Het bedenken van een
karakter is een scheppingsdaad zonder eicellen of zaad. Ineens is er een nieuwe wereldburger bij gekomen.
Het is jammer voor
Daan, maar een lang leven is ze niet beschoren. Personages in de virtuele
werkelijkheid sterven een vroege dood als je geen of weinig aandacht aan ze
besteedt. Daan is er maar even, zodat ik op haar kan oefenen. Ik kan ook niet
veel met haar, want zonder eigen gedachten is ze een bloedeloze creatie.
Daarom ga ik in de
volgende twee oefeningen proberen om wat leven in haar te pompen.
Oefening 2a: monologue intérieur
Beschrijf in
maximaal 500 woorden wat er door het door jou gecreëerde personage (Daan) heen
gaat als zij haar ouders net verteld heeft dat ze lesbisch is..
Moet je hem eens zien. Wat staat-ie zich daar op te winden.
Straks krijgt-ie nog een hartverzakking.
Nog steeds dezelfde driftkop die hij altijd is geweest. Hoor
hem eens tekeer gaan. Alsof ik een moord
gepleegd heb. Ga toch zitten man. Ma en ik zitten toch ook. Waar maak je je
toch zo druk over? Ik heb alleen maar gezegd dat ik niet op mannen val en dat
ik een vriendin heb.
Ja, de wereld stort in. Jullie hebben gelijk. Ik ben een lesbo,
pa. Een vieze pot. Een minette. Zeg het nog maar eens zodat je zeker weet dat
ik je heb gehoord.
Maar ik hou tenminste van iemand, zak. Heb jij ooit van ma
gehouden? Ja, die vrouw daar met die betraande ogen en die schuldige blik. Mijn
God, wat kijkt ze weer schuldig. Alsof ze er persoonlijk voor heeft gezorgd dat
ik op vrouwen viel en nu hiervoor ter verantwoording wordt geroepen.
Wat is ze het weer met hem eens. Niet eens een poging om het
voor me op te nemen. Hem overal in gelijk geven. Lekker makkelijk.
Wat zegt-ie nu? Dat het onnatuurlijk is? Dat God dit nooit
zo bedoeld heeft? Sinds wanneer komt God hier weer over de vloer? Heb ik iets
gemist? Ik dacht dat ze God in de kerk achter hadden gelaten toen ze er twintig
jaar geleden voor het laatst naar toe gingen.
Zou het straks gaan regenen? Het ziet er zo bewolkt uit.
Goed dat ik met de auto ben.
Nee pa. Je hebt geen gelijk. Zeggen dat je gelijk hebt is
niet hetzelfde als gelijk hebben. Je hebt geen gelijk alleen omdat je een man
bent. Misschien ben je wel een homo, pa. Mijn vader, de homo. Lijkt me een
leuke titel voor een film.
Van die treurige vrouw kun je toch nooit echt gehouden
hebben, pa? Spijt dat je nooit uit de kast bent gekomen? Je bent een
gefrustreerde homo, pa. Als je bent uitgeraasd zal ik je het zeggen.
Ga straks maar naar je homovriendjes in de kroeg en laat mij
met rust.
Oefening 2b: monologue intérieur
Beschrijf in
maximaal 500 woorden wat er door het door jou gecreëerde personage (Daan) heen
gaat net nadat zij met haar ouders gebroken heeft.
Ik haat ze. Ik haat ze allebei. Stom wijf. Waarom doet ze altijd
zo moeilijk? Waarom mag ik mijn leven niet leiden zoals ik wil. Ik ben toch
geen kind meer. Waarom ik niet gewoon een leuke jongen zoek? Hallo ma, wordt eens wakker. We leven in de eenentwintigste eeuw.
Net of zij zo gelukkig is met pa. Mannen. Ze had zich best wat meer solidair met mij
mogen tonen toen pa zo lullig begon te praten over Annelies. Hij kent haar niet
eens.
Misschien had ik niet zo heftig moeten reageren. Maar die
man ziet me niet staan. Heeft me nooit zien staan. Nooit geaccepteerd. En nu
moet-ie mij er ineens aan herinneren dat ik zijn dochter ben.
En zijn dochter is een doodnormale vrouw die van mannen
houdt en niet van andere vrouwen.
Want wat weet ik van mannen? Niets toch. Hij zou eens moeten
weten. Behandelt me als een schoolmeisje. Opeens ben ik zijn kleine kindje dat
door hem beschermd moet worden. De lul.
Je bent een klootzak pa. Een male chauvinist pig. Ik ben je
kleintje al lang niet meer. Neem maar
een hond als je de baas wilt spelen. Je dochter is zelf baas. Die heeft jouw
goeie adviezen en bemoeizucht niet nodig.
En ma maar knikken en met haar hoofd schudden als hij wat
zegt. Precies op de maat en in zijn straatje. Tjonge Jonge, wat zijn we het
weer met elkaar eens. En wat is die Daan toch een zielenpiet. Hoe haalt ze het in haar hoofd om op een vrouw
te vallen?
Jij had beter niet op pa kunnen vallen, ma. Dan was ik er
ook niet geweest. Tenminste niet met jullie als kleinzielige ouders.
Ze denken vast dat de bui wel weer zal overwaaien. Nou, deze
keer niet. Mooi niet.
Dat ik het niet meende toen ik zei dat ik voor Annelies koos
en niet voor hen. Nou ma, pa, dat meende ik wel. Zoek het maar uit.
Ik hoef
ze sowieso nooit meer te zien. Laat ze maar denken dat het goed komt. Misschien
zou ik mijn huis moeten opzeggen en bij Annelies moeten intrekken. De huur betaal
ik toch al. Het maakt nu toch niet meer uit. Ik heb er genoeg van om te doen
alsof. Misschien is het ook beter voor Timo als ik bij Annelies ga wonen. En de
woning is groot zat.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten