zaterdag 18 april 2015

Asiel.

Het onvoorstelbare is gebeurd. Na enkele jaren van grote droogte is er voedselschaarste in Europa ontstaan. Overal zijn voedselrellen uitgebroken. Miljoenen zijn op de vlucht geslagen en proberen zo hun lot te ontlopen. Blijven betekent vaak een afschuwelijke dood.  
Door deze op drift geraakte bevolkingsgroepen is de  infrastructuur in veel landen ingestort. Overal heerst anarchie. Wie zijn land nog kan ontvluchten doet dat.
Met het vliegtuig gaat dat niet meer. Vanwege het gevaar om uit de lucht geschoten te worden houdt de internationale burgerluchtvaart bijna alle vliegtuigen aan de grond.
Vaak rest de vluchtelingen niets anders dan met gevaar voor eigen leven de barre tocht te maken naar het zuiden.
Gelukkig zijn er daar mensensmokkelaars die bereid zijn om voor veel geld de Europeanen in gammele bootjes naar Noord-Afrika toe te varen.
Eens woedde daar een felle strijd tussen de diverse bevolkingsgroepen nadat de dictators daar waren verdreven. De duur bevochte vrede heeft gelukkig veel welvaart gebracht en de regeringen zijn er tegenwoordig stabiel. Het Afrika van nu kan gerust welvarend genoemd worden.
Maar de bevolking vreest de komst van al die Europeanen. Zij zijn bang dat hun economie hierdoor opnieuw ontwricht kan geraken. Niemand zit te wachten op al die blanken, waarvan de meeste bovendien nog christelijk zijn ook. Bovendien kan men in de geschiedenisboekjes lezen hoe de kolonisering door de Europeanen destijds veel ellende heeft gebracht.
Dat er tijdens de overtocht vanuit zuid Europa regelmatig boten zinken, waarbij veel vluchtelingen het leven laten, zien veel Afrikanen als hoopgevend. Elke dode vluchteling is weer een probleem minder. Bovendien wordt hierdoor de drempel om naar hun landen te vluchten mogelijk hoger.
Degenen die de overtocht wagen en het er heelhuids afbrengen worden in grote kampen opgesloten, waar ze soms jaren moeten doorbrengen in grote onzekerheid. Velen van hen zijn alles kwijt geraakt. 
Dat zij niet welkom zijn ontgaat hen niet. Maar weer terug gaan naar Europa is ondenkbaar.

Twee oude mannen, Mark en Diederik, zoeken verkoeling in de schaduw van een tent. Al bijna twee jaar zitten ze samen in dit kamp. Ze kennen elkaar al jaren en hebben geen idee hoe het met degenen is die ze achter hebben moeten laten.  Van nieuwe vluchtelingen horen ze de vreselijkste verhalen. Het oude Europa is volledig ingestort.
Uit lijfsbehoud hebben ze het verleden afgesloten. Het enige wat hen nu bezig houdt is de vraag wat er met hen verder gaat gebeuren. Ze weten dat ze weinig kans maken om hier weg te komen.
Mark heeft daar vrede mee. Hij begrijpt dat er niemand op hem hier zit te wachten. Natuurlijk hoopt hij asiel te krijgen, maar hoog schat hij zijn kansen niet in. Maar Diederik vindt het moeilijk om er zich bij neer te leggen dat hij slechts een pion is in het politieke spel dat er wordt gespeeld.

Een man in een militair uniform vraagt Mark om mee te komen. Twee uur later keert hij terug. Hij ziet er opgewonden uit. “Ik kan weg”, zegt hij. “Geen idee wie dit voor me heeft geregeld, maar ik vertrek nu meteen naar Tripoli”. Beiden nemen afscheid van elkaar. Als Mark weg loopt draait hij zich nog één keer om. “Ik zal een goed woordje voor je doen. Maak je geen zorgen”. Dan verdwijnt hij uit het zicht en laat Diederik vertwijfeld achter.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten