Toen ik Paula vertelde wat de verschillende effecten zijn
van hasj en wiet en waar mijn voorkeur naar uit gaat, reageerde zij met “Toch
leuk om na al die jaren dat ik met een junk leef te horen waarom hij liever
high is dan stoned”. Kijk, dit soort verrassende gesprekken zouden wij vaker
moeten voeren.
Vandaag gaan we elkaar daarom verrassen met de volgende
oefening.
Oefening 6: Schrijf twee korte verrassende dialogen.
Het kleine meisje zit samen met haar moeder aan de
keukentafel. Het licht van de ochtendzon valt met de schaduw van een vlinder op
het tafelblad. Het kind vouwt er haar handen over heen en zegt:
“Kijk mama, als je de vlinder beet pakt, dan vliegt hij niet
weg”.
Moeder ziet de vlinder op het raam zitten. “Waarom denk je
dat hij niet weg vliegt?”
“Omdat ik héééél erg voorzichtig ben en hij weet dat ik hem
niet stuk wil maken.”
Dan bonst moeder met haar vlakke hand tegen het raam.
Geschrokken fladdert de vlinder weg.
“Ik denk toch niet dat hij het wist”, zegt ze tegen haar
beteuterd kijkende dochter.
Het meisje achter de kassa geeft me zestien euro terug. Ik
wijs haar er op dat dit teveel is.
“Het is vierentwintig euro, ik geef je er vijfentwintig, dus
ik krijg één euro terug.”
“U gaf me veertig euro”, zegt ze.
“Weet je dat zeker?”
Ze aarzelt. Zin in kastekort heeft ze niet. En als deze
meneer zegt dat ze hem teveel heeft terug betaald…
“Mag ik dan vijf euro van u terug?” vraagt ze. Ik geef haar
die vijf euro.
“Als je hiermee genoegen neemt…”, zeg ik. “Weet je, ik heb
rekenles gegeven op een Mbo-opleiding, maar ik ben er mee gestopt omdat ik er
niet tegen kon dat het rekenniveau bij veel leerlingen zo laag was.” Ze
glimlacht en wendt zich tot een andere klant waarvan ze inmiddels begonnen was
de boodschappen af te rekenen. “Bonuskaart bij u?”
Ik doe mijn boodschappen in het karretje en sta net op het
punt om weg te lopen als de kassamedewerkster zich opnieuw tot mij wendt.
“Volgens mij heb ik u toch teveel geld terug gegeven”.
“Dat klop”, zeg ik. “Hoeveel wil je nog van me terug?”
“Vijfentwintig?”
“Nee, dat is teveel. Weet je het echt niet meer?”
“Twintig?”
“Nee, je krijgt nog een tientje van me.”
“U bent al de vijfde waarmee het fout gaat vandaag”, zegt ze
bijna fluisterend.
“Ach, je hebt gewoon je dag niet. Èn je kunt niet rekenen”,
zeg ik haar om haar op te monteren.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten