dinsdag 22 november 2016

Eekhoorn

Nog even het bruggetje over en ik ben thuis. Verrukt door het zachte licht van de ondergaande zon en de pastelkleurige roze wolken pak ik mijn cameraatje uit mijn rugzak en begin te fotograferen. Op het schermpje ziet het er allemaal fantastisch uit, maar later zal blijken dat het eigenlijk al te donker was.  Vier niet zo erg jong meer ogende vrouwen in fel gekleurde regenjassen zien hoe ik bezig ben en een van hen roept met een schelle stem: “Wat valt er te zien?”
“Er zit een klein katje in die boom”, roep ik en wijs naar boven. “Het kan ook een eekhoorn zijn”.
Alle vier haasten ze zich naar de plek waar ik sta en volgen ze met hun blik mijn vinger.
“Ik zie niks”, zegt er een. “Daar bij die tak”, zeg ik. “Je kunt het haast niet zien”.
“Ja, ik zie het ook”, zegt een van hen tot mijn verbazing. “Waar dan Gree?”, vraagt een ander.
Van mijn euforie over het mooie licht dat op de bruinrode en geelgroene bladeren van de bomen viel is inmiddels niets meer over.
“Ik zie hem niet meer”, zeg ik. “Ik denk toch niet dat een kat was. Eerder een eekhoorn.” Dan loop ik weg en zie nog net voordat ik de hoek om ga dat een van hen net als ik daarnet naar boven staat te wijzen. In al de dertig jaar dat ik hier woon heb ik nog nooit een eekhoorn in de bomen gezien. Al moet ik toegeven dat het in de schemering goed mogelijk is dat je denkt ze wel te zien.


zondag 20 november 2016

Heerlijk die herfst.

Heb jij net als ik ook iets met de herfst? Vind je het niet bij uitstek de tijd voor bezinning? 
Nee, geen gepieker. Maar bijvoorbeeld met een weemoedig gevoel nadenken over jezelf en de mensen die een rol spelen of hebben gespeeld in je leven. Over de weg die je gegaan bent en de weg die er misschien nog voor je ligt. De ongrijpbaarheid van het bestaan en onze behoefte om er toch greep op te krijgen. Over van alles eigenlijk wat je op dat moment bezig houdt, los van eventuele zorgen.
Als het stormt zoals nu loop ik het liefst in mijn eentje langs de vloedlijn met mijn blik naar binnen gekeerd. Het gebulder van de golven brengt me dan bijna in een soort van trance.
Bovendien ga ik sowieso graag naar het strand als het hard waait. Dat het er vandaag niet van is gekomen komt omdat ik een klusje in huis had.
Ook als het buiten niet zo onstuimig is ga ik er in dit jaargetijde graag op uit. Bij voorkeur de polder in of de bossen. Wie wordt immers niet geraakt worden door de kleurenpracht van de herfst?


Als het weer wat beter wordt moet ik maar weer eens ergens een begraafplaats opzoeken. Dat doe ik veel te weinig. De laatste keer is al weer bijna een jaar geleden. Wat heb ik er toen mooie foto’s gemaakt.
Wat ik er zo fijn van vind is de rust. Je komt bijna als vanzelf in een bespiegelende stemming als je tussen de stenen en het groen wat doelloos rond slentert. Als je leest wie er begraven liggen vraag je je soms af wie deze mens geweest is die mij is voor gegaan. Is het niet mooi om op zo'n moment na te denken over je eigen sterflijkheid?  

woensdag 9 november 2016

Emigreren? En waarheen dan wel?

Tateretatata: Trump wordt de nieuwe Amerikaanse president. 
Zijn verkiezing heeft in de wereld nu al tot veel beroering geleid. Le Pen, Poetin, Netanyahu, Duterte en meer van dat soort fraaie figuren waren er als de kippen bij om hem te feliciteren. Ook onze eigen premier.
“Geert Wilders had vandaag zijn ‘yes, we can’ momentje”, waarin werd verwezen naar zijn oprechte blijdschap over de Amerikaanse verkiezingsuitslag. En “Niets erger dan een kater zonder een feestje”, waarbij  de diep bedroefde Democraten in beeld werden gebracht die in Amsterdam een overwinningsfeest hadden gehoopt te vieren. 
Het zijn enkele van de uitspraken uit 1 vandaag, die mij zijn bijgebleven na de overwinning van Trump. En natuurlijk de beelden van enkele hysterisch jankende Amerikaanse vrouwen, die dolgelukkig waren of intens verdrietig. Helemaal stuk van de emoties.  
Nederlandse politici werden fijntjes aan hun eerdere uitspraken over Trump herinnerd en om commentaar gevraagd en de VVD zou overwegen om, na het succes dat Trump had met zijn boute en vaak walgelijke uitspraken over Mexicanen en vrouwen, in de komende verkiezingscampagne diens succesvolle strategie te volgen, maar dan op de Nederlandse situatie afgestemd. Ik denk dat ze dit niet veel moeite zal kosten.
Obama hield een verzoenende speech en wees er op dat zowel de Republikeinen als de Democraten het beste voor hadden met Amerika. Alsof het niet uitmaakte wie er gewonnen had.
En intussen wordt er massaal door de Amerikanen op google naar ‘immigrate  to Canada’ gezocht.
En de Hollanders? Die gaan straks misschien massaal googlen naar ‘immigrate to New Zealand’.


dinsdag 8 november 2016

Aansteller.

Het is druk in de supermarkt. Een jonge moeder en haar zoon lopen langs de schappen met snoep en afgeprijsde artikelen voor Halloween. Hij pakt een masker en zegt “Die wil ik hebben.”
“Daar ben je toch veel te groot voor”, zegt zij, maar hij gooit het masker toch in het boodschappenwagentje.
“Laat me alsjeblieft niet boos op je hoeven te worden.” Het klinkt niet erg ferm, maar ze vindt het moeilijk om hem stevig toe te spreken.
De jonge knul met het opgeschoren piekerige witte haar negeert haar smeekbede en begint te jengelen.
“Ik wil het, ik wil het, ik wil het…” klinkt zijn mantra alsmaar luider, totdat hij alleen nog maar onverstaanbaar loopt te krijsen.
Achter mij in de rij voor de kassa klinkt zacht commentaar. “En weet je wat nu het ergste is? Hij krijgt niet alleen alle aandacht maar straks ook nog eens z’n zin.”
“Vreselijk voor zo’n moeder.”
“Dat wordt wat als-tie groter is.”
“Snap jij nou dat ze hem zo laat gillen? Dat is toch niet normaal meer.”
“Ik zou hem een flink pak slaag geven. Moet je hem eens tekeer horen gaan”
Als ik aan de beurt ben reken ik snel mijn boodschappen af. Ik kijk nog eens naar de moeder van het kind. “Het is weer eens zo ver. Maar wat moet ik anders?”, lijkt de gelaten blik in haar ogen te zeggen.
Onderweg naar huis bedenk ik dat er veel mensen zijn die niet alleen voortdurend alle aandacht maar ook altijd weer hun zin willen krijgen. Vooral in de politiek vallen ze mij op.
Mensen met een grote mond, die op hun manier beginnen te jengelen als het even anders gaat.
Die alleen maar oog hebben voor wat zij zelf willen en anderen de schuld geven van hun falen als zij zich gefrustreerd voelen.
Waarschijnlijk lukte het hen vroeger ook al om hun moeder tot wanhoop te drijven als zij hen mee nam bij het boodschappen doen en zij hun zin niet kregen. En om hun doelen te bereiken manipuleren ze  nu alles en iedereen en proberen op deze wijze hen voor hun karretje te spannen. Net als tegen dat joch zou ik tegen hen willen zeggen: ”Stop met jengelen. Hou ook eens rekening met een ander. De wereld is er niet alleen om jou te behagen. Aansteller.”

woensdag 2 november 2016

 Het is herfst.

Er trekken talloze buien over het land. Als ik met een volle boodschappentas het overdekte winkelcentrum uit kom en het natte veldje er naast over steek is het even droog. Het felle zonlicht dat tussen de voorbij drijvende grijze wolkenmassa’s schijnt verblindt me. Ik knijp mijn ogen toe. Het briesje op mijn gezicht voelt aangenaam fris.
Beschenen door het zonnetje dwarrelen de geelbruine bladeren van de populieren langs het fietspad naar beneden.
Van geluk maak ik spontaan een dansje. Waarbij ik er op let om niet in de hondenpoep te stappen.
Het modderpad tussen de knotwilgen langs de trambaan ligt er verlaten bij. Op weg naar huis verbaas ik me over het geluksgevoel dat nog een beetje in mij na gloeit.
Is er dan zo weinig nodig om mij mijn zorgen te laten vergeten? Zorgen over een wereld die steeds verder dreigt te ontsporen, maar ook over gebeurtenissen dichter bij huis waar ik niet veel aan kan doen? Kan ik mezelf wel serieus nemen als ik zo gemakkelijk te verleiden ben tot een glimlach of zelfs een schaterlach?


De komende dagen zullen de buien de uitbundige kleuren op veel plaatsen wegspoelen.
Op andere plekken is de kleurenpracht nog niet over zijn hoogtepunt heen. Daar kunnen degenen die er gevoelig voor zijn straks nog even weg zwijmelen als de zon op de bladeren schijnt. Pas over enkele weken staan er overal alleen nog maar kale loofbomen.

Ik hou van deze overgang naar de kou. Van de melancholie die verbonden is met het afscheid nemen. Van de woordeloze stilte die me soms overvalt omdat het me even allemaal teveel is. Van het onbestemde gevoel dat hier bij hoort dat verder gaat dan woorden.
Even niet denken, even niet piekeren, even vrede sluiten met mezelf. De herfst, deze tijd die ons zo confronteert met onze vergankelijkheid, is een tijd van bezinning.  Waarbij de woorden of juist de afwezigheid hiervan soms als buien over ons heen trekken. Zodat we goed voorbereid zijn op de kou die ons wacht.