“Die blijven maanden goed”, zei de
man tegen z'n vrouw. Hij had net een pond luxe noten besteld en omdat
hij haar bedenkelijk naar de grote zak zag kijken, ze waren immers
maar met z'n tweeën, wilde hij haar gerust stellen.
De verkoopster viel hem bij. “Ja,
deze smaken zeker goed.” Haar beide collega's schoten in de lach.
Nog nahikkend van het lachen zei één
van hen “Ze smaken zeker goed, maar maanden?”
De verkoopster begreep dat ze het
verkeerd had verstaan en verschoot van kleur. “Wat zei u dan?”,
vroeg ze. “Dat ze maanden goed blijven.”
“Oh, nee. Hooguit twee of drie weken.
Maar dan moet u ze wel in een afgesloten trommeltje bewaren.”
“Drie weken? Die gaan wel op. Niet
dan, Els?”
Hij doet net alsof hij nog steeds z'n
baan heeft, dacht ze. Alsof ze niet bijna duizend euro hadden
ingeleverd.
“Misschien moeten we toch maar een
half pond nemen”, sprak ze aarzelend. Je kon zien dat ze niet
gewend was om voor haar eigen mening uit te komen.
“Welnee. Het is maar één
keer kerstmis. Doet u maar een pondje. En hoeveel kosten die
chocolaatjes? Dat zijn toch sinaasappelsnippers?”
“Drie euro per ons. Hoeveel wilt u er
hebben?”
Drie euro per ons. Je zag hem denken
“Tjee, dat is wel erg veel”.
“Twee ons is voldoende”. Hij wendde
zich tot Els. “Lekker voor bij de koffie als Tina langs komt.”
Els zweeg. Haar dochter had ze al drie jaar niet meer gezien. Zij en
Bart hadden daar best moeite mee, want Tina had sinds enkele maanden
een zoontje. Dat had ze op Facebook gezien.
Waarom moest hij het nu ineens over
Tina hebben?
Toen die destijds zei dat haar nieuwe
vriend vijf jaar eerder als vluchteling in Nederland was gekomen
hadden ze alleen maar gezegd, dat ze voorzichtig moest zijn.
“De mannen uit zo'n andere cultuur
zien vrouwen toch anders”, had ze gezegd. En Bart had er aan
toegevoegd “Ja, als tweederangs burgers.”
Tina, die al enkele jaren op zichzelf
woonde maar nog regelmatig een hapje mee kwam eten,was woest
geworden.
“Als hij niet goed genoeg voor jullie
is, dan ik ook niet”, had ze met overslaande stem geroepen toen ze
compleet overstuur de deur was uit gelopen. Het was begin december en
ze hadden nog gedacht dat de bui wel over zou waaien. Maar ze liet
niets meer van zich horen en als Els belde werd er niet opgenomen.
Tina woonde helemaal in de buurt van Maastricht en Els haar
gezondheid liet het niet toe dat zo ver reisde. En Bart had geen zin
om haar te brengen. “Zij is weg gegaan, niet wij”, zei hij alleen
maar.
Al die jaren hadden ze niets meer van
haar gehoord. Toen ze weer uit de winkel waren vroeg Els aan Bart
waarom hij het nu ineens over Tina had gehad.
“Ik heb zo'n vermoeden dat ze langs
komt met kerst. Kerst is de tijd om het weer goed met je ouders te
maken als je ruzie met ze hebt. Bovendien heeft ze die kleine.
Ze kan toch niet boos blijven? En je
hebt toch ook gelezen dat het uit is met die gozer?”
Els zweeg. Ze wist dat Tina net zo
koppig was als haar Bart. Als hij dacht dat ze nu ineens langs zou
komen omdat ze weer alleen was, dan had hij het mooi mis.
“Het zou fijn zijn als ze kwam”,
sprak ze tenslotte. “En anders eet ik die sinaasappelsnippers
helemaal in m'n eentje op.” Ze gaf hem een arm en samen liepen ze
door de invallende duisternis terug naar huis.