donderdag 27 februari 2014

Jouw leven is absurd. En het mijne ook.

Nu ik stop met werken heb ik soms het gevoel dat ik naar een feestje ga, zo opgewonden ben ik. Eindelijk eens een feestje dat wat langer duurt en waarin ik de hoofdrol speel. Wie wil zoiets niet?
Natuurlijk betekent werken zoals iedereen weet méér dan geld verdienen. Maar ik denk dat ik die meerwaarde ook kan realiseren zonder werk in loondienst.
Nooit in mijn leven heb ik uitgekeken naar mijn pensioen, maar nu het bijna zover is kan ik niet wachten. En dat is maar goed ook, want morgen sla ik de laatste bladzijde om van het hoofdstuk ‘Moeten’ uit het Levensboek en begin ik aan het hoofdstuk ‘Mogen’, wat naar zeggen van degenen die het gelezen hebben een van de betere hoofdstukken is.
Ik vind het absurd dat ik de kans heb gehad om zo vroeg te stoppen met werken, terwijl ik om mij heen zie dat anderen juist veel langer moeten werken. En vaak ook nog eens harder, want personeel kost alleen maar geld en dat wordt dus niet vervangen als er iemand vertrekt. Maar ik neem het leven zoals het is en tel mijn zegeningen.

De volgende oefening gaat over absurditeit.  Eigenlijk gaat het gewoon nergens over, maar moet dat dan? Taal kan tenslotte overal en nergens over gaan. Oefening 8: Doe maar wat, maar probeer wel enige samenhang aan te brengen in de onzin die je uitkraamt. Doel van deze oefening is om los te komen van het geijkte denken en wat creatiever te worden. En om de lezer te verwarren natuurlijk.

Aan mijn linkerhand heb ik vier vingers en aan mijn rechterhand zes. Net zoveel als ieder ander mens, alleen anders verdeeld.
Zo telt mijn huis vijftig kamers. Dat lijkt veel, maar ze zijn allemaal niet groter dan een vierkante meter. Je kunt er niet eens een toilet in bouwen.
Natuurlijk heb ik geprobeerd om de muren door te breken, maar tevergeefs. Het huis verzet zich teveel. Nu kan ik twee kamers niet meer gebruiken omdat er door mijn gebeuk met een hamer grote gaten zitten in de muren. Hierdoor zal de prijs vermoed ik nog verder zakken als ik het te koop zet. Wat ik niet van plan ben, want mijn huis is uniek.
Omdat ik de andere kamers ook niet gebruik is mijn huis helaas ongeschikt geworden om in te wonen. Dit was me eerder niet opgevallen, maar het verklaart wel waarom ik destijds bij een vriendin van me ben gaan wonen.
Laatst zaten we aan tafel en toen viel het me op dat ze zo uit haar mond stonk. “Wat doe ik hier nog?”, vroeg ik me af, maar nu weet ik dat het komt omdat mijn eigen huis onbewoonbaar is.
Had ik je al gezegd dat ik, in tegenstelling tot aan mijn handen, gelukkig aan mijn beide voeten evenveel tenen heb? Gewoon zes.

Gisteren heeft mijn leidinggevende mijn personeelsdossier in brand gestoken. Hij deed dit onder luid applaus in de lerarenkamer. Hiervoor had iedereen zijn handen gewarmd aan de dossiers van de leerlingen die door ons in de afgelopen maand verwijderd zijn. Zoiets is bij ons altijd een leuk ritueel. Met bier en zo. En een eenvoudige brandblusser binnen handbereik.
Mijn dossier moest in de fik omdat, zoals mijn chef zei, we het liefst alle sporen van je in deze organisatie willen uitwissen. Opnieuw applaus. Ik vermoed dat ik zelf het hardst van allemaal heb geklapt.
Mijn vrouw is zwanger van een ooievaar waarmee ze vreemd is gegaan. Beiden wonen nu bij elkaar in diergaarde Blijdorp. Bij een bezoek aan de dierentuin zei ze me laatst  dat ze over bijna 22 maanden verwacht te bevallen.
Jaloers als ik ben heb ik de ooievaar ingefluisterd dat ik vermoed dat ze het stiekem met een olifant heeft gedaan.
Nu belde mijn vrouw mij gisteren op omdat de ooievaar haar het nest heeft uitgewerkt. Of ze weer thuis mocht komen wonen. Ik vertelde haar dat alle kamers leeg staan en dat ze welkom is. Gelukkig is mijn vrouw maar dertig centimeter groot, dus zij woont als een prinses in ons grote huis.
Ik bedenk me nu dat ze het nooit met een olifant gedaan kan hebben.  Ik heb haar dus onterecht van ontrouw verdacht. Maar ik ben wel blij dat ze bij die ooievaar weg is. Want echt, ik hou van haar. Bovendien stinkt zij niet uit haar mond zoals mijn vriendin. Nu ja, niet zo erg tenminste.
Ik heb er in ieder geval minder last van nu zij in haar eigen kamer zit en mij niet telkens voor de voeten loopt. Want voor haar mogen de kamers dan wel groot lijken; ik struikelde telkens over haar heen als we samen in een kamer waren. Ik ben weg bij mijn vriendin en woon nu in het schuurtje in de tuin.

Nu pas besef ik hoeveel ik van mijn vrouw hou, ondanks haar gewoonte om het met vreemde vogels te doen. Zij is de enige ware voor mij. Ik weet dat omdat de kleine teen van mijn linkervoet pijn begint te doen. Dat kan wijzen op regen, maar ook op een ontluikende liefde. En op dit moment zou ik niet weten op wie ik anders verliefd zou kunnen zijn dan mijn eigen vrouw.
Ja, op de vrouw van een ander. Dat zou kunnen. Maar wie dan?
Besluit ik mijn openhartige ontboezemingen over mijn privéleven met de opmerking dat ik ook deze keer niet altijd de hele waarheid heb verteld. Maar ik heb met mijn kleine leugentje niemand mee willen kwetsen, ook niet de vriendin waarmee ik heb samengewoond. Zo-even belde zij mij op  om mij te laten weten dat ze niet uit haar mond stinkt. En dat is waar. Ik weet ook niet waarom ik dit zei. Misschien om de lezer af te leiden van het feit dat ze wel uit haar reet stinkt.





Geen opmerkingen:

Een reactie posten