komt de winter er met rasse schreden aan.
Sommigen zullen weer last krijgen van een winterdepressie. Zo’n half miljoen alleen al in Nederland om precies te zijn. Terwijl anderen weten dat ze kans maken op een winterdip. Deze groep is zelfs nog groter. Eenzaam maar niet alleen, zal ik maar zeggen.
Naarstig zoeken ze allemaal internet af op zoek naar een remedie. Genoeg advies te vinden. Tips om je beter te voelen bij de vleet. Maar of het ze zal helpen?
Omdat de periode na de grote vakantie ook nog eens bekend staat als een tijd waarin de meeste echtscheidingen plaats vinden zullen velen een kuttijd tegemoet gaan. Of zou klote tijd misschien beter uitgedrukt zijn? Ik zou het niet weten. Maar ik heb wel met hen te doen. Je depressief voelen lijkt me niks. In mijn omgeving heb ik vaak genoeg gezien hoe erg dit kan zijn. Allemaal veel sterkte toegewenst.
Ja, een kleurrijke tijd breekt weer aan ondanks alle shit in de wereld en in het leven van velen.

De natuur heeft daar schijt aan. De bomen beginnen hier en daar al te verkleuren en tussen de takken en het mos vind je de mooiste paddenstoelen. Het is prettig te bedenken dat  er nog mooie warme droge dagen genoeg zullen komen. Straks is het tijd voor heerlijke wandelingen door het herfstbos. Ik kijk er nu al naar uit. 

zondag 7 september 2014

Facebook of ‘Feestboek’?

We kunnen de Bijbel weggooien. En de Koran. Niet te vergeten de Talmoed en de Bhagat Vita. Ja, alle heilige boeken die er ooit geschreven zijn. Ze zijn overbodig geworden nu we via Facebook overspoeld worden met spreuken en richtlijnen hoe we het beste kunnen leven.
Als een quote je aanspreekt kun je hem ‘liken’ en delen. Inmiddels is elke Facebook gebruiker een freelance missionaris geworden.
Wat is er mooier dan de rest van de korte tijd dat je hier op aarde bent je ‘startpagina’ te vullen met mooie adviezen en diepzinnige gedachten die jou aanspreken. Elke bezoeker kan zien hoe bewust jij bezig bent om jouw leven vorm te geven. Wat voor een spiritueel of weldenkend mens je bent.
Of wanhopig. Want mogelijk slik je nog steeds evenveel pillen als voorheen, maak je nog steeds dezelfde fouten die jouw leven en misschien dat van anderen tot een puinhoop maken, zijn je meeste relaties echt ‘fucked up’, maar dat geeft niet, want ‘fouten zijn er om van te leren’(Boeddha).

Als ik op Facebook zit kijk ik natuurlijk eerst wat mijn ‘vrienden’ hebben gedeeld. Sommigen van hen, meestal onzekere maar wel aantrekkelijke meisjes,  zetten alleen maar ‘selfies’ op de ‘startpagina’, anderen plaatsen filmpjes, foto’s of teksten over hun hobby’s.  Ik mag er graag naar kijken.
Een enkeling laat weten wat hij die avond heeft gegeten, dat hij of zij nu in de bioscoop zit of toont een foto van het uitzicht waarvan hij of zij op dat moment geniet. Zo’n smartphone heb je immers niet voor niets. Het is mooi als men hierna tevreden de vele ‘likes’ bijeen kan sprokkelen die hun vrienden hebben aangeklikt. Soms zit daar ook een van mij bij.
Het is jammer maar wel begrijpelijk dat de meeste van mijn ‘vrienden’ hun werkelijke talenten niet met je delen. Ik ga er van uit dat dit komt uit een vorm van valse bescheidenheid. Heeft niet immers ieder mens wel wat te zeggen? (Jezus)
Gelukkig heb ik onder mijn ‘vrienden’ er veel met gevoel voor humor. Persoonlijk geniet ik het meest van hun bijdragen. Weliswaar kun je jezelf avond na avond kietelen met de vele grappen en grollen die je overal op internet vinden kan, het is toch altijd leuk als je hier niet zelf naar op zoek hoeft te gaan.
Zelf ben ik het meer serieuze type. Het mag mij weliswaar naar den vleze gaan op dit moment en mijn leven mag dan tamelijk probleemloos zijn, ik zie graag de maan in het water schijnen, want alles is relatief (Einstein).
Op een zonnige dag ben ik de eerste die zegt dat het waarschijnlijk straks zal gaan onweren.
Dus artikelen over klimaatverandering, het uitbreken van een derde wereldoorlog of ziektes die de mensheid zullen decimeren gaan er in als gesneden koek. Tot ik aan den lijve ervaar wat dit echt betekent voor mij en voor degenen waarvan ik hou besef ik toch niet hoe erg dit is.
Nee, Facebook is een verrijking van mijn leven (Mark Zuckerberg). Dagelijks ga ik even naar mijn eigen feestje om me te laven aan wat anderen met mij willen delen. De vele spreuken hebben mijn leven veranderd, het leven van veel van mijn ‘vrienden’ hebben me meer tevreden gemaakt met mijn eigen leven en eens te meer besef ik dat onze eigen ‘levensstijl’ waardevol genoeg is om met anderen te delen.


zondag 27 juli 2014

Ontspoord.

Tussen de oude meuk vond ik nog een bespiegelend verhaaltje over de vergankelijkheid van alles. Misschien kijk jij ook wel op deze metaforische wijze tegen het leven aan.

De trein rijdt. Hij rijdt al jaren en telkens als hij stopt vraag ik me af of ook ik uit moet stappen. “U kunt nog even blijven zitten”, spreekt de conductrice me dan bemoedigend toe en schenkt mij een schitterende glimlach, waarbij ze me al haar parelwitte tanden toont. Ze is altijd bij me in de buurt als we weer een station naderen, alsof ze weet heeft van mijn dilemma. “Zou ze er alleen voor mij zijn?”, vraag ik me soms af tegen beter weten in.
Stil zitten kan ik niet en daarom loop ik vaak door het treinstel heen en weer. Vreemd genoeg zijn er nog steeds coupés waar ik niet eerder ben geweest. Natuurlijk zie ik vaak bekende gezichten, maar het aantal onbekenden is duidelijk in de meerderheid. Ik weet nog steeds niet waar de reis eigenlijk naar toe gaat. Vaak staar ik peinzend uit het raam en zie dan niet dat het landschap aan mij voorbij gaat. Want in feite is mijn blik meestal naar binnen gekeerd al lijkt het net alsof ik mij interesseer voor de wereld buiten mij. Opmerkingen van medereizigers over hoe mooi het is en kreetjes van verrukking gaan bij mij het ene oor in en het andere uit. Een aanbod om mee te genieten van een versnapering als dropje of zuurtje wijs ik vriendelijk maar beslist van de hand. Dat schept alleen maar de verwachting dat men hierna het recht heeft om tegen mij aan te praten over ditjes en datjes en daarvan heb ik er zelf al genoeg. Soms is men beledigd en gaat dan ergens anders zitten. Dat komt dan mooi uit, want ik voel mij toch al zo snel door anderen bespied als zij tegenover mij zitten.
De meeste van mijn metgezellen zeggen mij niets. Ze zien er saai uit, al weet ik dat dit komt  omdat ik hen zo wil zien. Eigenlijk had ik mij net zo goed in een container kunnen laten vervoeren. In een doos of vat. Ik had mij dan volledig naar binnen kunnen richten. Net als voor mijn geboorte. De buitenwereld leidt maar af.

Vandaag is ze even naast me komen zitten. Ze is ernstig deze keer, hoewel ze ook nu niet zuinig is met glimlachen. “We moeten binnenkort afscheid van elkaar nemen”, zegt ze. Ze houdt mijn hand vast en verbaasd laat ik dit toe. “Ik weet, dat je vol met vragen zit. Maar dit geldt voor alle reizigers. Helaas kan ik ze niet voor je beantwoorden. Niemand kan dat. In feite valt er niets op te lossen. Want er is geen probleem. Miljoenen kilometers heb je afgelegd en je bent nergens gekomen. Stapels boeken heb je gelezen in al die tijd en nog weet je niks. Je had vrienden kunnen maken, maar elke toenadering heb je geweigerd omdat je zo met jezelf bezig was. En nu is het bijna tijd.”
Ik kijk haar aan en zie voor het eerst hoe mooi ze is. Niet alleen haar tanden schitteren, ook twinkelt het in haar ogen en haar stem is warm, zacht en vastberaden. Ik besef dat ze altijd op me heeft gepast. En nooit heeft ze daar iets terug voor gevraagd. Ik weet niet wie ze is. Ik weet niet waarheen ik ga en of mijn reis ten einde is als ik straks uitstap. Ik weet wel, dat zij hier achter blijft. In deze eeuwig rijdende trein zonder bestemming.
Ik kijk naar buiten. De lucht is blauw en kleine witte wolkjes zweven op grote hoogte voorbij. Ik zie bossen en rivieren. Uitgestrekte landschappen en lawaaierige steden met schreeuwerige huizenblokken. Bergen die groeien en weer krimpen. Een zon met gouden stralenkransen omringd. Voor het eerst wil ik hier blijven. Het maakt me niet uit dat we nergens heen gaan. Ook niet, dat de reis al zo veel jaren duurt. Nu ik straks uit moet stappen wil ik nog wat langer blijven zitten. Van het voorbijtrekkende landschap genieten. Vrienden maken. Gezellig praten over ditjes en datjes.

Alsof ze mijn gedachten lezen kan zegt ze opeens “Ik heb het niet gehad over uitstappen. We zijn het laatste station voor iedereen al lang voorbij.” Ik kijk haar niet begrijpend aan. Voor ik haar kan vragen wat ze bedoelt begint het rijtuig te schudden en trillen. Ik zie hoe het plafond schuin weg glijdt en de wanden overhellen. Nog steeds heb ik haar hand vast. Nu ik weet dat de reis ten einde is wil ik haar niet meer los laten. En ze glimlacht nog steeds haar betoverende glimlach naar mij als het voor mij donker wordt.

zaterdag 26 juli 2014

Brief aan Jezus.

In 2004 schreef ik een brief aan Jezus, de zoon van God. Ik heb hem nooit op de post gedaan. Achteraf vermoed ik dat de postzegels op waren. Ik had toen nog geen blog dus verdween de brief in het rommelarchief. Maar bij het doorspitten van de troep die ik door de jaren heb gefabriceerd vond ik de brief terug. Na enige aarzeling zet ik hem nu maar op internet, want zoals iedereen weet is het internet net als God alom aanwezig. Bovendien, wie stuurt er nog brieven met de post?
Ik wil er niemand mee kwetsen, maar mocht dit toch gebeuren dan is dit meegenomen.
Vooral in de staart van de brief staan wat zinnen die pijnlijk duidelijk maken hoe ik naar het leven kijk.
Ik had de behoefte om dit te delen en neem de weerstand die dit oproepen zal bij sommigen voor lief.
Mocht God geen tijd hebben om hem te lezen of aan zijn zoon te geven, het is immers in deze verwarde tijden vreselijk druk aan de hemelpoort met al die mensen die zomaar ineens uit het leven worden weggerukt, dan is er vast wel iemand op internet die hem leest.


Januari 2004

Beste Jezus.

Zoals je wel zult weten worden de brieven aan jouw vader op de internet site van de Evangelische Omroep gepubliceerd. En het zijn zeker niet de minsten die een brief hebben geschreven. Zo is voor Leon de Winter jouw vader een intrigerende uitvinding, die niet onderdoet voor de uitvinding van het vuur of die van het wiel. En ziet hij hem als een antwoord op het menselijk tekort. 
Het is een brief geschreven vanuit de hersens en niet met het hart. Jouw vader als “een creatie van zoogdieren met een hersenafwijking.” Een standpunt waar meer agnosten zich in zullen vinden.
Jouw vader is volgens Leon slechts een hersenspinsel, Jezus, maar wel één dat de mensen behoorlijk bezig houdt.

In veel brieven op de site, die ik terloops doorlees, vind ik een groot ontzag voor je vader. Als hij in zeven dagen deze wereld heeft geschapen, dan is dat ontzag beslist terecht. 
Men komt bijna jubelend uit voor de eigen zwakheid en vraagt daar vergeving voor.  Dat jouw vader kwade bedoelingen zou hebben met deze wereld gaat er niet in. Al vraagt menigeen zich vertwijfeld af wat de zin is van alle ellende die er bestaat.

Aanbidding kom ik ook tegen. Zoals in de brief van Willem Aantjes, oud-politicus en medeoprichter van het CDA, die moest aftreden omdat hij zijn lidmaatschap van de SS had verzwegen. 
Lezers van de brief waren getroffen door wat één van hen de ‘bergrede’ van Aantjes noemde. 
Wat me aanspreekt is, dat hij er aan durft te twijfelen of jouw vader wel je vader is en niet je moeder. 
En bijna blasfemistisch wordt het als hij oppert dat jouw vader misschien niet je moeder maar onzijdig is.

Bomhoff, die als minister van de lijst Pim Fortuyn in het kabinet Balkenende I heeft gezeten en die samen met Heinsbroek verantwoordelijk was voor de val van dit kabinet, stelt dat de christenen wel gelijk moeten hebben, want hoe zou het christendom anders al zo’n tweeduizend jaar kunnen bestaan. Een wat naïeve redenering voor iemand die wiskunde heeft gestudeerd en die als hoogleraar in de economie er toch niet van verdacht kan worden dat hij onnadenkend zijn gedachten uitspreekt. En ook hij maakt zich klein als hij zich aan jouw vader verontschuldigt voor zijn gebrekkig zoeken naar de juiste woorden.

Afgezien van de brieven die er op de site van de Evangelische Omroep staan zijn er ook brieven die mensen opsturen naar “God, adres: hemel.” André Rouvoet van de ChristenUnie heeft voorgesteld om deze te verzamelen en door te sturen naar Jeruzalem, waar een rabbijn ze ongelezen in de kachel...eh...klaagmuur stopt.
In Israël zelf gaan ze nog verder. Het Israëlische telefoniebedrijf Bezeq biedt zijn klanten de mogelijkheid
e-mails naar God te sturen (geen spam). De uitgeprinte elektronische brieven worden tweemaal per week naar de Klaagmuur in Jeruzalem gebracht, waar de geschreven gebeden tussen de stenen worden gestoken. Wekelijks komen er zo’n tweehonderd uit heel de wereld. Saillant detail is dat een Israëlische burgerrechtenbeweging de posterijen beschuldigd heeft van schending van het briefgeheim omdat die vijftien jaar oude brieven aan God op hun website hadden gepubliceerd

Als je verder speurt op internet, vind je zelfs brieven die kinderen aan jouw vader hebben geschreven. Ik hoop dat hij gevoel voor humor heeft, want sommigen zijn echt leuk. Wat denk je van deze?

Lieve God,
Ik heb er spijt van dat ik zo laat kwam op de zondagsschool maar ik kon mijn onderbroek niet vinden.
Robert.

De volgende vind ik zelf wel een diepe, al hoeft van mij de goedbedoelde raad niet worden opgevolgd.

Lieve God,
Kunt U nog wat verhalen schrijven. We hebben ze allemaal al gelezen en beginnen opnieuw.
Bij voorbaat dank,
Emmy.

Dat ik deze brief aan je schrijf, Jezus, laat zien dat ik er vertrouwen in heb dat hij gelezen zal worden. Misschien kijk je zelfs wel over mijn schouders mee. En het is ook niet uitgesloten dat jij de vingers stuurt, die deze letters typen. De wereld is complex en ik weet niet meer wat ik moet geloven. Velen hebben zich reeds tot jou gewend en nu is het mijn beurt.

Al ben je springlevend in de harten van velen,  gelukkig ben je al jaren dood. Ik behoor niet tot de velen die verlangen naar jouw terugkeer. Je korte aanwezigheid op aarde heeft zulke ingrijpende gevolgen gehad, dat  een hernieuwde kennismaking onverdraaglijk zou zijn. Dat de jongste dag met de wederopstanding nog niet heeft plaats gehad zal voor veel echte gelovigen vermoedelijk een teleurstelling zijn. Maar ik verwacht er niets goeds van, dus blijf maar weg.

Het is triest dat jouw korte leven bijgedragen heeft aan een wereldomvattende krankzinnigheid. 
Als zoon van iemand die alwetend is en voor wie niets verborgen blijft heb jij ook vast voorzien, dat er in jouw naam de vreselijkste misdaden zouden worden begaan. Terwijl jij slechts liefde predikte en gebood om de andere wang toe te keren, indien men werd geslagen. Maar is het jou of je vader kwalijk te nemen dat jullie beiden niet in staat zijn geweest om dit te voorkomen?  Of dit vermoedelijk zelfs niet wilden voorkomen?
Wie verlangt er nog naar een hemel als het paradijs op aarde te vinden is? En het is juist dit verlangen dat de mensen zo onberekenbaar maakt.
Waren het vroeger maffe christenen die voor hun geloof de wreedste folteringen ondergingen, tegenwoordig zijn het de fundamentalistische moslims die door zichzelf en anderen op te blazen een bijdrage willen leveren aan de vestiging van het paradijs op aarde. 
Zij menen hiervoor een one-way ticket  naar het hemelse paradijs te mogen ontvangen. Hoe wanhopig, fanatiek of gestoord moet je zijn om dit te doen!

Je hoort al dat ik begrip heb voor de terughoudende opstelling van jou en je vader. Dat jullie je macht niet gebruiken om het hier op aarde voor iedereen naar de zin te maken. Het lijkt wel of jullie op vakantie zijn, al weet ik dat dit niet zo is.
Ik ben maar een kleine, kwetsbare en sterflijke mens. Het is maar goed dat ik niet weet welke vragen ik aan je zou moeten stellen Jezus, want ik zou de antwoorden toch niet begrijpen.
Ik weet alleen dit. Leed maakt net zo zeer deel uit van het bestaan als vreugde. Het duister en het licht kunnen niet zonder elkaar. Het is een voorwaarde voor ons bestaan. En dat maakt deze aarde compleet en vreselijk in haar schoonheid. 
Dus Jezus, eigenlijk heb ik geen vragen. Ik hoop alleen dat degenen die in jou geloven in dit geloof houvast en troost in vinden. Want in tijden zoals deze hebben ze je meer dan nodig.

zondag 15 juni 2014

Op zoek naar John

Het maken van een Lay-out voor mijn nieuwe blog kost me meer tijd en moeite dan ik had gedacht. Dus ga ik nog even verder met mijn blog “Allemaal woorden”.
Wat nu volgt is een inleiding tot mijn nieuwe blog “The Household of John B. Low Stoned”


Op zoek naar John.

Omdat wij ons zelf bij gebrek aan zelfkennis normaal vinden en anderen ons daarin meestal niet tegen spreken, is het vaak moeilijk om te begrijpen dat er mensen zijn die anders in het leven staan dan wij.
Desondanks weet bijna iedereen dat Onze Lieve Heer er naast het gewone volk ook een aantal vreemde kostgangers op na houdt.
In het op last van de rechter uit de handel gehaalde boek “Gevonden onder een steen” uit 1998 van de bekende polemist R.O. de Lap (pseudoniem van Theo de Twijfelaar) beschrijft deze een aantal van deze ‘paradijsvogels’.
Na een diepe crisis in zijn persoonlijk leven had Theo behoefte aan een frisse kijk op de dingen.
Hij besefte dat hoe je tegen alles aankijkt afhangt van het perspectief dat je kiest.
Omdat de zogenaamde normale mensen met wie hij te maken had hem niet konden helpen, bedacht hij dat hij misschien hulp zou kunnen krijgen van degenen die als afwijkend werden beschouwd.
Mensen die leefden aan de zelfkant van de samenleving.  Die door hun medemensen werden gemeden om hun levenswijze en de vaak bizarre ideeën die zij er op na hielden.
Tijdens zijn zoektocht ontdekte hij dat de meesten van hen gewoon in een gekkenhuis thuis hoorden, maar dat sommigen gelouterd door het leven tot waardevolle inzichten waren gekomen.
Zo besteedt hij in hoofdstuk 3 aandacht aan de tot Nederlander genaturaliseerde Engelsman John B. Low Stoned, die zich samen met zijn vrouw Lucy gevestigd had in het onbeduidende plaatsje Damwoude in Friesland.

Na het lezen van de bijzondere ontmoeting die de schrijver met John B. Low Stoned had was mijn nieuwsgierigheid gewekt . Omdat ik verder geen gegevens had en ook op internet niets kon vinden over John B. besloot ik op de bonnefooi naar het Friese gehucht af te reizen om hem te zien en te spreken. Als gepensioneerde had ik toch niet veel om handen en daarnaast alle tijd.
De eerste die ik sprak was een oude vrouw, die net een emmer met schoon water uit de waterput  naast de kerk omhoog getakeld had.
Zoals bekend is Damwoude het enige en laatste dorp in Nederland waar stromend water nog niet overal beschikbaar is. Ook de toiletten zijn vaak niet meer dan een gat in de grond, waarboven een soort van kist is getimmerd met een opening in het midden.
Met de zogenaamde Skyt Stange (poepstok) duwt men de grote boodschap naar beneden, waarna met een emmer water de troep wordt weggespoeld.
Maar dit terzijde. De vrouw vertelde me dat John drie jaar geleden was overleden, maar dat zijn echtgenote nog steeds in de oude boerderij  aan de Haerewei woonde.
Ik bedankte haar en al was ik teleurgesteld dat John niet meer leefde, misschien zou zijn vrouw mij meer over hem kunnen vertellen. Op de Haerewei herkende ik al snel de boerderij waarvan de vrouw een omschrijving gegeven had.  Dit was niet moeilijk, want in de fries boven de deur waren op kunstige wijze hennepblaadjes aangebracht.   
Na mijn bellen werd er open gedaan door een jonge aantrekkelijke vrouw met blozende wangen en grote borsten. Ik weet dat deze omschrijving niet ter zake doende is, maar het viel me gelijk op.
Ze bleek een dochter van John te zijn en stelde zich voor als Angel. Na mij te hebben voorgesteld en de reden van mijn komst te hebben verteld nodigde ze me uit om binnen op haar moeder te wachten, die naar de plaatselijke grutter was om boodschappen voor het weekend te halen. Over een klein half uurtje zou ze wel weer terug zijn. Ik bedankte Angel en volgde haar naar binnen.


Zo begint dus mijn kennismaking met een uitzonderlijk mens. Nee, niet met Angel, hoewel ik die later ook beter heb leren kennen. Ik bedoel natuurlijk John B. Low Stoned. Ik hoop daar een andere keer meer over te kunnen vertellen. 

zaterdag 14 juni 2014

Knuffelleeuw.

Het is al weer enkele jaren geleden dat ik begon met het bijhouden van een blog. Dit is inmiddels mijn vierde. Ik hoopte hierdoor de discipline te ontwikkelen voor mijn andere schrijfplannen. Die hoop heb ik nog steeds, de discipline helaas nog steeds niet.  
In mijn eerste blog nam ik vooral korte verhalen op met een ietwat duistere inslag. Toen me dat begon te vervelen ben ik er mee gestopt. Mijn tweede blog ging over wat mij bezig hield op dat moment. Mijn derde over coachen, al ben ik niet verder gekomen dan een opzet.
Mijn vierde zou over taal gaan, maar inmiddels zie ik het verschil niet meer met mijn tweede blog.
Gelukkig heb ik een vriend, bekend bij zijn vrienden en vriendinnen als TDVS, met een zeer creatieve geest en hij stelde mij voor, nadat ik een van mijn mailtjes aan hem ondertekend had met John Stoned, om een blog te beginnen met de naam “The Household of John B. Low Stoned”, alweer een Paardenlul productie.
Na enige weerstand heb ik besloten om zijn suggestie op te volgen. Binnenkort volgt dus mijn vijfde blog. Waarover ik ga schrijven zou ik nog niet weten, maar de titel die hij had bedacht vond ik wel mooi.
Vandaag daarom de laatste aflevering van “Allemaal Woorden”. Tenslotte moet uiteindelijk alle oude troep ruimte maken voor nieuwe.


Knuffelleeuw.

Nu alle kinderen de deur uit waren moesten ze het voortaan met hun tweeën zien te rooien.
Zo gemakkelijk was dat niet. De laatste tijd hadden ze bijna dagelijks ruzie. Hans zei dat dit kwam omdat ze in de overgang zat en Marja verweet hem dat hij met zijn werk was getrouwd in plaats van met haar.
Na de woordenwisseling vanmorgen had hij zich terug getrokken in zijn studeerkamer en daarom belde zij een vriendin en vroeg haar of zij zin had om samen met haar in het winkelcentrum een kopje koffie te gaan drinken.
Els zat al op het met oranje vlaggetjes versierde terras toen Marja er aan kwam. Na een korte knuffel vroeg zij haar zonder omhaal hoe het tussen haar en Hans ging. Niet uit echte belangstelling natuurlijk, maar uit nieuwsgierigheid.
Marja, die wist hoe Els kon roddelen, loog dat alles goed ging en dat Hans nu bezig was met het project “De vergeten leerling”.  Gekscherend had hij haar gezegd dat dit project zo’n beslag legde op het team dat er weinig tijd overbleef voor het geven van lessen.
Als hij zo hard bleef werken zou hij vast afdelingshoofd worden of het aan zijn hart krijgen. In zijn geval waarschijnlijk beide, dacht ze.
Nadat de serveerster de koffie en het appelgebak gebracht had zetten zij hun gesprek over koetjes en kalfjes voort, terwijl Els voorzichtig naar een gelegenheid zocht om Marja uit haar tent te lokken.
Door de rode wangetjes van Marja en de lichte paniek in haar stem besefte zij immers dat het helemaal niet zo goed ging tussen haar en Hans.
Een luid gejuich en handgeklap trok hun aandacht. Niet ver van hen vandaag stond op een kleine verhoging een forse oranje leeuw, die met zijn zwaaiende armen en samengevouwen handen liet merken dat hij reuze in zijn nopjes was. Gisteren had Nederland bij het wereldkampioenschap voetbal immers in een geweldige wedstrijd tegen Spanje dit land met vijf tegen één vernederd. Als dat geen reden voor een feestje was.
Enkele gezette dames sloegen hun mollige armen om de leeuw heen en lieten zich met hem op de foto zetten. Na afloop gaf hij hen schalks een tikje op de bibs, waarna ze kirrend ruimte maakten voor een ander.
Marja stond op en zei tegen Els dat zij ook op de foto wilde met de leeuw. Dat leek haar zo leuk.
Ze rekenden af en sloten zich aan bij de rest van de groep oudere meisjes. Het leek er op dat ieder van hen wel zin had om met de grote leeuw op de foto te gaan.
Toen Marja aan de beurt was en zij haar arm om de middel van de leeuw geslagen had trok deze haar opeens tegen zich aan. Met zijn ene arm tussen hen beide in wreef hij, zonder dat iemand het kon zien, stevig over haar borsten en fluisterde met hese stem in haar oor “Wat ben je toch een lekker ding. Dit zouden we vaker moeten doen.” Het gebeurde allemaal zo snel en onverwachts dat het pas tot haar doordrong wat er was gebeurd toen Els enkele foto’s  van hen beiden had gemaakt.
Een man die ook op de foto wilde met de leeuw schoof haar lachend opzij. De groep vrouwen applaudisseerde opnieuw. Als verdoofd liet Marja zich door Els uit de menigte wegvoeren.
Toen het wat rustiger om hen heen was liet Els haar enthousiast de drie foto’s zien die gemaakt had. “Zulke grote leeuwen hebben meestal maar een klein pikkie”, zei ze lachend.
Marja glimlachte flauwtjes en bedankte Els voor het maken van de foto’s. “Ik ga naar huis. Hans heeft gevraagd of ik zijn overhemden wil strijken. Zo’n stapel.”, loog ze. Ze namen hartelijk afscheid van elkaar met de gebruikelijke knuffels.

Twee uur later, toen ze in de tuin bezig was om de planten te verzorgen, hoorde Marja de buurvrouw roepen. “Ik hoorde dat je naar het winkelcentrum was buuf. Heb je Kees nog gezien? Die lieverd is door de winkeliersvereniging ingehuurd om als leeuw de mensen te amuseren. Ach, je kent hem. M’n man houdt wel van een lolletje. Ik wed dat-ie  de tijd van z’n leven heeft in dat apenpakkie.”

maandag 19 mei 2014

Stille tocht.

Sinds het begin van de Jaren negentig worden er in Nederland stille tochten georganiseerd tegen zinloos geweld. Degenen die aan zo’n tocht mee doen ervaren even de solidariteit en hiermee de steun van anderen. Men loopt mee omdat men het geweld als zinloos heeft beleefd.
Als men het zinvol had gevonden, dan had men niet in déze tocht meegelopen. Daar zijn immers andere tochten voor.
Met elkaar is men verontwaardigd, verdrietig en boos over wat er is gebeurd. En men deelt dit graag ongevraagd met anderen zonder opdringerig te zijn, al is een tv-camera altijd welkom.  

Een mooi gebaar. Ook voor mij hoeven deze emoties niet ingetogen verwerkt te worden. De straat biedt daarvoor voldoende ruimte. Het laat zien dat de samenleving minder koud is dan vaak wordt beweerd.
Helaas is het geweld er door de jaren heen niet minder op geworden. Daar hebben de stille tochten niets aan kunnen veranderen.
Zelf denk ik dat alle geweld zinloos is. Het verbaast mij daarom dat er zo weinig stille tochten zijn. Daar moeten anderen ook zo over gedacht hebben.
Want vandaag kwam ik er achter dat er nog meer redenen kunnen zijn om een stille tocht te organiseren.
Op internet zag ik dat er een stille tocht was georganiseerd voor een dode kat.
Is hiermee de weg vrij gemaakt voor meer stille tochten in de toekomst? Er is immers veel leed onder de dieren. En het meeste is zinloos.Als het voor de mensen zelf niet uitmaakt of ze voor een mens of een dier een stille tocht organiseren kan het nog druk worden met de stille tochten.

maandag 12 mei 2014

Sapvasten en spareribs.

Dag vijf zit er bijna op en ik ben al bijna drie kilo afgevallen. Zelfs het lieve kleine oudemannebuikje is bijna verdwenen volgens Paula. Ik hoop niet dat ze het missen zal.
Nog twee dagen te gaan. Die drie kilo is allemaal vocht en zit er zo weer aan als ik donderdag met eten begin. Gezien mijn nieuwe levensstijl, waarin ik veel wandel en minder eet, verwacht ik toch dat ik door dit crashdieet twee kilo blijvend kwijt zal zijn. Geen slecht resultaat voor een week alleen maar sapjes drinken.
Op internet is veel informatie over sapvasten te vinden. Vooral de recepten vind ik interessant.
Zelf zou ik er niet opkomen om selderij, appel, spinazie, gember en peer bij elkaar te gooien. Maar echt, het smaakt uitstekend. Ook een cocktail van selderij, komkommer, spinazie, peterselie, appel en kiwi smaakt vurrukkulluk. Misschien had alles nog beter gesmaakt met een scheutje rum of wodka er door, maar dat mag niet. Zoiets kan ik later altijd nog proberen.
Nee, sapvasten is geen straf. Zeker niet als je alle tijd aan jezelf hebt.
Natuurlijk pies je jezelf wel leeg. Tijdens mijn wandeling door het park en de polder zo-even heb ik hem toch drie keer uit mijn broek moeten laten hangen. En dat in nog geen twee uur tijd.
Maar ik vind dat je er niet voor kunt thuisblijven.
Deze week ga ik voor het eerst sinds lange tijd ook weer eens naar de sauna. Allemaal om mezelf mooi schoon te maken van binnen. Gewoon om mezelf te vertroetelen.
Gisteren had ik opeens enorme trek in malse spareribs. Bij de gedachte aan zo’n mals en sappig ribbetje liep het water in mijn mond. En het werd natuurlijk niet minder toen ik op internet ging zoeken bij welk restaurant ze de lekkerste spareribs hebben.
Omdat ik denk dat één dag voldoende is om het vasten af te bouwen hebben we afgesproken om vrijdagavond uit eten te gaan. In een restaurant waar ze volgens de recensies de beste spareribs hebben van Rotterdam. Gek, alweer loopt het water in mijn mond.

Sapvasten, ik kan het iedereen aanraden. Niet alleen aan vegetariërs maar echt aan iedereen. En lekkere malse spareribs ook. 

vrijdag 9 mei 2014

Sapvasten.

Gisteren ben ik eindelijk weer eens begonnen aan een week sapvasten. Het voorjaar is er een mooie tijd voor. En het sluit goed aan bij de activiteiten waarmee ik bezig ben.
Je kunt op internet zowel voor- als tegenstanders vinden van sapvasten. Volgens de een maakt het niet uit, volgens de ander is het zelfs slecht voor je gezondheid en weer anderen zweren er bij.
Ik weet niet of de waarheid in het midden ligt, maar in het verleden heb ik ervaren dat je je er beter van voelt en dat je er van afvalt. Al bestaat het risico dat je snel weer aankomt na het vasten als je terugvalt in je bekende leefpatroon. En dat patroon omvat meer dan je eet- en drinkgewoontes. Ook de wijze waarop je verder in het leven staat is belangrijk.

Er zijn geen religieuze redenen waarom ik weer begonnen ben met sapvasten. Ik zie het uitsluitend als een manier om mezelf prettiger te voelen en om weer aandacht te besteden aan mijn spirituele belangstelling. Ik denk hierbij aan mediteren, droomwerk, het leggen van de Tarot en pendelen. Daar hou ik mij immers bij vlagen al een mensenleven mee bezig, al gun ik mezelf vaak niet de tijd om me hier intensiever in te verdiepen.

Net als de meeste andere mensen weet ik van mezelf dat ik niet altijd goed voor mezelf zorg.
Soms rook ik enkele weken achter elkaar ’s avonds voor het slapen gaan een stevige stick, drink ik drie á vier keer per week een biertje of wat sterkers, neem elke dag na het opstaan een stevige mok koffie en snoep meer dan ik eigenlijk zou moeten doen.
Daarnaast ben ik ook niet vies van een lekker stukje vlees, al weet ik dat aan het eten van vlees veel nadelen zitten. Verder zit ik soms uren achter de computer, want ik heb veel plezier van dit venstertje op de wereld.
En net als iedereen maak ik mij bij vlagen druk over de wereld waarin we leven en de onrechtvaardigheid die ik meen te zien. Dit geldt zowel voor de gebeurtenissen waar ik toch geen invloed op uit kan oefenen als gebeurtenissen in mijn eigen directe omgeving. Ook hierin zal ik niet afwijken van de meeste mensen.

Sommigen zullen zeggen dat het wel meevalt. En dat is natuurlijk ook zo, want de mensen die mij kennen weten dat ik een goede gezondheid heb en vaak boordevol energie zit. Niets aan de hand dus.
Ik zie het sapvasten, waarbij je eerst je lichaam ontslakt en hierna een week lang geen vaste voeding tot je neemt, daarom zoals je kunt lezen niet alleen als een activiteit die leiden moet tot een betere gezondheid, maar ook als een overgangsritueel naar een periode waarin je, al is het meestal tijdelijk, weer een andere inhoud aan je dagelijkse leven geeft. In mijn geval meer spiritueel.
Om het ritueel meer vorm te geven douche ik dagelijks meerdere keren (wel zo prettig voor mijn omgeving), mediteer ik en maak wandelingen. Vandaag nog over het strand van Scheveningen, waarbij ik bijna door de straffe wind werd omver geblazen.


Sapvasten is voor mij een middel om weer ruimte te creëren voor wat ik belangrijk vind. Toen ik nog werkte heb ik mezelf vaak spiritueel verwaarloosd. Logisch, want de waan van de dag stelde andere eisen aan me. Gelukkig ligt die periode nu achter me. Daar drink ik op.

dinsdag 29 april 2014

Misverstanden.


Terwijl de kraan open staat en de vaat wordt opgeruimd proberen we een gesprek te voeren. Door de herrie gaat dat niet helemaal zonder problemen.
“ Ik maak het bed straks wel op”, zeg ik. De lakens heb ik al eerder van de lijn gehaald.
“ Wàt maak jij op? Het vet?”
“ Nee schat, het bed. Vannacht slaap ik ìn mijn bed náást het vet.”
Ik waarschuw de lezer alvast dat niet in elke relatie zo’n grappig bedoelde opmerking wordt gewaardeerd.  Maar zo gaan onze gesprekken soms.
Natuurlijk verontschuldigde ik mij aan Paula, want zoveel vet heeft zij niet meer.
Louter door haar zelfdiscipline is zij de afgelopen jaren vele kilo’s afgevallen.  De enige die wel eens wat pondjes zou mogen kwijt raken ben ik zelf. Met mijn gebrek aan zelfdiscipline is het de vraag of dit nog gaat lukken voor de zomer.  Gelukkig ben ik ijdel en dat motiveert ook. Maar ik mag ook graag een blowtje nemen en aan de vreetkick die dan volgt kan ik moeilijk weerstand bieden.

Misverstanden kom je overal tegen en in alle soorten. Wel eens van tongslib gehoord? Ik las het toch echt op een van de bordjes van de Turkse viskraam waar ik vandaag een pondje kabeljauwfilet kocht.
Ook de vier giechelende jonge Marokkaanse meisjes die tevergeefs probeerden om de levensgrote plastic koe voor de deur van een kaaswinkel op de Oude Binnenweg in Rotterdam te beklimmen hadden niet in de gaten dat de eigenaar dit niet leuk vond. Totdat ze uiteindelijk werden weggejaagd. 
En wat te denken van Lijpe Leo die als ingehuurde nepagent op koningsdag door echte agenten in de boeien werd afgevoerd en zes uur werd vastgezet?
Omdat uit alles bleek dat het om een nepagent ging (plaksnor, zwaailicht op zijn hoofd) zou je verwachten dat hier ook sprake was van een misverstand. De man werd echter willens en wetens in de boeien geslagen. Blijkbaar vindt de politie het niet leuk om voor schut te worden gezet door een ingehuurde straatartiest.

Ach, hun gezag zal het niet ondermijnd hebben. Dat waren ze toch al kwijt. Of dachten ze dat ze veel indruk zouden maken met hun ferme optreden? Kijk, dat noem ik nou een misverstand.

zondag 27 april 2014

Is er leven nadat je met werken bent gestopt?

Na enkele weken depressief thuis te hebben gezeten omdat ik mijn werk zo vreselijk miste, gaat het weer goed met me. Dank zij de steun uit mijn omgeving zie ik het gelukkig weer zitten.
Nee, dit geeft niet goed weer wat ik zeggen wil. Nogmaals.
Na een afschuwelijk depressieve periode omdat ik met werken was gestopt, begin ik licht aan het eind van de tunnel te zien. Afgelopen nacht heb ik eindelijk weer eens goed geslapen.
Nee, ook dit komt niet bij benadering in de buurt van wat ik eigenlijk duidelijk wil maken.
Na een korte inzinking omdat ik zo dom was om met werken te stoppen begin ik me wat beter te voelen. Sinds vandaag durf ik weer naar buiten om mij onder de mensen te begeven.
Zo, dat staat er. Ik had er misschien ook nog iets aan toe kunnen voegen over de huilbuien die ik heb gehad. De ruzies met Paula omdat zij mij, ondanks de redelijk ruime woning waarin we wonen,   steeds voor de voeten bleef lopen. Over hoe verstandig het is om goed na te denken voor je besluit om te stoppen met werken. Maar ja, wie luistert er nog naar me. Wie moet ik de klas uit sturen of een schouderklopje geven nu ik geen les meer geef?

Ja, zo had mijn eerste bijdrage aan mijn blog sinds weken kunnen luiden. Maar eerlijk gezegd heb ik het gewoon  vreselijk naar mijn zin als gepensioneerde en heb  ik mijn werk geen seconde gemist.
Ik kom tijd tekort voor alle leuke dingen die ik doe en wil doen.  Zo ben ik pas nog een weekje samen met Paula naar Frankrijk geweest, waar we in Zuidwest Bretagne een huisje dicht bij de kust gehuurd hadden. Terwijl we eerder al beiden in Groningen en Drenthe waren om er te slapen in het Strokasteel en het NIVON-huis “De Hondsrug” .
Oude hobby’s heb ik weer nieuw leven ingeblazen, thuis liggen nog een paar klussen op me te wachten waar ik flink wat tijd voor ga uittrekken en mijn hoofd zit vol frisse ideeën.
Wat is het heerlijk om slechts heel weinig verplichtingen te hebben. Om ’s morgens in je bed te blijven stinken als je dit wilt. Niet meer om zes uur op te hoeven of tot half zes voor de klas te moeten staan. Zelf te bepalen wat je met de spaarzame tijd doet die je is gegeven. En aan het eind van de maand net als Paula  een niet onredelijk bedrag op je rekening bijgeschreven te krijgen. Waarover ik mij à propos nog steeds verbaas. Ik ben namelijk gezond als een vis, weet veel en kan veel door opleiding en ervaring. Bovendien hou ik van hard werken. Tot voor kort kon ik dit ook allemaal laten zien.
Maar dan komt de zoveelste slechte manager in mijn leven en dank zij hem gebeurt er een klein wonder. Terwijl om mij heen hardwerkende collega’s worden ontslagen omdat er miljoenen doorheen zijn gejaagd, opleidingen worden gesloten omdat deze niet rendabel genoeg zijn,  de arbeidsomstandigheden steeds slechter worden en, door het ontbreken van de juiste randvoorwaarden, het geven van verantwoord en leuk onderwijs moeilijk, zo niet onmogelijk wordt,  kom ik er gelukkig achter dat ook ik een kleine bijdrage kan leveren aan het uit het slop halen van de organisatie.
Het enige wat ik hoef te doen is op de juiste wijze en op het juiste moment ontslag nemen.
Dat krijg ik de rest van mijn leven maandelijks een leuk bedragje waar vele anderen stevig voor moeten bikkelen.
Dat is toch gek? Net zo gek als mensen tot hun 67e of langer te laten werken en ze financieel te straffen als ze eerder stoppen.
De rol van docent is me meesttijds goed bevallen. Misschien zal ik hem op andere momenten in een andere vorm weer op me nemen. Want anderen kennis bij brengen en zien wat dit voor hen betekent vind ik leuk.
Maar voor het moment heb ik het veel te druk. Zelfs mijn blog heb ik al wekenlang verwaarloosd omdat ik andere dingen had te doen. Mede op het verzoek van een trouwe lezer ga ik vanaf nu weer stukjes schrijven voor mijn blog en proberen om de bagger in mezelf om te zetten in vruchtbare grond. Wat de ene keer beter lukt dan een andere keer. De lezer oordele zelf.

dinsdag 4 maart 2014

Geen zin.

Veel zin om vandaag aan mijn blog te werken heb ik niet. De boog kan niet altijd gespannen staan.
Maar van mezelf moet ik dagelijks wel even met taal bezig zijn.
Nu is het moeilijker om niet met taal bezig te zijn dan wel. Het begint ’s morgens al als ik Paula bedank voor het lekkere bakkie koffie dat ze voor me heeft gezet.
Ik geef haar graag die kans. Als zij er eerder uit is dan ik heb ik het bed nog even voor mezelf; een gevoel dat ik waarschijnlijk deel met vele anderen die een partner hebben.
Opeens schiet me te binnen dat ze al weg was toen ik vanmorgen beneden kwam. Dus heb ik zelf maar koffie gemaakt. Eerlijk, het smaakte haast net zo goed.

Ik hou er van als het ’s morgens stil is in huis. Geen blèrende kinderen, geen tv en geen radio.
Alleen maar de geluiden van het huis zelf. Water dat kookt, gerammel van bestek, het getingel van een lepeltje bij het roeren in de koffie, een ochtendscheetje, het opgewonden gezoem van een vlieg tegen het raam...
Maar je dag kan echter nog zo stil beginnen, voor je het weet wordt je aandacht  weer getrokken door de taal die zich, zodra je ergens een paar knoppen indrukt , bijna onmiddellijk aan je opdringt.
Bijvoorbeeld de stem van de nieuwslezer. Of mijn eigen stem als ik deze probeer los te maken wanneer ik onder de douche sta. Nee, dat is niet hetzelfde als zingen. Het lijkt er zelfs niet op.
En dan de teksten die ik lees. Hele lappen verwerk  ik voordat ik de deur uit ga. Ik begin er soms al mee nog voor ik mijn ontbijt heb gehad. Zo wilde ik vandaag beslist weten of er al oorlog in de Ukraine was uitgebroken. En dan kun je niet volstaan met het lezen van een of ander lullig artikeltje maar moet je alle kranten doorspitten op internet.
Zou je me achteraf vragen om ook maar één gelezen zin letterlijk te herhalen, dan sta ik met een mond vol gepoetste tanden. De strekking van wat ik gelezen heb weet ik meestal wel, maar daarmee heb je ook alles gezegd.
Maar er zijn uitzonderingen. Uit  de film “American Hustler”, die ik vanmiddag zag, is me wel een mooie wandtegeltjesspreuk bij gebleven.
Vertaald luidt deze “Het liefst van alles zou ik iemand willen zijn die in niets lijkt op mezelf”.  Ik denk dat er veel mensen zijn die zich in dit proza herkennen. Wie ze dan zouden willen zijn weten ze niet. Maar alles is blijkbaar goed zolang ze niet zichzelf hoeven te zijn. Voor mij geldt overigens dat ik heel blij ben met mezelf. En dat durf ik best wereldkundig te maken.

Nu, voor vandaag dus geen schrijfoefening. Zoals ik al zei “veel zin om vandaag aan mijn blog te werken heb ik niet”. Ik heb nu wel wat beters te doen. Maar al babbelend zie ik dat het toch weer een heel verhaal geworden is.

zaterdag 1 maart 2014

Oude herinneringen.

‘k Ben vandaag naar een mineralen en fossielenbeurs in Den Haag geweest. Ooit was het zoeken naar fossielen en mineralen namelijk kortstondig een hobby van me. 
Het is heerlijk om in de grond te wroeten alsof je op zoek bent naar een schat en dan iets te vinden wat miljoenen jaren in de schoot van de aarde verborgen is gebleven.
Nu ik met mijn vele vrije tijd geen raad weet, heb ik besloten om deze hobby weer op te nemen. Zeker als je van reizen houdt is het leuk om naar een gebied te gaan waar je verwacht iets moois van moeder aarde cadeau te krijgen. Nu ja, echt cadeau…Je moet er wel voor ploeteren.
In een grijs verleden zaten Arjan en Marco, destijds twee vrienden van me, en ik in een weiland bij het kleine plaatsje Gerolstein in de Eifel te zoeken naar trilobieten, brachiopoden, belemnieten en zeelelies, terwijl de sneeuwvlokken om onze oren vlogen.
Gelukkig hadden we het niet koud want we waren alle drie warm ingepakt en knetterstoned.
Ja, daar heb ik goeie herinneringen aan over gehouden.
Zelf ben ik ooit in mijn eentje in Lyme Regis (Dorset, England) op zoek geweest naar ammonieten. Helaas vond ik slechts fragmenten en ontbrak het mij aan de tijd en het gereedschap om de grote ammonieten die in de rotsen vast zaten er uit te hakken. Achteraf misschien maar goed ook, want ik was met de rugzak en had anders al dat zware verleden met me mee moeten sjouwen.
Maar genoeg over fossielen voordat ik straks zelf voor een fossiel wordt gehouden.
Vandaag wil ik een taaloefening doen waarbij ik een of enkele oude herinneringen beschrijf. Omdat het geheugen vol zit met onechte herinneringen hoeft wat ik nu ga opschrijven ook niet echt gebeurd te zijn. Maar het zou wel kunnen.

Mijn oudste herinnering is een bruine vochtige tepel. Niet zo’n theeschoteltje, maar een mooi tepeltje ter grootte van een eurostuk.  Ik heb het haar nooit gevraagd, maar ik vermoed dat het de tepel van mijn moeder was en dat zij mij toen borstvoeding gaf.  Het is een prettige herinnering, ingebed in gevoelens van warmte en geborgenheid. Nog steeds als ik een tepel zie zijn het deze gevoelens, naast enige andere, die worden opgeroepen.
Maar wat nu als het niet de tepel was van mijn moeder maar die van een ander? Die van Ria bijvoorbeeld, een van mijn eerste vriendinnetjes. Al weet ik bijna zeker dat zij tepeltjes had als kleine moorkoppen.
Nee, aan Ria heb ik niet mijn oudste herinneringen. Zij kwam uit een gezin waarvan de vader meende dat olifanten een dracht hadden van negen jaar. En niemand van de kinderen die hem durfde tegen te spreken. Ria was trouwens heel zuinig op haar tepels. Het heeft erg lang geduurd eer ik ze mocht aanraken. En dan nog maar heel eventjes. En bij nader inzien had ik al vele andere vriendinnetjes gehad eer ik verkering kreeg met haar.

Een andere herinnering is het staan onder de tafel. Ik kon er onder staan zonder dat mijn hoofd het tafelblad aanraakte.  Daar moest ik op mijn tenen voor staan. Dan moet ik een jaar of vier zijn geweest. Of tien.
Muizenstad. Opeens herinner ik mij muizenstad. Waar het was weet ik niet meer, maar ik zie opeens weer allemaal witte muizen die molentjes en verder alles wat draaien kan in beweging brengen.
Ze schuifelen rond in het bruingele zaagsel, voortdurend snuffelend en schichtig bewegend. Waarschijnlijk doodsbang van al die gillende kinderen en vrouwen. Ik zat nog op de arm van mijn moeder, dus ik vermoed dat ik tussen de twee en drie jaar zal zijn geweest.

Wat is het toch lastig om zo ver terug te gaan in het verleden. Ik kan haast niet wachten tot ik dement ben. Het schijnt dat je dan alleen nog maar in je vroegste herinneringen leven kan.

Nee, deze oefening is te zwaar voor me. Misschien beter als ik de volgende keer een schrijfoefening doe waarbij ik mijn toekomstige herinneringen probeer vast te leggen. Waarschijnlijk gaat mij dat beter af.

donderdag 27 februari 2014

Jouw leven is absurd. En het mijne ook.

Nu ik stop met werken heb ik soms het gevoel dat ik naar een feestje ga, zo opgewonden ben ik. Eindelijk eens een feestje dat wat langer duurt en waarin ik de hoofdrol speel. Wie wil zoiets niet?
Natuurlijk betekent werken zoals iedereen weet méér dan geld verdienen. Maar ik denk dat ik die meerwaarde ook kan realiseren zonder werk in loondienst.
Nooit in mijn leven heb ik uitgekeken naar mijn pensioen, maar nu het bijna zover is kan ik niet wachten. En dat is maar goed ook, want morgen sla ik de laatste bladzijde om van het hoofdstuk ‘Moeten’ uit het Levensboek en begin ik aan het hoofdstuk ‘Mogen’, wat naar zeggen van degenen die het gelezen hebben een van de betere hoofdstukken is.
Ik vind het absurd dat ik de kans heb gehad om zo vroeg te stoppen met werken, terwijl ik om mij heen zie dat anderen juist veel langer moeten werken. En vaak ook nog eens harder, want personeel kost alleen maar geld en dat wordt dus niet vervangen als er iemand vertrekt. Maar ik neem het leven zoals het is en tel mijn zegeningen.

De volgende oefening gaat over absurditeit.  Eigenlijk gaat het gewoon nergens over, maar moet dat dan? Taal kan tenslotte overal en nergens over gaan. Oefening 8: Doe maar wat, maar probeer wel enige samenhang aan te brengen in de onzin die je uitkraamt. Doel van deze oefening is om los te komen van het geijkte denken en wat creatiever te worden. En om de lezer te verwarren natuurlijk.

Aan mijn linkerhand heb ik vier vingers en aan mijn rechterhand zes. Net zoveel als ieder ander mens, alleen anders verdeeld.
Zo telt mijn huis vijftig kamers. Dat lijkt veel, maar ze zijn allemaal niet groter dan een vierkante meter. Je kunt er niet eens een toilet in bouwen.
Natuurlijk heb ik geprobeerd om de muren door te breken, maar tevergeefs. Het huis verzet zich teveel. Nu kan ik twee kamers niet meer gebruiken omdat er door mijn gebeuk met een hamer grote gaten zitten in de muren. Hierdoor zal de prijs vermoed ik nog verder zakken als ik het te koop zet. Wat ik niet van plan ben, want mijn huis is uniek.
Omdat ik de andere kamers ook niet gebruik is mijn huis helaas ongeschikt geworden om in te wonen. Dit was me eerder niet opgevallen, maar het verklaart wel waarom ik destijds bij een vriendin van me ben gaan wonen.
Laatst zaten we aan tafel en toen viel het me op dat ze zo uit haar mond stonk. “Wat doe ik hier nog?”, vroeg ik me af, maar nu weet ik dat het komt omdat mijn eigen huis onbewoonbaar is.
Had ik je al gezegd dat ik, in tegenstelling tot aan mijn handen, gelukkig aan mijn beide voeten evenveel tenen heb? Gewoon zes.

Gisteren heeft mijn leidinggevende mijn personeelsdossier in brand gestoken. Hij deed dit onder luid applaus in de lerarenkamer. Hiervoor had iedereen zijn handen gewarmd aan de dossiers van de leerlingen die door ons in de afgelopen maand verwijderd zijn. Zoiets is bij ons altijd een leuk ritueel. Met bier en zo. En een eenvoudige brandblusser binnen handbereik.
Mijn dossier moest in de fik omdat, zoals mijn chef zei, we het liefst alle sporen van je in deze organisatie willen uitwissen. Opnieuw applaus. Ik vermoed dat ik zelf het hardst van allemaal heb geklapt.
Mijn vrouw is zwanger van een ooievaar waarmee ze vreemd is gegaan. Beiden wonen nu bij elkaar in diergaarde Blijdorp. Bij een bezoek aan de dierentuin zei ze me laatst  dat ze over bijna 22 maanden verwacht te bevallen.
Jaloers als ik ben heb ik de ooievaar ingefluisterd dat ik vermoed dat ze het stiekem met een olifant heeft gedaan.
Nu belde mijn vrouw mij gisteren op omdat de ooievaar haar het nest heeft uitgewerkt. Of ze weer thuis mocht komen wonen. Ik vertelde haar dat alle kamers leeg staan en dat ze welkom is. Gelukkig is mijn vrouw maar dertig centimeter groot, dus zij woont als een prinses in ons grote huis.
Ik bedenk me nu dat ze het nooit met een olifant gedaan kan hebben.  Ik heb haar dus onterecht van ontrouw verdacht. Maar ik ben wel blij dat ze bij die ooievaar weg is. Want echt, ik hou van haar. Bovendien stinkt zij niet uit haar mond zoals mijn vriendin. Nu ja, niet zo erg tenminste.
Ik heb er in ieder geval minder last van nu zij in haar eigen kamer zit en mij niet telkens voor de voeten loopt. Want voor haar mogen de kamers dan wel groot lijken; ik struikelde telkens over haar heen als we samen in een kamer waren. Ik ben weg bij mijn vriendin en woon nu in het schuurtje in de tuin.

Nu pas besef ik hoeveel ik van mijn vrouw hou, ondanks haar gewoonte om het met vreemde vogels te doen. Zij is de enige ware voor mij. Ik weet dat omdat de kleine teen van mijn linkervoet pijn begint te doen. Dat kan wijzen op regen, maar ook op een ontluikende liefde. En op dit moment zou ik niet weten op wie ik anders verliefd zou kunnen zijn dan mijn eigen vrouw.
Ja, op de vrouw van een ander. Dat zou kunnen. Maar wie dan?
Besluit ik mijn openhartige ontboezemingen over mijn privéleven met de opmerking dat ik ook deze keer niet altijd de hele waarheid heb verteld. Maar ik heb met mijn kleine leugentje niemand mee willen kwetsen, ook niet de vriendin waarmee ik heb samengewoond. Zo-even belde zij mij op  om mij te laten weten dat ze niet uit haar mond stinkt. En dat is waar. Ik weet ook niet waarom ik dit zei. Misschien om de lezer af te leiden van het feit dat ze wel uit haar reet stinkt.





dinsdag 25 februari 2014

Afscheid.

Terwijl de computer nu al een half uur gescand wordt op malware en inmiddels bijna 200 infecties heeft gevonden, waarvan er 166 in het systeemregister, maak ik van de gelegenheid gebruik om een stukje te schrijven voor mijn nieuwe blog.
Ho, correctie. Die slimme fabrikant heeft het programma zo ontworpen dat ik wel de infecties kan zien maar, in tegenstelling tot hun informatie, niet kan verwijderen, tenzij ik het programma natuurlijk aanschaf.  Wow, do they think I’m a sucker for a penny?
Nee, dus. Microsoft heeft ook gratis windows hulpprogramma’s die gevonden infecties wel verwijderen. Nu, dan laat ik deze maar het vuile werk opknappen. Bij deze.

Vandaag hebben mijn SLB-leerlingen op een allerhartelijkste manier afscheid van mij genomen omdat dit mijn laatste werkweek is. Vanaf komende maandag heeft Nederland er weer een gepensioneerde bij.
Het afscheid was nogal onverwachts. En het waren leuke cadeautjes die ik van ze kreeg. Een mooie plant, wat lekkers in een grote beker en een kanjer van een afscheidskaart die geluid maakt.
Ook al zit het er niet in dat ze allemaal de eindstreep halen, ik gun het ze het van harte. Sommigen van hen hebben het op dit moment helaas gewoon te moeilijk in hun privésituatie. Misschien dat zij dan op een ander ogenblik kunnen laten zien dat ze het wel kunnen.

Dat brengt me gelijk bij oefening 7, die gaat over het nemen van afscheid.
Neem telkens een ander of een andere situatie in je hoofd en een moment van afscheid. Schrijf de (bijna) laatste woorden op die je tegen die ander zegt. Laat de lezer in het ongewisse wie die ander is en wat de situatie is.

Afscheid van Gnöckel.
Nou, ik geloof wel dat ik alles bij me heb. Eens kijken. Een kaart, een kompas, wat toverbonen in mijn knapzak voor onderweg, condooms en mijn pinpas. Het ga je goed Gnöckel en maak je over mij maar geen zorgen. Kom hier, een laatste knuffel.

Afscheid van Peggy.
Maybe this is the last time we see each other. I’ll miss you nou al. Kisses.

Afscheid van een slechte gewoonte.
Ik ben toch wel heel erg hardleers. Als ik zo door ga dan kom ik vroeg of laat flink in de problemen. Deze keer stop ik er echt mee. Ik meen het.

Afscheid van een slecht mens.
Dat zal wel pijn doen. Ik kan het niet aanzien dat je zo lijdt. Nog iets te zeggen? Het spijt me. Jij zou precies hetzelfde met mij gedaan hebben, alleen wat langzamer. Daar ga je.

Afscheid van de winter.
Rot maar op.

Afscheid van het snoepen.
Nou, vooruit dan maar. Alleen omdat je zo aandringt.

Afscheid van het blowen.
Als ik deze stick op heb wacht ik een paar weken voor ik wat nieuwe bubblegum haal. Nou ja, in ieder geval de rest van de week.

Afscheid van een mooi meisje.
Ik blijf nog even. Goed?

Afscheid van 40 jaar werken in loondienst.
Hè, hè. Dat was dat.


Zelf nog graag even afscheid nemen? Laat het me weten en ik verwerk je bijdrage (eventueel anoniem) in mijn blog.

maandag 24 februari 2014

De ballen.

Soms kom je woorden tegen die je nog nooit eerder hebt gehoord en die je een goed gevoel geven. Ooit wel eens gehoord van Scrotumactivist? Wat een mooi woord, niet? Ik had er nog nooit van gehoord, maar las zo-even dat het betrekking had op een demonstrant in Rusland die zijn scrotum had vastgespijkerd (Waaraan? Een boom? Een schutting? Een andere demonstrant?) om zijn ongenoegen kracht bij te zetten. Als dat geen radicale stap is.
Spreek het eens zachtjes uit. S-c-r-o-t-u-m-a-c-t-i-v-i-s-t. Mooi, hè?
Zou hij hulp hebben gehad bij het vastspijkeren? En bij het losmaken?
Deze oefening gaat, je raadt het al, over het bedenken van nieuwe woorden. In dit geval woorden die betrekking hebben op ‘het scrotum’.

1. Scrotumreclame; reclame verzorgd met letters of afbeeldingen op je scrotum. Alleen zichtbaar voor je intieme vrienden of vriendinnen. Bijvoorbeeld “Waarschuw me als je het liever zonder condoom met me doet”.

2. Scrotumtatoeage; een tatoeage die steeds van vorm verandert. Bijvoorbeeld een getatoeëerd zakje geld, dat groter en kleiner wordt. Een mooi statement van een speculant. Liefhebbers kunnen deze tatoeage natuurlijk door laten lopen via de penis. Kan voor een vrolijk moment zorgen als je seks hebt of even moet sassen.

3. Scrotumgevoel; gewoon jeuk aan je ballen. Niet omdat je last hebt van platjes, maar omdat je je verveelt. Het is het verstandigst om dit gevoel te negeren, want het bijpassende gedrag is nogal ordinair.

4. Scrotuminitiatief; je lul achterna lopen. Komt voor bij mannen die last hebben van het scrotumgevoel. Al zijn ook andere redenen bekend. Ook hier geldt dat je er niet (altijd) aan moet toegeven.

5. Scrotumseizoen. Winter. De tijd dat je scrotum goed en warm opgeborgen is om te voorkomen dat hij ineenschrompelt tot de grootte van een pinda. God, wat hou ik van de winter.

6. Scrotumhoogseizoen. Lente. Het scrotum is uit zijn winterslaap ontwaakt en wil, net als de lammetjes en kalfjes, de wei in. Het voelt zich dartel en zoekt een vriendje of vriendinnetje. Ja, de lente. Ook al zo’n fijn seizoen.

7. Scrotum-allhigh. Zomer. De tijd dat het scrotum neiging heeft tot het tonen van scrotuminitiatief. De wereld is mooi en alles is mogelijk. Wie houdt er niet van de zomer?

8. Scrotumdip. Herfst. Het scrotum bereidt zich voor op rustiger tijden. Wordt ook gebruikt als er sprake is van een ‘afknapper’, namelijk als je partner begint te lachen als hij of zij je scrotum ziet.

9. Scrotumwoede. Als een zaak fout gaat, bijvoorbeeld een breuk in de relatie of een faillissement.  
Alles naar de klote. Ja, de herfst vind ik de minst aangename van alle seizoenen.

10. Scrotumplezier. Het plezier dat twee personen beleven aan het scrotum van de een.

11. Scrotumdubbelplezier. Het plezier dat twee personen beleven aan elkaar's scrotum.

Mocht je er zin in hebben stuur mij je eigen ‘scrotumvariaties’ op en ik zal er gepaste aandacht aan besteden. Op je verzoek doe ik dit anoniem.

Op 20 februari vroeg ik om reacties op de ‘eerste zinnen uit een boek’, o.a. “Er gaan precies 382 knikkers in een wandelschoen maat 43.” Loes (Niet haar echte naam) schreef de volgende synopsis.

Nadat hij uitgegleden was over de honderden knikkers die zijn kleine nichtje in zijn wandelschoenen had gedaan en hij daarbij op zijn hoofd terecht was gekomen, wordt Johan wakker in een groot bos. Naast hem zit een mooie jonge vrouw met een melkwitte huid, lippen zo rood als het rood van een ondergaande zon en haar zo zwart als het schaamhaar van een raaf. Het blijkt sneeuwwitje te zijn.
Nadat zij samen heel veel avonturen hebben beleefd wordt Johan opnieuw wakker, maar deze keer in het bed van zijn buurvrouw die zich over hem ontfermd had, toen zij hem door het raam daar zo bewusteloos in de huiskamer op de grond zag liggen. Gelukkig voor Johan is hij net gescheiden en was hij al een tijdje verkikkerd op de buurvrouw. Die overigens gewoon getrouwd is, maar met een kapitein van de Grote Vaart, die vaak van huis is. Helaas deze keer niet en als Johan opnieuw wakker wordt na een vervelende ontmoeting met de buurman, is het in het ziekenhuis. Daar ontmoet hij Annabelle, een jonge verpleegkundige. Met haar vindt hij opnieuw zijn levensgeluk.


Nu Loes, ik heb misschien een klein beetje aan je synopsis veranderd (er zaten nogal veel taalfouten en kromme zinnen in) maar ik hoop dat ik hier toch de strekking van jouw samenvatting goed heb weergegeven. Bedankt voor je reactie.

zaterdag 22 februari 2014

Verrassend.

Toen ik Paula vertelde wat de verschillende effecten zijn van hasj en wiet en waar mijn voorkeur naar uit gaat, reageerde zij met “Toch leuk om na al die jaren dat ik met een junk leef te horen waarom hij liever high is dan stoned”. Kijk, dit soort verrassende gesprekken zouden wij vaker moeten voeren.
Vandaag gaan we elkaar daarom verrassen met de volgende oefening.
Oefening 6: Schrijf twee korte verrassende dialogen.

Het kleine meisje zit samen met haar moeder aan de keukentafel. Het licht van de ochtendzon valt met de schaduw van een vlinder op het tafelblad. Het kind vouwt er haar handen over heen en zegt:
“Kijk mama, als je de vlinder beet pakt, dan vliegt hij niet weg”.
Moeder ziet de vlinder op het raam zitten. “Waarom denk je dat hij niet weg vliegt?”
“Omdat ik héééél erg voorzichtig ben en hij weet dat ik hem niet stuk wil maken.”
Dan bonst moeder met haar vlakke hand tegen het raam. Geschrokken fladdert de vlinder weg.
“Ik denk toch niet dat hij het wist”, zegt ze tegen haar beteuterd kijkende dochter.

Het meisje achter de kassa geeft me zestien euro terug. Ik wijs haar er op dat dit teveel is.
“Het is vierentwintig euro, ik geef je er vijfentwintig, dus ik krijg één euro terug.”
“U gaf me veertig euro”, zegt ze.
“Weet je dat zeker?”
Ze aarzelt. Zin in kastekort heeft ze niet. En als deze meneer zegt dat ze hem teveel heeft terug betaald…
“Mag ik dan vijf euro van u terug?” vraagt ze. Ik geef haar die vijf euro.
“Als je hiermee genoegen neemt…”, zeg ik. “Weet je, ik heb rekenles gegeven op een Mbo-opleiding, maar ik ben er mee gestopt omdat ik er niet tegen kon dat het rekenniveau bij veel leerlingen zo laag was.” Ze glimlacht en wendt zich tot een andere klant waarvan ze inmiddels begonnen was de boodschappen af te rekenen. “Bonuskaart bij u?”
Ik doe mijn boodschappen in het karretje en sta net op het punt om weg te lopen als de kassamedewerkster zich opnieuw tot mij wendt.
“Volgens mij heb ik u toch teveel geld terug gegeven”.
“Dat klop”, zeg ik. “Hoeveel wil je nog van me terug?”
“Vijfentwintig?”
“Nee, dat is teveel. Weet je het echt niet meer?”
“Twintig?”
“Nee, je krijgt nog een tientje van me.”
“U bent al de vijfde waarmee het fout gaat vandaag”, zegt ze bijna fluisterend.

“Ach, je hebt gewoon je dag niet. Èn je kunt niet rekenen”, zeg ik haar om haar op te monteren.

donderdag 20 februari 2014

“Een eerste indruk is wat je het laatste bij blijft”

Wie was het ook al weer die zei “Als ik een goed boek wil lezen dan schrijf ik het zelf wel.”?
Met de oefening van vandaag worden er in een notendop boeken toegelicht die nooit geschreven zijn en mogelijk nooit geschreven zullen worden.

Oefening 5a: Schrijf 7 openingszinnen van niet bestaande boeken.
Oefening 5b: Schrijf een samenvatting van 3 van deze boeken.

Toen ik vanmorgen wakker werd lag er een dooie vogel naast mijn bed.

Synopsis: Harry, een vrijgezelle man van middelbare leeftijd, heeft de kat van zijn buurvrouw te logeren terwijl zij met vakantie is. Er is in de wijk al enkele maanden een kattenmepper actief en ook de kat wordt ontvoerd.  Harry gaat naar hem op zoek en belandt in een wereld van dierenbeulen en bestialiteiten in de hoogste maatschappelijke kringen. Zijn leven loopt gevaar als Harry ontdekt dat er in een slachthuis op een perverse manier met het vlees wordt geknoeid. Een meesterlijk geschreven thriller.


Ik was van plan geweest om met de auto te gaan, maar die bleek te zijn gestolen.

Synopsis: Gert is een cynische en aan lager wal geraakte Art Director. Hij heeft een belangrijk sollicitatiegesprek bij een reclamebureau in Amsterdam. Hij moet deze baan gewoon hebben. Vanaf het moment dat hij opstaat gaat alles helaas mis. Zijn wagen blijkt te zijn gestolen, hij scheurt zijn colbertje bij een worstelpartij in de trein als hij een conducteur wil ontzetten die door een zwartrijder in bewusteloos geslagen wordt en hij wordt door de spoorwegrecherche meegenomen omdat zij hem voor de dader aanzien. Als het misverstand wordt ontdekt is het al avond.  
Op weg naar huis vergeet Gert het 1e klas treinkaartje af te stempelen dat hij ter compensatie heeft gekregen. De gebeurtenissen hierna lopen volledig uit de hand.


Ze vindt zichzelf een lekker wijf en anderen vinden dit ook..

Synopsis: Alice is een mooie meid en weet dit van zichzelf. Als ze de mysterieuze Rob op een feestje ontmoet blijkt hij minder belangstelling voor haar te hebben dan zij graag had gezien.
Ze weet alleen van hem dat hij afkomstig is uit een eeuwenoud adellijk geslacht.  
Vastbesloten om hem aan haar kring van bewonderaars toe te voegen weet zij via haar vriendin Elizabeth een date te regelen met Rob. Deze blijkt een dodelijk geheim met zich mee te dragen.

Als je je ertoe geroepen voelt, schrijf dan zelf de samenvattingen die behoren bij de boeken die beginnen met de volgende zinnen:

Nadat mijn moeder uit de gevangenis ontsnapt was heeft mijn broer haar weer aangegeven.

Er gaan precies 382 knikkers in een wandelschoen maat 43.

Het eerste schot ging door zijn hoofd terwijl de rest van de schoten hem gemist heeft.

Het liefst was ik bij haar gebleven maar dat vond haar man niet goed.


Stuur ze naar me toe en ik beloof je dat ik ze de volgende keer opneem in mijn blog met vermelding van je naam. Veel schrijfplezier.

woensdag 19 februari 2014

Spareribs

Oefening 4: Herschrijf een klein stukje tekst steeds opnieuw. Stop bij 500 woorden.

1. Zoals iedereen weet is een vegetarische maaltijd niet compleet zonder spareribs.
Helaas bleek het opnieuw teveel te zijn en aangezien “de vrouw” morgenavond met een vriendin van haar uit eten gaat is wat er is overgebleven van het varken voor mij.

2. Heerlijk die spareribs. Het zijn er wel veel. Die krijg ik nooit op. Zeker niet als ik al die groente die er onder ligt ook nog eens moet opeten. En om nou morgenavond als ik alleen thuis ben opnieuw vlees te eten…

3. Kijk eens wat we hier hebben. Kant en klare spareribs van de scharrelslager en biologisch groente en vleesvervangers van Spirit. Je weet wel, het enige biologische en vegetarische restaurant van Rotterdam. Het is zoals altijd weer veel te veel, dus morgenavond hoef ik niet te koken. Dat scheelt.

4. Misschien niet zo’n goed idee om nu ook nog eens spareribs te halen bij de scharrelslager. En zeker niet zo’n groot stuk. Ik weet niet waarin het vlees is gemarineerd, maar niet in de honing en dat vind ik juist zo lekker. Moet ik die groente die er bij ligt ook opeten?  Morgen de restjes…

5. Spareribs van een scharrelvarken. Biologische groenten. Als dit geen gezonde maaltijd is dan weet ik het niet meer. Ik vrees dat ik wat er overblijft morgenavond alleen moet opeten, want Paula is dan niet thuis. Nu ja, ik kan altijd nog een patatje halen.

6. Stom dat ik de verleiding niet kon weerstaan en zo’n groot stuk spareribs heb gekocht bij de scharrelslager. Aan een kwart van dit stuk heb ik al meer dan genoeg. De biologische groente die er bij zit is al drie dagen oud, maar smaakt nog redelijk. Als je tenminste niet te kritisch bent.

7. Wanneer heb ik voor het laatst spareribs gegeten? Afgezien van daarnet dan? Toch al weer een tijdje geleden. Ik snap die vegetariërs niet. De vleesvervangers op mijn bord smaken niet slecht, maar het haalt het niet bij een goed klaargemaakt stukje vlees. Al is het ook deze keer weer veel teveel.

8. Spareribs, lekkere spareribs. En groente, lekkere opgewarmde biologische groente van drie dagen oud. Wat hebben we het toch weer goed. Veel en lekker. Misschien wel iets teveel. En om nu morgenavond als ik alleen thuis ben weer kliekjes te eten…

9. Deze spareribs smaken niet slecht, maar ik heb ze wel eens malser gehad. Je kon ze toen zo van het bot zuigen. Er blijft nog flink wat over voor morgen, maar ik denk dat dit overmorgen ook nog goed te eten is. Dan zal ik het toch in mijn eentje moeten opeten want Paula is twee avonden weg.


10. Die spareribs komen me m’n keel uit. En die biologische groente helemaal. Ik ga eens kijken of er nog een lekker koud biertje in de ijskast staat.

maandag 17 februari 2014

De tandarts.

Voor het moment (en waarschijnlijk voor altijd) nemen we even afscheid van onze lesbo Daan. Ik heb haar te kort gekend om nu al een band met haar te hebben en daarom valt het afscheid gemakkelijk. Tijd voor iets anders.

Oefening 3. Beschrijf in minder dan 406 woorden zo realistisch mogelijk een gebeurtenis die je onlangs hebt meegemaakt en de gedachten die je daar bij had.

Toen ik vanmorgen bij de tandarts lekker comfortabel in de stoel zat voor de halfjaarlijkse controle, bedacht ik dat het beschrijven van de gedachtestroom terwijl je kies wordt gevuld ook een mooie schrijfoefening is. Dus terwijl hij me zei dat mijn tandvlees een heel klein beetje ontstoken was, er wat tandplak verwijderd moest worden en dat hij linksonder een gaatje had gezien dat hij nu wel gelijk even zou vullen, concentreerde ik mij op mijn gedachten. Niets. Helemaal niets. Behalve dat ik niet wist hoe erg het deze keer met mijn tandsteen was en maar hoopte dat het meeviel.
Met een apparaat dat ultrasone trillingen af geeft werd eerst het tandsteen in mijn mond los getrild.
Met een curette pulkte de tandarts hierna voorzichtig tussen mijn tanden het tandsteen en wat achtergebleven voedselresten weg. Ik voelde hoe het haakje soms achter de tanden in mijn onderkaak bleef hangen, maar een onaangenaam gevoel was het niet. Nu was het tijd voor het gaatje in mijn kies.

Terwijl de boor een hoog zoemend geluid maakte vroeg de tandarts mij of ik me wat wilde ontspannen en mijn mond wat verder open wilde doen.
Ik dacht juist dat ik lekker ontspannen was en dat mijn mond wagenwijd open stond, maar bij nader inzien was ik minder ontspannen dan ik gedacht had. Ik opende mijn gebalde vuisten en voelde nu pas hoe de spanning in mijn bovenarmen weg zakte.
Ondertussen ging het boren door en ik bedacht dat als hij zou uitschieten de boor waarschijnlijk door mijn wangen zou gaan. Of zou hij misschien in mijn tong blijven steken. Zou je in je mond in zo’n geval een fatale bloeding kunnen krijgen? Ik bedoel, wat zou ik in zo’n geval moeten doen? Mond dicht houden? Kiezen op elkaar?
De tandarts vertelde me dat hij nu een ringetje om mijn kies deed. Ik herinnerde me dat hij dit bij een eerdere behandeling ook had gedaan. Nu weet ik dat dit nodig is omdat anders de composietvulling aan de andere kiezen kan blijven plakken. Dus het boren zat er al weer op. Dat was snel gegaan.

Nadat de vulling was uitgehard, wat slechts een minuut of zo duurde, verwijderde hij het ringetje weer. Net als bij binnenkomst schudde hij mijn hand toen ik van de stoel was opgestaan en zei me dat ik bij de assistente een nieuwe afspraak kon maken. Gelukkig hoef ik pas op 1 september terug te komen.

zondag 16 februari 2014

Daan komt tot leven

Het bedenken van een karakter is een scheppingsdaad zonder eicellen of zaad. Ineens is er een nieuwe wereldburger bij gekomen.
Het is jammer voor Daan, maar een lang leven is ze niet beschoren. Personages in de virtuele werkelijkheid sterven een vroege dood als je geen of weinig aandacht aan ze besteedt. Daan is er maar even, zodat ik op haar kan oefenen. Ik kan ook niet veel met haar, want zonder eigen gedachten is ze een bloedeloze creatie.
Daarom ga ik in de volgende twee oefeningen proberen om wat leven in haar te pompen.

Oefening 2a: monologue intérieur
Beschrijf  in maximaal 500 woorden wat er door het door jou gecreëerde personage (Daan) heen gaat als zij haar ouders net verteld heeft dat ze lesbisch is..

Moet je hem eens zien. Wat staat-ie zich daar op te winden. Straks krijgt-ie nog een hartverzakking.
Nog steeds dezelfde driftkop die hij altijd is geweest. Hoor hem eens tekeer  gaan. Alsof ik een moord gepleegd heb. Ga toch zitten man. Ma en ik zitten toch ook. Waar maak je je toch zo druk over? Ik heb alleen maar gezegd dat ik niet op mannen val en dat ik een vriendin heb.
Ja, de wereld stort in. Jullie hebben gelijk. Ik ben een lesbo, pa. Een vieze pot. Een minette. Zeg het nog maar eens zodat je zeker weet dat ik je heb gehoord.
Maar ik hou tenminste van iemand, zak. Heb jij ooit van ma gehouden? Ja, die vrouw daar met die betraande ogen en die schuldige blik. Mijn God, wat kijkt ze weer schuldig. Alsof ze er persoonlijk voor heeft gezorgd dat ik op vrouwen viel en nu hiervoor ter verantwoording wordt geroepen.
Wat is ze het weer met hem eens. Niet eens een poging om het voor me op te nemen. Hem overal in gelijk geven. Lekker makkelijk.
Wat zegt-ie nu? Dat het onnatuurlijk is? Dat God dit nooit zo bedoeld heeft? Sinds wanneer komt God hier weer over de vloer? Heb ik iets gemist? Ik dacht dat ze God in de kerk achter hadden gelaten toen ze er twintig jaar geleden voor het laatst naar toe gingen.
Zou het straks gaan regenen? Het ziet er zo bewolkt uit. Goed dat ik met de auto ben. 
Nee pa. Je hebt geen gelijk. Zeggen dat je gelijk hebt is niet hetzelfde als gelijk hebben. Je hebt geen gelijk alleen omdat je een man bent. Misschien ben je wel een homo, pa. Mijn vader, de homo. Lijkt me een leuke titel voor een film.
Van die treurige vrouw kun je toch nooit echt gehouden hebben, pa? Spijt dat je nooit uit de kast bent gekomen? Je bent een gefrustreerde homo, pa. Als je bent uitgeraasd zal ik je het zeggen.
Ga straks maar naar je homovriendjes in de kroeg en laat mij met rust.

Oefening 2b: monologue intérieur
Beschrijf  in maximaal 500 woorden wat er door het door jou gecreëerde personage (Daan) heen gaat net nadat zij met haar ouders gebroken heeft.

Ik haat ze. Ik haat ze allebei. Stom wijf. Waarom doet ze altijd zo moeilijk? Waarom mag ik mijn leven niet leiden zoals ik wil. Ik ben toch geen kind meer. Waarom ik niet gewoon een leuke jongen zoek? Hallo ma, wordt eens wakker. We leven in de eenentwintigste eeuw.
Net of zij zo gelukkig is met pa. Mannen.  Ze had zich best wat meer solidair met mij mogen tonen toen pa zo lullig begon te praten over Annelies. Hij kent haar niet eens.
Misschien had ik niet zo heftig moeten reageren. Maar die man ziet me niet staan. Heeft me nooit zien staan. Nooit geaccepteerd. En nu moet-ie mij er ineens aan herinneren dat ik zijn dochter ben.
En zijn dochter is een doodnormale vrouw die van mannen houdt en niet van andere vrouwen.
Want wat weet ik van mannen? Niets toch. Hij zou eens moeten weten. Behandelt me als een schoolmeisje. Opeens ben ik zijn kleine kindje dat door hem beschermd moet worden. De lul.
Je bent een klootzak pa. Een male chauvinist pig. Ik ben je kleintje al lang niet meer.  Neem maar een hond als je de baas wilt spelen. Je dochter is zelf baas. Die heeft jouw goeie adviezen en bemoeizucht niet nodig.
En ma maar knikken en met haar hoofd schudden als hij wat zegt. Precies op de maat en in zijn straatje. Tjonge Jonge, wat zijn we het weer met elkaar eens. En wat is die Daan toch een zielenpiet.  Hoe haalt ze het in haar hoofd om op een vrouw te vallen?
Jij had beter niet op pa kunnen vallen, ma. Dan was ik er ook niet geweest. Tenminste niet met jullie als kleinzielige ouders.
Ze denken vast dat de bui wel weer zal overwaaien. Nou, deze keer niet. Mooi niet.

Dat ik het niet meende toen ik zei dat ik voor Annelies koos en niet voor hen. Nou ma, pa, dat meende ik wel. Zoek het maar uit. 
Ik hoef ze sowieso nooit meer te zien. Laat ze maar denken dat het goed komt. Misschien zou ik mijn huis moeten opzeggen en bij Annelies moeten intrekken. De huur betaal ik toch al. Het maakt nu toch niet meer uit. Ik heb er genoeg van om te doen alsof. Misschien is het ook beter voor Timo als ik bij Annelies ga wonen. En de woning is groot zat.