donderdag 27 februari 2014

Jouw leven is absurd. En het mijne ook.

Nu ik stop met werken heb ik soms het gevoel dat ik naar een feestje ga, zo opgewonden ben ik. Eindelijk eens een feestje dat wat langer duurt en waarin ik de hoofdrol speel. Wie wil zoiets niet?
Natuurlijk betekent werken zoals iedereen weet méér dan geld verdienen. Maar ik denk dat ik die meerwaarde ook kan realiseren zonder werk in loondienst.
Nooit in mijn leven heb ik uitgekeken naar mijn pensioen, maar nu het bijna zover is kan ik niet wachten. En dat is maar goed ook, want morgen sla ik de laatste bladzijde om van het hoofdstuk ‘Moeten’ uit het Levensboek en begin ik aan het hoofdstuk ‘Mogen’, wat naar zeggen van degenen die het gelezen hebben een van de betere hoofdstukken is.
Ik vind het absurd dat ik de kans heb gehad om zo vroeg te stoppen met werken, terwijl ik om mij heen zie dat anderen juist veel langer moeten werken. En vaak ook nog eens harder, want personeel kost alleen maar geld en dat wordt dus niet vervangen als er iemand vertrekt. Maar ik neem het leven zoals het is en tel mijn zegeningen.

De volgende oefening gaat over absurditeit.  Eigenlijk gaat het gewoon nergens over, maar moet dat dan? Taal kan tenslotte overal en nergens over gaan. Oefening 8: Doe maar wat, maar probeer wel enige samenhang aan te brengen in de onzin die je uitkraamt. Doel van deze oefening is om los te komen van het geijkte denken en wat creatiever te worden. En om de lezer te verwarren natuurlijk.

Aan mijn linkerhand heb ik vier vingers en aan mijn rechterhand zes. Net zoveel als ieder ander mens, alleen anders verdeeld.
Zo telt mijn huis vijftig kamers. Dat lijkt veel, maar ze zijn allemaal niet groter dan een vierkante meter. Je kunt er niet eens een toilet in bouwen.
Natuurlijk heb ik geprobeerd om de muren door te breken, maar tevergeefs. Het huis verzet zich teveel. Nu kan ik twee kamers niet meer gebruiken omdat er door mijn gebeuk met een hamer grote gaten zitten in de muren. Hierdoor zal de prijs vermoed ik nog verder zakken als ik het te koop zet. Wat ik niet van plan ben, want mijn huis is uniek.
Omdat ik de andere kamers ook niet gebruik is mijn huis helaas ongeschikt geworden om in te wonen. Dit was me eerder niet opgevallen, maar het verklaart wel waarom ik destijds bij een vriendin van me ben gaan wonen.
Laatst zaten we aan tafel en toen viel het me op dat ze zo uit haar mond stonk. “Wat doe ik hier nog?”, vroeg ik me af, maar nu weet ik dat het komt omdat mijn eigen huis onbewoonbaar is.
Had ik je al gezegd dat ik, in tegenstelling tot aan mijn handen, gelukkig aan mijn beide voeten evenveel tenen heb? Gewoon zes.

Gisteren heeft mijn leidinggevende mijn personeelsdossier in brand gestoken. Hij deed dit onder luid applaus in de lerarenkamer. Hiervoor had iedereen zijn handen gewarmd aan de dossiers van de leerlingen die door ons in de afgelopen maand verwijderd zijn. Zoiets is bij ons altijd een leuk ritueel. Met bier en zo. En een eenvoudige brandblusser binnen handbereik.
Mijn dossier moest in de fik omdat, zoals mijn chef zei, we het liefst alle sporen van je in deze organisatie willen uitwissen. Opnieuw applaus. Ik vermoed dat ik zelf het hardst van allemaal heb geklapt.
Mijn vrouw is zwanger van een ooievaar waarmee ze vreemd is gegaan. Beiden wonen nu bij elkaar in diergaarde Blijdorp. Bij een bezoek aan de dierentuin zei ze me laatst  dat ze over bijna 22 maanden verwacht te bevallen.
Jaloers als ik ben heb ik de ooievaar ingefluisterd dat ik vermoed dat ze het stiekem met een olifant heeft gedaan.
Nu belde mijn vrouw mij gisteren op omdat de ooievaar haar het nest heeft uitgewerkt. Of ze weer thuis mocht komen wonen. Ik vertelde haar dat alle kamers leeg staan en dat ze welkom is. Gelukkig is mijn vrouw maar dertig centimeter groot, dus zij woont als een prinses in ons grote huis.
Ik bedenk me nu dat ze het nooit met een olifant gedaan kan hebben.  Ik heb haar dus onterecht van ontrouw verdacht. Maar ik ben wel blij dat ze bij die ooievaar weg is. Want echt, ik hou van haar. Bovendien stinkt zij niet uit haar mond zoals mijn vriendin. Nu ja, niet zo erg tenminste.
Ik heb er in ieder geval minder last van nu zij in haar eigen kamer zit en mij niet telkens voor de voeten loopt. Want voor haar mogen de kamers dan wel groot lijken; ik struikelde telkens over haar heen als we samen in een kamer waren. Ik ben weg bij mijn vriendin en woon nu in het schuurtje in de tuin.

Nu pas besef ik hoeveel ik van mijn vrouw hou, ondanks haar gewoonte om het met vreemde vogels te doen. Zij is de enige ware voor mij. Ik weet dat omdat de kleine teen van mijn linkervoet pijn begint te doen. Dat kan wijzen op regen, maar ook op een ontluikende liefde. En op dit moment zou ik niet weten op wie ik anders verliefd zou kunnen zijn dan mijn eigen vrouw.
Ja, op de vrouw van een ander. Dat zou kunnen. Maar wie dan?
Besluit ik mijn openhartige ontboezemingen over mijn privéleven met de opmerking dat ik ook deze keer niet altijd de hele waarheid heb verteld. Maar ik heb met mijn kleine leugentje niemand mee willen kwetsen, ook niet de vriendin waarmee ik heb samengewoond. Zo-even belde zij mij op  om mij te laten weten dat ze niet uit haar mond stinkt. En dat is waar. Ik weet ook niet waarom ik dit zei. Misschien om de lezer af te leiden van het feit dat ze wel uit haar reet stinkt.





dinsdag 25 februari 2014

Afscheid.

Terwijl de computer nu al een half uur gescand wordt op malware en inmiddels bijna 200 infecties heeft gevonden, waarvan er 166 in het systeemregister, maak ik van de gelegenheid gebruik om een stukje te schrijven voor mijn nieuwe blog.
Ho, correctie. Die slimme fabrikant heeft het programma zo ontworpen dat ik wel de infecties kan zien maar, in tegenstelling tot hun informatie, niet kan verwijderen, tenzij ik het programma natuurlijk aanschaf.  Wow, do they think I’m a sucker for a penny?
Nee, dus. Microsoft heeft ook gratis windows hulpprogramma’s die gevonden infecties wel verwijderen. Nu, dan laat ik deze maar het vuile werk opknappen. Bij deze.

Vandaag hebben mijn SLB-leerlingen op een allerhartelijkste manier afscheid van mij genomen omdat dit mijn laatste werkweek is. Vanaf komende maandag heeft Nederland er weer een gepensioneerde bij.
Het afscheid was nogal onverwachts. En het waren leuke cadeautjes die ik van ze kreeg. Een mooie plant, wat lekkers in een grote beker en een kanjer van een afscheidskaart die geluid maakt.
Ook al zit het er niet in dat ze allemaal de eindstreep halen, ik gun het ze het van harte. Sommigen van hen hebben het op dit moment helaas gewoon te moeilijk in hun privésituatie. Misschien dat zij dan op een ander ogenblik kunnen laten zien dat ze het wel kunnen.

Dat brengt me gelijk bij oefening 7, die gaat over het nemen van afscheid.
Neem telkens een ander of een andere situatie in je hoofd en een moment van afscheid. Schrijf de (bijna) laatste woorden op die je tegen die ander zegt. Laat de lezer in het ongewisse wie die ander is en wat de situatie is.

Afscheid van Gnöckel.
Nou, ik geloof wel dat ik alles bij me heb. Eens kijken. Een kaart, een kompas, wat toverbonen in mijn knapzak voor onderweg, condooms en mijn pinpas. Het ga je goed Gnöckel en maak je over mij maar geen zorgen. Kom hier, een laatste knuffel.

Afscheid van Peggy.
Maybe this is the last time we see each other. I’ll miss you nou al. Kisses.

Afscheid van een slechte gewoonte.
Ik ben toch wel heel erg hardleers. Als ik zo door ga dan kom ik vroeg of laat flink in de problemen. Deze keer stop ik er echt mee. Ik meen het.

Afscheid van een slecht mens.
Dat zal wel pijn doen. Ik kan het niet aanzien dat je zo lijdt. Nog iets te zeggen? Het spijt me. Jij zou precies hetzelfde met mij gedaan hebben, alleen wat langzamer. Daar ga je.

Afscheid van de winter.
Rot maar op.

Afscheid van het snoepen.
Nou, vooruit dan maar. Alleen omdat je zo aandringt.

Afscheid van het blowen.
Als ik deze stick op heb wacht ik een paar weken voor ik wat nieuwe bubblegum haal. Nou ja, in ieder geval de rest van de week.

Afscheid van een mooi meisje.
Ik blijf nog even. Goed?

Afscheid van 40 jaar werken in loondienst.
Hè, hè. Dat was dat.


Zelf nog graag even afscheid nemen? Laat het me weten en ik verwerk je bijdrage (eventueel anoniem) in mijn blog.

maandag 24 februari 2014

De ballen.

Soms kom je woorden tegen die je nog nooit eerder hebt gehoord en die je een goed gevoel geven. Ooit wel eens gehoord van Scrotumactivist? Wat een mooi woord, niet? Ik had er nog nooit van gehoord, maar las zo-even dat het betrekking had op een demonstrant in Rusland die zijn scrotum had vastgespijkerd (Waaraan? Een boom? Een schutting? Een andere demonstrant?) om zijn ongenoegen kracht bij te zetten. Als dat geen radicale stap is.
Spreek het eens zachtjes uit. S-c-r-o-t-u-m-a-c-t-i-v-i-s-t. Mooi, hè?
Zou hij hulp hebben gehad bij het vastspijkeren? En bij het losmaken?
Deze oefening gaat, je raadt het al, over het bedenken van nieuwe woorden. In dit geval woorden die betrekking hebben op ‘het scrotum’.

1. Scrotumreclame; reclame verzorgd met letters of afbeeldingen op je scrotum. Alleen zichtbaar voor je intieme vrienden of vriendinnen. Bijvoorbeeld “Waarschuw me als je het liever zonder condoom met me doet”.

2. Scrotumtatoeage; een tatoeage die steeds van vorm verandert. Bijvoorbeeld een getatoeëerd zakje geld, dat groter en kleiner wordt. Een mooi statement van een speculant. Liefhebbers kunnen deze tatoeage natuurlijk door laten lopen via de penis. Kan voor een vrolijk moment zorgen als je seks hebt of even moet sassen.

3. Scrotumgevoel; gewoon jeuk aan je ballen. Niet omdat je last hebt van platjes, maar omdat je je verveelt. Het is het verstandigst om dit gevoel te negeren, want het bijpassende gedrag is nogal ordinair.

4. Scrotuminitiatief; je lul achterna lopen. Komt voor bij mannen die last hebben van het scrotumgevoel. Al zijn ook andere redenen bekend. Ook hier geldt dat je er niet (altijd) aan moet toegeven.

5. Scrotumseizoen. Winter. De tijd dat je scrotum goed en warm opgeborgen is om te voorkomen dat hij ineenschrompelt tot de grootte van een pinda. God, wat hou ik van de winter.

6. Scrotumhoogseizoen. Lente. Het scrotum is uit zijn winterslaap ontwaakt en wil, net als de lammetjes en kalfjes, de wei in. Het voelt zich dartel en zoekt een vriendje of vriendinnetje. Ja, de lente. Ook al zo’n fijn seizoen.

7. Scrotum-allhigh. Zomer. De tijd dat het scrotum neiging heeft tot het tonen van scrotuminitiatief. De wereld is mooi en alles is mogelijk. Wie houdt er niet van de zomer?

8. Scrotumdip. Herfst. Het scrotum bereidt zich voor op rustiger tijden. Wordt ook gebruikt als er sprake is van een ‘afknapper’, namelijk als je partner begint te lachen als hij of zij je scrotum ziet.

9. Scrotumwoede. Als een zaak fout gaat, bijvoorbeeld een breuk in de relatie of een faillissement.  
Alles naar de klote. Ja, de herfst vind ik de minst aangename van alle seizoenen.

10. Scrotumplezier. Het plezier dat twee personen beleven aan het scrotum van de een.

11. Scrotumdubbelplezier. Het plezier dat twee personen beleven aan elkaar's scrotum.

Mocht je er zin in hebben stuur mij je eigen ‘scrotumvariaties’ op en ik zal er gepaste aandacht aan besteden. Op je verzoek doe ik dit anoniem.

Op 20 februari vroeg ik om reacties op de ‘eerste zinnen uit een boek’, o.a. “Er gaan precies 382 knikkers in een wandelschoen maat 43.” Loes (Niet haar echte naam) schreef de volgende synopsis.

Nadat hij uitgegleden was over de honderden knikkers die zijn kleine nichtje in zijn wandelschoenen had gedaan en hij daarbij op zijn hoofd terecht was gekomen, wordt Johan wakker in een groot bos. Naast hem zit een mooie jonge vrouw met een melkwitte huid, lippen zo rood als het rood van een ondergaande zon en haar zo zwart als het schaamhaar van een raaf. Het blijkt sneeuwwitje te zijn.
Nadat zij samen heel veel avonturen hebben beleefd wordt Johan opnieuw wakker, maar deze keer in het bed van zijn buurvrouw die zich over hem ontfermd had, toen zij hem door het raam daar zo bewusteloos in de huiskamer op de grond zag liggen. Gelukkig voor Johan is hij net gescheiden en was hij al een tijdje verkikkerd op de buurvrouw. Die overigens gewoon getrouwd is, maar met een kapitein van de Grote Vaart, die vaak van huis is. Helaas deze keer niet en als Johan opnieuw wakker wordt na een vervelende ontmoeting met de buurman, is het in het ziekenhuis. Daar ontmoet hij Annabelle, een jonge verpleegkundige. Met haar vindt hij opnieuw zijn levensgeluk.


Nu Loes, ik heb misschien een klein beetje aan je synopsis veranderd (er zaten nogal veel taalfouten en kromme zinnen in) maar ik hoop dat ik hier toch de strekking van jouw samenvatting goed heb weergegeven. Bedankt voor je reactie.

zaterdag 22 februari 2014

Verrassend.

Toen ik Paula vertelde wat de verschillende effecten zijn van hasj en wiet en waar mijn voorkeur naar uit gaat, reageerde zij met “Toch leuk om na al die jaren dat ik met een junk leef te horen waarom hij liever high is dan stoned”. Kijk, dit soort verrassende gesprekken zouden wij vaker moeten voeren.
Vandaag gaan we elkaar daarom verrassen met de volgende oefening.
Oefening 6: Schrijf twee korte verrassende dialogen.

Het kleine meisje zit samen met haar moeder aan de keukentafel. Het licht van de ochtendzon valt met de schaduw van een vlinder op het tafelblad. Het kind vouwt er haar handen over heen en zegt:
“Kijk mama, als je de vlinder beet pakt, dan vliegt hij niet weg”.
Moeder ziet de vlinder op het raam zitten. “Waarom denk je dat hij niet weg vliegt?”
“Omdat ik héééél erg voorzichtig ben en hij weet dat ik hem niet stuk wil maken.”
Dan bonst moeder met haar vlakke hand tegen het raam. Geschrokken fladdert de vlinder weg.
“Ik denk toch niet dat hij het wist”, zegt ze tegen haar beteuterd kijkende dochter.

Het meisje achter de kassa geeft me zestien euro terug. Ik wijs haar er op dat dit teveel is.
“Het is vierentwintig euro, ik geef je er vijfentwintig, dus ik krijg één euro terug.”
“U gaf me veertig euro”, zegt ze.
“Weet je dat zeker?”
Ze aarzelt. Zin in kastekort heeft ze niet. En als deze meneer zegt dat ze hem teveel heeft terug betaald…
“Mag ik dan vijf euro van u terug?” vraagt ze. Ik geef haar die vijf euro.
“Als je hiermee genoegen neemt…”, zeg ik. “Weet je, ik heb rekenles gegeven op een Mbo-opleiding, maar ik ben er mee gestopt omdat ik er niet tegen kon dat het rekenniveau bij veel leerlingen zo laag was.” Ze glimlacht en wendt zich tot een andere klant waarvan ze inmiddels begonnen was de boodschappen af te rekenen. “Bonuskaart bij u?”
Ik doe mijn boodschappen in het karretje en sta net op het punt om weg te lopen als de kassamedewerkster zich opnieuw tot mij wendt.
“Volgens mij heb ik u toch teveel geld terug gegeven”.
“Dat klop”, zeg ik. “Hoeveel wil je nog van me terug?”
“Vijfentwintig?”
“Nee, dat is teveel. Weet je het echt niet meer?”
“Twintig?”
“Nee, je krijgt nog een tientje van me.”
“U bent al de vijfde waarmee het fout gaat vandaag”, zegt ze bijna fluisterend.

“Ach, je hebt gewoon je dag niet. Èn je kunt niet rekenen”, zeg ik haar om haar op te monteren.

donderdag 20 februari 2014

“Een eerste indruk is wat je het laatste bij blijft”

Wie was het ook al weer die zei “Als ik een goed boek wil lezen dan schrijf ik het zelf wel.”?
Met de oefening van vandaag worden er in een notendop boeken toegelicht die nooit geschreven zijn en mogelijk nooit geschreven zullen worden.

Oefening 5a: Schrijf 7 openingszinnen van niet bestaande boeken.
Oefening 5b: Schrijf een samenvatting van 3 van deze boeken.

Toen ik vanmorgen wakker werd lag er een dooie vogel naast mijn bed.

Synopsis: Harry, een vrijgezelle man van middelbare leeftijd, heeft de kat van zijn buurvrouw te logeren terwijl zij met vakantie is. Er is in de wijk al enkele maanden een kattenmepper actief en ook de kat wordt ontvoerd.  Harry gaat naar hem op zoek en belandt in een wereld van dierenbeulen en bestialiteiten in de hoogste maatschappelijke kringen. Zijn leven loopt gevaar als Harry ontdekt dat er in een slachthuis op een perverse manier met het vlees wordt geknoeid. Een meesterlijk geschreven thriller.


Ik was van plan geweest om met de auto te gaan, maar die bleek te zijn gestolen.

Synopsis: Gert is een cynische en aan lager wal geraakte Art Director. Hij heeft een belangrijk sollicitatiegesprek bij een reclamebureau in Amsterdam. Hij moet deze baan gewoon hebben. Vanaf het moment dat hij opstaat gaat alles helaas mis. Zijn wagen blijkt te zijn gestolen, hij scheurt zijn colbertje bij een worstelpartij in de trein als hij een conducteur wil ontzetten die door een zwartrijder in bewusteloos geslagen wordt en hij wordt door de spoorwegrecherche meegenomen omdat zij hem voor de dader aanzien. Als het misverstand wordt ontdekt is het al avond.  
Op weg naar huis vergeet Gert het 1e klas treinkaartje af te stempelen dat hij ter compensatie heeft gekregen. De gebeurtenissen hierna lopen volledig uit de hand.


Ze vindt zichzelf een lekker wijf en anderen vinden dit ook..

Synopsis: Alice is een mooie meid en weet dit van zichzelf. Als ze de mysterieuze Rob op een feestje ontmoet blijkt hij minder belangstelling voor haar te hebben dan zij graag had gezien.
Ze weet alleen van hem dat hij afkomstig is uit een eeuwenoud adellijk geslacht.  
Vastbesloten om hem aan haar kring van bewonderaars toe te voegen weet zij via haar vriendin Elizabeth een date te regelen met Rob. Deze blijkt een dodelijk geheim met zich mee te dragen.

Als je je ertoe geroepen voelt, schrijf dan zelf de samenvattingen die behoren bij de boeken die beginnen met de volgende zinnen:

Nadat mijn moeder uit de gevangenis ontsnapt was heeft mijn broer haar weer aangegeven.

Er gaan precies 382 knikkers in een wandelschoen maat 43.

Het eerste schot ging door zijn hoofd terwijl de rest van de schoten hem gemist heeft.

Het liefst was ik bij haar gebleven maar dat vond haar man niet goed.


Stuur ze naar me toe en ik beloof je dat ik ze de volgende keer opneem in mijn blog met vermelding van je naam. Veel schrijfplezier.

woensdag 19 februari 2014

Spareribs

Oefening 4: Herschrijf een klein stukje tekst steeds opnieuw. Stop bij 500 woorden.

1. Zoals iedereen weet is een vegetarische maaltijd niet compleet zonder spareribs.
Helaas bleek het opnieuw teveel te zijn en aangezien “de vrouw” morgenavond met een vriendin van haar uit eten gaat is wat er is overgebleven van het varken voor mij.

2. Heerlijk die spareribs. Het zijn er wel veel. Die krijg ik nooit op. Zeker niet als ik al die groente die er onder ligt ook nog eens moet opeten. En om nou morgenavond als ik alleen thuis ben opnieuw vlees te eten…

3. Kijk eens wat we hier hebben. Kant en klare spareribs van de scharrelslager en biologisch groente en vleesvervangers van Spirit. Je weet wel, het enige biologische en vegetarische restaurant van Rotterdam. Het is zoals altijd weer veel te veel, dus morgenavond hoef ik niet te koken. Dat scheelt.

4. Misschien niet zo’n goed idee om nu ook nog eens spareribs te halen bij de scharrelslager. En zeker niet zo’n groot stuk. Ik weet niet waarin het vlees is gemarineerd, maar niet in de honing en dat vind ik juist zo lekker. Moet ik die groente die er bij ligt ook opeten?  Morgen de restjes…

5. Spareribs van een scharrelvarken. Biologische groenten. Als dit geen gezonde maaltijd is dan weet ik het niet meer. Ik vrees dat ik wat er overblijft morgenavond alleen moet opeten, want Paula is dan niet thuis. Nu ja, ik kan altijd nog een patatje halen.

6. Stom dat ik de verleiding niet kon weerstaan en zo’n groot stuk spareribs heb gekocht bij de scharrelslager. Aan een kwart van dit stuk heb ik al meer dan genoeg. De biologische groente die er bij zit is al drie dagen oud, maar smaakt nog redelijk. Als je tenminste niet te kritisch bent.

7. Wanneer heb ik voor het laatst spareribs gegeten? Afgezien van daarnet dan? Toch al weer een tijdje geleden. Ik snap die vegetariërs niet. De vleesvervangers op mijn bord smaken niet slecht, maar het haalt het niet bij een goed klaargemaakt stukje vlees. Al is het ook deze keer weer veel teveel.

8. Spareribs, lekkere spareribs. En groente, lekkere opgewarmde biologische groente van drie dagen oud. Wat hebben we het toch weer goed. Veel en lekker. Misschien wel iets teveel. En om nu morgenavond als ik alleen thuis ben weer kliekjes te eten…

9. Deze spareribs smaken niet slecht, maar ik heb ze wel eens malser gehad. Je kon ze toen zo van het bot zuigen. Er blijft nog flink wat over voor morgen, maar ik denk dat dit overmorgen ook nog goed te eten is. Dan zal ik het toch in mijn eentje moeten opeten want Paula is twee avonden weg.


10. Die spareribs komen me m’n keel uit. En die biologische groente helemaal. Ik ga eens kijken of er nog een lekker koud biertje in de ijskast staat.

maandag 17 februari 2014

De tandarts.

Voor het moment (en waarschijnlijk voor altijd) nemen we even afscheid van onze lesbo Daan. Ik heb haar te kort gekend om nu al een band met haar te hebben en daarom valt het afscheid gemakkelijk. Tijd voor iets anders.

Oefening 3. Beschrijf in minder dan 406 woorden zo realistisch mogelijk een gebeurtenis die je onlangs hebt meegemaakt en de gedachten die je daar bij had.

Toen ik vanmorgen bij de tandarts lekker comfortabel in de stoel zat voor de halfjaarlijkse controle, bedacht ik dat het beschrijven van de gedachtestroom terwijl je kies wordt gevuld ook een mooie schrijfoefening is. Dus terwijl hij me zei dat mijn tandvlees een heel klein beetje ontstoken was, er wat tandplak verwijderd moest worden en dat hij linksonder een gaatje had gezien dat hij nu wel gelijk even zou vullen, concentreerde ik mij op mijn gedachten. Niets. Helemaal niets. Behalve dat ik niet wist hoe erg het deze keer met mijn tandsteen was en maar hoopte dat het meeviel.
Met een apparaat dat ultrasone trillingen af geeft werd eerst het tandsteen in mijn mond los getrild.
Met een curette pulkte de tandarts hierna voorzichtig tussen mijn tanden het tandsteen en wat achtergebleven voedselresten weg. Ik voelde hoe het haakje soms achter de tanden in mijn onderkaak bleef hangen, maar een onaangenaam gevoel was het niet. Nu was het tijd voor het gaatje in mijn kies.

Terwijl de boor een hoog zoemend geluid maakte vroeg de tandarts mij of ik me wat wilde ontspannen en mijn mond wat verder open wilde doen.
Ik dacht juist dat ik lekker ontspannen was en dat mijn mond wagenwijd open stond, maar bij nader inzien was ik minder ontspannen dan ik gedacht had. Ik opende mijn gebalde vuisten en voelde nu pas hoe de spanning in mijn bovenarmen weg zakte.
Ondertussen ging het boren door en ik bedacht dat als hij zou uitschieten de boor waarschijnlijk door mijn wangen zou gaan. Of zou hij misschien in mijn tong blijven steken. Zou je in je mond in zo’n geval een fatale bloeding kunnen krijgen? Ik bedoel, wat zou ik in zo’n geval moeten doen? Mond dicht houden? Kiezen op elkaar?
De tandarts vertelde me dat hij nu een ringetje om mijn kies deed. Ik herinnerde me dat hij dit bij een eerdere behandeling ook had gedaan. Nu weet ik dat dit nodig is omdat anders de composietvulling aan de andere kiezen kan blijven plakken. Dus het boren zat er al weer op. Dat was snel gegaan.

Nadat de vulling was uitgehard, wat slechts een minuut of zo duurde, verwijderde hij het ringetje weer. Net als bij binnenkomst schudde hij mijn hand toen ik van de stoel was opgestaan en zei me dat ik bij de assistente een nieuwe afspraak kon maken. Gelukkig hoef ik pas op 1 september terug te komen.

zondag 16 februari 2014

Daan komt tot leven

Het bedenken van een karakter is een scheppingsdaad zonder eicellen of zaad. Ineens is er een nieuwe wereldburger bij gekomen.
Het is jammer voor Daan, maar een lang leven is ze niet beschoren. Personages in de virtuele werkelijkheid sterven een vroege dood als je geen of weinig aandacht aan ze besteedt. Daan is er maar even, zodat ik op haar kan oefenen. Ik kan ook niet veel met haar, want zonder eigen gedachten is ze een bloedeloze creatie.
Daarom ga ik in de volgende twee oefeningen proberen om wat leven in haar te pompen.

Oefening 2a: monologue intérieur
Beschrijf  in maximaal 500 woorden wat er door het door jou gecreëerde personage (Daan) heen gaat als zij haar ouders net verteld heeft dat ze lesbisch is..

Moet je hem eens zien. Wat staat-ie zich daar op te winden. Straks krijgt-ie nog een hartverzakking.
Nog steeds dezelfde driftkop die hij altijd is geweest. Hoor hem eens tekeer  gaan. Alsof ik een moord gepleegd heb. Ga toch zitten man. Ma en ik zitten toch ook. Waar maak je je toch zo druk over? Ik heb alleen maar gezegd dat ik niet op mannen val en dat ik een vriendin heb.
Ja, de wereld stort in. Jullie hebben gelijk. Ik ben een lesbo, pa. Een vieze pot. Een minette. Zeg het nog maar eens zodat je zeker weet dat ik je heb gehoord.
Maar ik hou tenminste van iemand, zak. Heb jij ooit van ma gehouden? Ja, die vrouw daar met die betraande ogen en die schuldige blik. Mijn God, wat kijkt ze weer schuldig. Alsof ze er persoonlijk voor heeft gezorgd dat ik op vrouwen viel en nu hiervoor ter verantwoording wordt geroepen.
Wat is ze het weer met hem eens. Niet eens een poging om het voor me op te nemen. Hem overal in gelijk geven. Lekker makkelijk.
Wat zegt-ie nu? Dat het onnatuurlijk is? Dat God dit nooit zo bedoeld heeft? Sinds wanneer komt God hier weer over de vloer? Heb ik iets gemist? Ik dacht dat ze God in de kerk achter hadden gelaten toen ze er twintig jaar geleden voor het laatst naar toe gingen.
Zou het straks gaan regenen? Het ziet er zo bewolkt uit. Goed dat ik met de auto ben. 
Nee pa. Je hebt geen gelijk. Zeggen dat je gelijk hebt is niet hetzelfde als gelijk hebben. Je hebt geen gelijk alleen omdat je een man bent. Misschien ben je wel een homo, pa. Mijn vader, de homo. Lijkt me een leuke titel voor een film.
Van die treurige vrouw kun je toch nooit echt gehouden hebben, pa? Spijt dat je nooit uit de kast bent gekomen? Je bent een gefrustreerde homo, pa. Als je bent uitgeraasd zal ik je het zeggen.
Ga straks maar naar je homovriendjes in de kroeg en laat mij met rust.

Oefening 2b: monologue intérieur
Beschrijf  in maximaal 500 woorden wat er door het door jou gecreëerde personage (Daan) heen gaat net nadat zij met haar ouders gebroken heeft.

Ik haat ze. Ik haat ze allebei. Stom wijf. Waarom doet ze altijd zo moeilijk? Waarom mag ik mijn leven niet leiden zoals ik wil. Ik ben toch geen kind meer. Waarom ik niet gewoon een leuke jongen zoek? Hallo ma, wordt eens wakker. We leven in de eenentwintigste eeuw.
Net of zij zo gelukkig is met pa. Mannen.  Ze had zich best wat meer solidair met mij mogen tonen toen pa zo lullig begon te praten over Annelies. Hij kent haar niet eens.
Misschien had ik niet zo heftig moeten reageren. Maar die man ziet me niet staan. Heeft me nooit zien staan. Nooit geaccepteerd. En nu moet-ie mij er ineens aan herinneren dat ik zijn dochter ben.
En zijn dochter is een doodnormale vrouw die van mannen houdt en niet van andere vrouwen.
Want wat weet ik van mannen? Niets toch. Hij zou eens moeten weten. Behandelt me als een schoolmeisje. Opeens ben ik zijn kleine kindje dat door hem beschermd moet worden. De lul.
Je bent een klootzak pa. Een male chauvinist pig. Ik ben je kleintje al lang niet meer.  Neem maar een hond als je de baas wilt spelen. Je dochter is zelf baas. Die heeft jouw goeie adviezen en bemoeizucht niet nodig.
En ma maar knikken en met haar hoofd schudden als hij wat zegt. Precies op de maat en in zijn straatje. Tjonge Jonge, wat zijn we het weer met elkaar eens. En wat is die Daan toch een zielenpiet.  Hoe haalt ze het in haar hoofd om op een vrouw te vallen?
Jij had beter niet op pa kunnen vallen, ma. Dan was ik er ook niet geweest. Tenminste niet met jullie als kleinzielige ouders.
Ze denken vast dat de bui wel weer zal overwaaien. Nou, deze keer niet. Mooi niet.

Dat ik het niet meende toen ik zei dat ik voor Annelies koos en niet voor hen. Nou ma, pa, dat meende ik wel. Zoek het maar uit. 
Ik hoef ze sowieso nooit meer te zien. Laat ze maar denken dat het goed komt. Misschien zou ik mijn huis moeten opzeggen en bij Annelies moeten intrekken. De huur betaal ik toch al. Het maakt nu toch niet meer uit. Ik heb er genoeg van om te doen alsof. Misschien is het ook beter voor Timo als ik bij Annelies ga wonen. En de woning is groot zat.

zaterdag 15 februari 2014

Het begin.

Aan mijn voeten ligt een wijds landschap. Het is de wereld van de taal. De komende tijd ga ik het gebied opnieuw verkennen. Mensen in mijn omgeving hebben mij er voor gewaarschuwd dat ik voorzichtig moet zijn. Ik zou niet de eerste zijn die er overvallen wordt door een schrijversblok.
Op zoek naar woorden en zinnen om de verhalen die ik wil vertellen inhoud te geven, moet ik bereid zijn om op mijn schreden terug te keren als ik een verkeerde afslag heb genomen, werd mij verteld.
Dat is de enige manier om te voorkomen dat ik er verdwaal.
“Neem de tijd. Het is geen aangenomen werk”, zei een ander. Nou, straks tijd zat.
Het  duidelijkste advies kreeg ik van iemand die zelf een blog had bijgehouden. “Stop er mee en ga iets nuttigs doen. Er wordt al zo veel geschreven. Niemand heeft meer tijd om te lezen. En wat jij te zeggen hebt is al duizend keer beter verteld door anderen.” Waarvan akte.
Helemaal onbekend met het landschap ben ik gelukkig niet, getuige mijn aangeboren taalgevoel.
 “Als ik groot ben word ik docent bij het Zadkine” waren de eerste woordjes die ik tot mijn verbaasde ouders sprak. Daarna pas volgde het obligate “Mama” en “Papa” waarmee ik enige ontroering maar ook irritatie opriep omdat ik mijn vader “Mama” en mijn moeder “Papa” noemde. Een frons in het voorhoofd van mijn vader zorgde er voor dat ik mij onmiddellijk herstelde.
“Lieve ouders. Ik ben zo blij dat ik geboren ben. Pa, bedankt voor het concipiëren van mama. Dat moet een heel karwei zijn geweest daar in die warme tropennacht. En bedankt ma, dat u mij toen niet heeft geaborteerd maar, zoals het een keurig meisje betaamde in die tijd, hierna met pa getrouwd bent.” Mijn beide ouders waren aangenaam verrast door de dankbaarheid die ik hen toonde. Helaas voor hen is het van mijn kant hierbij gebleven tijdens de slechts enkele jaren dat zij mij samen verzorgden.
                                                                                                                                                          
Ja, ik heb iets met taal. Maar wie niet. Er schijnen honderdduizenden een dagboek bij te houden, vele tienduizenden verdienen hun brood op de een of andere manier met taal en een veelvoud van hen worstelt er dagelijks mee als zij weer eens moeite hebben om uit hun woorden te komen.
Noodgedwongen beperken zij zich dan tot het uitstoten van wat betekenisloze klanken, zodat anderen zelf kunnen bepalen wat er is gezegd. Dat dit dan tot miscommunicatie leidt lijken zij op de koop toe te nemen.
Docenten Nederlands bijten hun tanden stuk op deze ongeletterden in de hoop hen tenminste de basis bij te brengen. Kijk ik om mij heen, dan word ik niet blij van de resultaten die ik zie.

Zoals ik al vele maanden geleden heb aangegeven wil ik beter leren schrijven. Deze stoeipartij met woorden en zinnen, die soms de proporties van een worsteling aan kan nemen, wil ik delen met mijn lezertjes. Het is aan hen om te bepalen of ik na enige tijd vooruitgang heb geboekt en of ik met mijn oefeningen op de juiste weg zit.  Commentaar en suggesties zijn niet van harte welkom, maar ik zal er wel aandacht aan besteden en ze hierna naast me neerleggen.
Op dit moment heb ik nog geen duidelijk beeld wat ik precies wil, waar het naar toe gaat en of het sowieso geen hopeloze onderneming wordt. Enige samenhang in wat ik schrijf mag de lezer zelf aanbrengen, want voorlopig ben ik daartoe nog niet in staat.

Oefening 1.
Creëer een karakter dat heel ver van je bed staat. Beschrijf hem of haar in maximaal 500 woorden.

Als kind was ze al een tobber. Voor haar was het glas nooit half vol maar half leeg. Daarnaast was ze erg onzeker omdat ze licht loenste en rossig haar had.
Toen haar bedilzieke moeder tegen alle verwachtingen in de laatste keer geen miskraam had gekregen, maar zij uiteindelijk geboren werd, hadden ze haar Daan genoemd. Een naam die ook door sommige jongens wordt gedragen.
Haar ouders hebben nooit geweten hoe ongelukkig zij was. Van de andere kant heeft zij het nooit geweten van hen.
Na aanvankelijk teleurgesteld te zijn geweest in haar geboorte, zagen zij na verloop van tijd in haar de zoon die ze zich zo vurig hadden gewenst, maar die er nooit was gekomen.
Poppen waren taboe evenals een poppenwagen en een poppenhuis. Door haar op te voeden als een jongen hoopten ze van haar een zelfstandige en onafhankelijke vrouw te maken.
Met haar vijfendertig jaar stond zij nu aan het hoofd van een grote liefdadigheidsorganisatie, dus het leek er op dat haar ouders in hun opzet waren geslaagd. Alleen vonden zij het jammer dat hun dochter maar geen plannen maakte om een partner te zoeken en een gezin te stichten.
Haar moeder bracht het onderwerp wel eens ter sprake, maar als enige reactie van Daan kreeg ze te horen dat een gezin niet samen ging met haar functie.

Daan was een moeilijk te doorgronden, melancholische vrouw. Zij wist dat zij niet aan daadkracht  haar functie te danken had, maar omdat ze geen ‘Nee’ kon zeggen en erg  onzeker was.
Tegen haar wil maar zonder tegen te stribbelen was zij, in de vele jaren dat zij er werkte, door menig chef, die haar onzekerheid en weifelen als een uitnodiging aan hem zag om zijn mannelijkheid te bewijzen, genomen en tegen haar verwachtingen in had zij in korte tijd de top bereikt.
Door velen werd zij daarom ten onrechte gezien als een typische carrièrevrouw.
Bart, de directeur die zij was opgevolgd, wist niets van het kind dat hij bij haar had verwekt.
En hij mocht het ook niet weten. Net als haar ouders.
Haar zwangerschap en bevalling had zij gemakkelijk geheim kunnen houden voor iedereen, want zij zat voor haar werk soms maanden achtereen in het buitenland.
Timo was nu bijna twee jaar en werd opgevoed door haar vriendin Annelies, die door haar onderhouden werd.
Ondanks dat zij heel blij was met hun al jaren durende relatie had Daan haar eigen woning aangehouden en de spaarzame keren dat haar ouders bij haar op bezoek waren hadden deze geen flauw idee dat zij een kleinzoon hadden, die slechts twee straten verder woonde.

Tot zover Daan die, dat kan ik wel verklappen, haar ouders op de hoogte heeft gesteld van haar relatie met Annelies en die, na het commentaar dat zij van hen kreeg, met hen gebroken heeft. Over Timo heeft ze hen niets gezegd.


Zoals ik al eerder aangaf sta ik niet open voor suggesties en commentaar, maar mocht je menen dit karakter met enkele woorden of zinnen meer vlees op het bot te kunnen geven laat me dit dan weten. En wat oefening 2 wordt? Geen idee.