Nu ik stop met werken heb ik soms het gevoel dat ik naar een
feestje ga, zo opgewonden ben ik. Eindelijk eens een feestje dat wat langer
duurt en waarin ik de hoofdrol speel. Wie wil zoiets niet?
Natuurlijk betekent werken zoals iedereen weet méér dan geld
verdienen. Maar ik denk dat ik die meerwaarde ook kan realiseren zonder werk in
loondienst.
Nooit in mijn leven heb ik uitgekeken naar mijn pensioen,
maar nu het bijna zover is kan ik niet wachten. En dat is maar goed ook, want morgen
sla ik de laatste bladzijde om van het hoofdstuk ‘Moeten’ uit het Levensboek en begin ik aan het hoofdstuk
‘Mogen’, wat naar zeggen van degenen die het gelezen hebben een van de betere
hoofdstukken is.
Ik vind het absurd dat ik de kans heb gehad om zo vroeg te
stoppen met werken, terwijl ik om mij heen zie dat anderen juist veel langer
moeten werken. En vaak ook nog eens harder, want personeel kost alleen maar
geld en dat wordt dus niet vervangen als er iemand vertrekt. Maar ik neem het
leven zoals het is en tel mijn zegeningen.
De volgende oefening gaat over absurditeit. Eigenlijk gaat het gewoon nergens over, maar
moet dat dan? Taal kan tenslotte overal en nergens over gaan. Oefening 8: Doe
maar wat, maar probeer wel enige samenhang aan te brengen in de onzin die je
uitkraamt. Doel van deze oefening is om los te komen van het geijkte denken en
wat creatiever te worden. En om de lezer te verwarren natuurlijk.
Aan mijn linkerhand heb ik vier vingers en aan mijn rechterhand
zes. Net zoveel als ieder ander mens, alleen anders verdeeld.
Zo telt mijn huis vijftig kamers. Dat lijkt veel, maar ze
zijn allemaal niet groter dan een vierkante meter. Je kunt er niet eens een
toilet in bouwen.
Natuurlijk heb ik geprobeerd om de muren door te breken,
maar tevergeefs. Het huis verzet zich teveel. Nu kan ik twee kamers niet meer
gebruiken omdat er door mijn gebeuk met een hamer grote gaten zitten in
de muren. Hierdoor zal de prijs vermoed ik nog verder zakken als ik het te koop
zet. Wat ik niet van plan ben, want mijn huis is uniek.
Omdat ik de andere kamers ook niet gebruik is mijn huis helaas
ongeschikt geworden om in te wonen. Dit was me eerder niet opgevallen, maar het
verklaart wel waarom ik destijds bij een vriendin van me ben gaan wonen.
Laatst zaten we aan tafel en toen viel het me op dat ze zo
uit haar mond stonk. “Wat doe ik hier nog?”, vroeg ik me af, maar nu weet ik
dat het komt omdat mijn eigen huis onbewoonbaar is.
Had ik je al gezegd dat ik, in tegenstelling tot aan mijn
handen, gelukkig aan mijn beide
voeten evenveel tenen heb? Gewoon zes.
Gisteren heeft mijn leidinggevende mijn personeelsdossier in
brand gestoken. Hij deed dit onder luid applaus in de lerarenkamer. Hiervoor
had iedereen zijn handen gewarmd aan de dossiers van de leerlingen die door ons
in de afgelopen maand verwijderd zijn. Zoiets is bij ons altijd een leuk
ritueel. Met bier en zo. En een eenvoudige brandblusser binnen handbereik.
Mijn dossier moest in de fik omdat, zoals mijn chef zei, we
het liefst alle sporen van je in deze organisatie willen uitwissen. Opnieuw
applaus. Ik vermoed dat ik zelf het hardst van allemaal heb geklapt.
Mijn vrouw is zwanger van een ooievaar waarmee ze vreemd is
gegaan. Beiden wonen nu bij elkaar in diergaarde Blijdorp. Bij een bezoek aan
de dierentuin zei ze me laatst dat ze
over bijna 22 maanden verwacht te bevallen.
Jaloers als ik ben heb ik de ooievaar ingefluisterd dat ik
vermoed dat ze het stiekem met een olifant heeft gedaan.
Nu belde mijn vrouw mij gisteren op omdat de ooievaar haar
het nest heeft uitgewerkt. Of ze weer thuis mocht komen wonen. Ik vertelde haar
dat alle kamers leeg staan en dat ze welkom is. Gelukkig is mijn vrouw maar
dertig centimeter groot, dus zij woont als een prinses in ons grote huis.
Ik bedenk me nu dat ze het nooit met een olifant gedaan kan hebben. Ik heb haar dus onterecht van ontrouw
verdacht. Maar ik ben wel blij dat ze bij die ooievaar weg is. Want echt, ik
hou van haar. Bovendien stinkt zij niet uit haar mond zoals mijn vriendin. Nu
ja, niet zo erg tenminste.
Ik heb er in ieder geval minder last van nu zij in haar
eigen kamer zit en mij niet telkens voor de voeten loopt. Want voor haar mogen
de kamers dan wel groot lijken; ik struikelde telkens over haar heen als we
samen in een kamer waren. Ik ben weg bij mijn vriendin en woon nu in het schuurtje in de tuin.
Nu pas besef ik hoeveel ik van mijn vrouw hou, ondanks
haar gewoonte om het met vreemde vogels te doen. Zij is de enige ware voor mij. Ik
weet dat omdat de kleine teen van mijn linkervoet pijn begint te doen. Dat kan
wijzen op regen, maar ook op een ontluikende liefde. En op dit moment zou ik
niet weten op wie ik anders verliefd zou kunnen zijn dan mijn eigen vrouw.
Ja, op de vrouw van een ander. Dat zou kunnen. Maar wie dan?
Besluit ik mijn openhartige ontboezemingen over mijn privéleven
met de opmerking dat ik ook deze keer niet altijd de hele waarheid heb verteld. Maar ik heb met mijn kleine leugentje niemand mee willen kwetsen, ook niet de vriendin waarmee ik heb samengewoond. Zo-even belde zij mij op om mij te laten weten dat ze niet
uit haar mond stinkt. En dat is waar. Ik weet ook niet waarom ik dit zei.
Misschien om de lezer af te leiden van het feit dat ze wel uit haar reet
stinkt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten