‘k Ben vandaag naar een mineralen en fossielenbeurs in Den
Haag geweest. Ooit was het zoeken naar fossielen en mineralen namelijk kortstondig
een hobby van me.
Het is heerlijk om in de grond te wroeten alsof je op zoek
bent naar een schat en dan iets te vinden wat miljoenen jaren in de schoot van
de aarde verborgen is gebleven.
Nu ik met mijn vele vrije tijd geen raad weet, heb ik
besloten om deze hobby weer op te nemen. Zeker als je van reizen houdt is het
leuk om naar een gebied te gaan waar je verwacht iets moois van moeder aarde
cadeau te krijgen. Nu ja, echt cadeau…Je moet er wel voor ploeteren.
In een grijs verleden zaten Arjan en Marco, destijds twee
vrienden van me, en ik in een weiland bij het kleine plaatsje Gerolstein in de
Eifel te zoeken naar trilobieten, brachiopoden, belemnieten en zeelelies,
terwijl de sneeuwvlokken om onze oren vlogen.
Gelukkig hadden we het niet koud want we waren alle drie warm
ingepakt en knetterstoned.
Ja, daar heb ik goeie herinneringen aan over gehouden.
Zelf ben ik ooit in mijn eentje in Lyme Regis (Dorset,
England) op zoek geweest naar ammonieten. Helaas vond ik slechts fragmenten en
ontbrak het mij aan de tijd en het gereedschap om de grote ammonieten die in de
rotsen vast zaten er uit te hakken. Achteraf misschien maar goed ook, want ik
was met de rugzak en had anders al dat zware verleden met me mee moeten
sjouwen.
Maar genoeg over fossielen voordat ik straks zelf voor een
fossiel wordt gehouden.
Vandaag wil ik een taaloefening doen waarbij ik een of
enkele oude herinneringen beschrijf. Omdat het geheugen vol zit met onechte
herinneringen hoeft wat ik nu ga opschrijven ook niet echt gebeurd te zijn.
Maar het zou wel kunnen.
Mijn oudste herinnering is een bruine vochtige tepel. Niet
zo’n theeschoteltje, maar een mooi tepeltje ter grootte van een eurostuk. Ik heb het haar nooit gevraagd, maar ik
vermoed dat het de tepel van mijn moeder was en dat zij mij toen borstvoeding
gaf. Het is een prettige herinnering,
ingebed in gevoelens van warmte en geborgenheid. Nog steeds als ik een tepel
zie zijn het deze gevoelens, naast enige andere, die worden opgeroepen.
Maar wat nu als het niet de tepel was van mijn moeder maar
die van een ander? Die van Ria bijvoorbeeld, een van mijn eerste
vriendinnetjes. Al weet ik bijna zeker dat zij tepeltjes had als kleine moorkoppen.
Nee, aan Ria heb ik niet mijn oudste herinneringen. Zij kwam
uit een gezin waarvan de vader meende dat olifanten een dracht hadden van negen
jaar. En niemand van de kinderen die hem durfde tegen te spreken. Ria was
trouwens heel zuinig op haar tepels. Het heeft erg lang geduurd eer ik ze
mocht aanraken. En dan nog maar heel eventjes. En bij nader inzien had ik al
vele andere vriendinnetjes gehad eer ik verkering kreeg met haar.
Een andere herinnering is het staan onder de tafel. Ik kon
er onder staan zonder dat mijn hoofd het tafelblad aanraakte. Daar moest ik op mijn tenen voor staan. Dan
moet ik een jaar of vier zijn geweest. Of tien.
Muizenstad. Opeens herinner ik mij muizenstad. Waar het was
weet ik niet meer, maar ik zie opeens weer allemaal witte muizen die molentjes
en verder alles wat draaien kan in beweging brengen.
Ze schuifelen rond in het bruingele zaagsel, voortdurend
snuffelend en schichtig bewegend. Waarschijnlijk doodsbang van al die gillende
kinderen en vrouwen. Ik zat nog op de arm van mijn moeder, dus ik vermoed dat
ik tussen de twee en drie jaar zal zijn geweest.
Wat is het toch lastig om zo ver terug te gaan in het
verleden. Ik kan haast niet wachten tot ik dement ben. Het schijnt dat je dan
alleen nog maar in je vroegste herinneringen leven kan.
Nee, deze oefening is te zwaar voor me. Misschien beter als
ik de volgende keer een schrijfoefening doe waarbij ik mijn toekomstige
herinneringen probeer vast te leggen. Waarschijnlijk gaat mij dat beter af.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten