zaterdag 15 februari 2014

Het begin.

Aan mijn voeten ligt een wijds landschap. Het is de wereld van de taal. De komende tijd ga ik het gebied opnieuw verkennen. Mensen in mijn omgeving hebben mij er voor gewaarschuwd dat ik voorzichtig moet zijn. Ik zou niet de eerste zijn die er overvallen wordt door een schrijversblok.
Op zoek naar woorden en zinnen om de verhalen die ik wil vertellen inhoud te geven, moet ik bereid zijn om op mijn schreden terug te keren als ik een verkeerde afslag heb genomen, werd mij verteld.
Dat is de enige manier om te voorkomen dat ik er verdwaal.
“Neem de tijd. Het is geen aangenomen werk”, zei een ander. Nou, straks tijd zat.
Het  duidelijkste advies kreeg ik van iemand die zelf een blog had bijgehouden. “Stop er mee en ga iets nuttigs doen. Er wordt al zo veel geschreven. Niemand heeft meer tijd om te lezen. En wat jij te zeggen hebt is al duizend keer beter verteld door anderen.” Waarvan akte.
Helemaal onbekend met het landschap ben ik gelukkig niet, getuige mijn aangeboren taalgevoel.
 “Als ik groot ben word ik docent bij het Zadkine” waren de eerste woordjes die ik tot mijn verbaasde ouders sprak. Daarna pas volgde het obligate “Mama” en “Papa” waarmee ik enige ontroering maar ook irritatie opriep omdat ik mijn vader “Mama” en mijn moeder “Papa” noemde. Een frons in het voorhoofd van mijn vader zorgde er voor dat ik mij onmiddellijk herstelde.
“Lieve ouders. Ik ben zo blij dat ik geboren ben. Pa, bedankt voor het concipiëren van mama. Dat moet een heel karwei zijn geweest daar in die warme tropennacht. En bedankt ma, dat u mij toen niet heeft geaborteerd maar, zoals het een keurig meisje betaamde in die tijd, hierna met pa getrouwd bent.” Mijn beide ouders waren aangenaam verrast door de dankbaarheid die ik hen toonde. Helaas voor hen is het van mijn kant hierbij gebleven tijdens de slechts enkele jaren dat zij mij samen verzorgden.
                                                                                                                                                          
Ja, ik heb iets met taal. Maar wie niet. Er schijnen honderdduizenden een dagboek bij te houden, vele tienduizenden verdienen hun brood op de een of andere manier met taal en een veelvoud van hen worstelt er dagelijks mee als zij weer eens moeite hebben om uit hun woorden te komen.
Noodgedwongen beperken zij zich dan tot het uitstoten van wat betekenisloze klanken, zodat anderen zelf kunnen bepalen wat er is gezegd. Dat dit dan tot miscommunicatie leidt lijken zij op de koop toe te nemen.
Docenten Nederlands bijten hun tanden stuk op deze ongeletterden in de hoop hen tenminste de basis bij te brengen. Kijk ik om mij heen, dan word ik niet blij van de resultaten die ik zie.

Zoals ik al vele maanden geleden heb aangegeven wil ik beter leren schrijven. Deze stoeipartij met woorden en zinnen, die soms de proporties van een worsteling aan kan nemen, wil ik delen met mijn lezertjes. Het is aan hen om te bepalen of ik na enige tijd vooruitgang heb geboekt en of ik met mijn oefeningen op de juiste weg zit.  Commentaar en suggesties zijn niet van harte welkom, maar ik zal er wel aandacht aan besteden en ze hierna naast me neerleggen.
Op dit moment heb ik nog geen duidelijk beeld wat ik precies wil, waar het naar toe gaat en of het sowieso geen hopeloze onderneming wordt. Enige samenhang in wat ik schrijf mag de lezer zelf aanbrengen, want voorlopig ben ik daartoe nog niet in staat.

Oefening 1.
Creëer een karakter dat heel ver van je bed staat. Beschrijf hem of haar in maximaal 500 woorden.

Als kind was ze al een tobber. Voor haar was het glas nooit half vol maar half leeg. Daarnaast was ze erg onzeker omdat ze licht loenste en rossig haar had.
Toen haar bedilzieke moeder tegen alle verwachtingen in de laatste keer geen miskraam had gekregen, maar zij uiteindelijk geboren werd, hadden ze haar Daan genoemd. Een naam die ook door sommige jongens wordt gedragen.
Haar ouders hebben nooit geweten hoe ongelukkig zij was. Van de andere kant heeft zij het nooit geweten van hen.
Na aanvankelijk teleurgesteld te zijn geweest in haar geboorte, zagen zij na verloop van tijd in haar de zoon die ze zich zo vurig hadden gewenst, maar die er nooit was gekomen.
Poppen waren taboe evenals een poppenwagen en een poppenhuis. Door haar op te voeden als een jongen hoopten ze van haar een zelfstandige en onafhankelijke vrouw te maken.
Met haar vijfendertig jaar stond zij nu aan het hoofd van een grote liefdadigheidsorganisatie, dus het leek er op dat haar ouders in hun opzet waren geslaagd. Alleen vonden zij het jammer dat hun dochter maar geen plannen maakte om een partner te zoeken en een gezin te stichten.
Haar moeder bracht het onderwerp wel eens ter sprake, maar als enige reactie van Daan kreeg ze te horen dat een gezin niet samen ging met haar functie.

Daan was een moeilijk te doorgronden, melancholische vrouw. Zij wist dat zij niet aan daadkracht  haar functie te danken had, maar omdat ze geen ‘Nee’ kon zeggen en erg  onzeker was.
Tegen haar wil maar zonder tegen te stribbelen was zij, in de vele jaren dat zij er werkte, door menig chef, die haar onzekerheid en weifelen als een uitnodiging aan hem zag om zijn mannelijkheid te bewijzen, genomen en tegen haar verwachtingen in had zij in korte tijd de top bereikt.
Door velen werd zij daarom ten onrechte gezien als een typische carrièrevrouw.
Bart, de directeur die zij was opgevolgd, wist niets van het kind dat hij bij haar had verwekt.
En hij mocht het ook niet weten. Net als haar ouders.
Haar zwangerschap en bevalling had zij gemakkelijk geheim kunnen houden voor iedereen, want zij zat voor haar werk soms maanden achtereen in het buitenland.
Timo was nu bijna twee jaar en werd opgevoed door haar vriendin Annelies, die door haar onderhouden werd.
Ondanks dat zij heel blij was met hun al jaren durende relatie had Daan haar eigen woning aangehouden en de spaarzame keren dat haar ouders bij haar op bezoek waren hadden deze geen flauw idee dat zij een kleinzoon hadden, die slechts twee straten verder woonde.

Tot zover Daan die, dat kan ik wel verklappen, haar ouders op de hoogte heeft gesteld van haar relatie met Annelies en die, na het commentaar dat zij van hen kreeg, met hen gebroken heeft. Over Timo heeft ze hen niets gezegd.


Zoals ik al eerder aangaf sta ik niet open voor suggesties en commentaar, maar mocht je menen dit karakter met enkele woorden of zinnen meer vlees op het bot te kunnen geven laat me dit dan weten. En wat oefening 2 wordt? Geen idee.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten