zondag 20 december 2015

Tina

“Die blijven maanden goed”, zei de man tegen z'n vrouw. Hij had net een pond luxe noten besteld en omdat hij haar bedenkelijk naar de grote zak zag kijken, ze waren immers maar met z'n tweeën, wilde hij haar gerust stellen.
De verkoopster viel hem bij. “Ja, deze smaken zeker goed.” Haar beide collega's schoten in de lach.
Nog nahikkend van het lachen zei één van hen “Ze smaken zeker goed, maar maanden?”
De verkoopster begreep dat ze het verkeerd had verstaan en verschoot van kleur. “Wat zei u dan?”, vroeg ze. “Dat ze maanden goed blijven.”
“Oh, nee. Hooguit twee of drie weken. Maar dan moet u ze wel in een afgesloten trommeltje bewaren.”
“Drie weken? Die gaan wel op. Niet dan, Els?”
Hij doet net alsof hij nog steeds z'n baan heeft, dacht ze. Alsof ze niet bijna duizend euro hadden ingeleverd.
“Misschien moeten we toch maar een half pond nemen”, sprak ze aarzelend. Je kon zien dat ze niet gewend was om voor haar eigen mening uit te komen.
“Welnee. Het is maar één keer kerstmis. Doet u maar een pondje. En hoeveel kosten die chocolaatjes? Dat zijn toch sinaasappelsnippers?”
“Drie euro per ons. Hoeveel wilt u er hebben?”
Drie euro per ons. Je zag hem denken “Tjee, dat is wel erg veel”.
“Twee ons is voldoende”. Hij wendde zich tot Els. “Lekker voor bij de koffie als Tina langs komt.” Els zweeg. Haar dochter had ze al drie jaar niet meer gezien. Zij en Bart hadden daar best moeite mee, want Tina had sinds enkele maanden een zoontje. Dat had ze op Facebook gezien.
Waarom moest hij het nu ineens over Tina hebben?
Toen die destijds zei dat haar nieuwe vriend vijf jaar eerder als vluchteling in Nederland was gekomen hadden ze alleen maar gezegd, dat ze voorzichtig moest zijn.
“De mannen uit zo'n andere cultuur zien vrouwen toch anders”, had ze gezegd. En Bart had er aan toegevoegd “Ja, als tweederangs burgers.”
Tina, die al enkele jaren op zichzelf woonde maar nog regelmatig een hapje mee kwam eten,was woest geworden.
“Als hij niet goed genoeg voor jullie is, dan ik ook niet”, had ze met overslaande stem geroepen toen ze compleet overstuur de deur was uit gelopen. Het was begin december en ze hadden nog gedacht dat de bui wel over zou waaien. Maar ze liet niets meer van zich horen en als Els belde werd er niet opgenomen. Tina woonde helemaal in de buurt van Maastricht en Els haar gezondheid liet het niet toe dat zo ver reisde. En Bart had geen zin om haar te brengen. “Zij is weg gegaan, niet wij”, zei hij alleen maar.
Al die jaren hadden ze niets meer van haar gehoord. Toen ze weer uit de winkel waren vroeg Els aan Bart waarom hij het nu ineens over Tina had gehad.
“Ik heb zo'n vermoeden dat ze langs komt met kerst. Kerst is de tijd om het weer goed met je ouders te maken als je ruzie met ze hebt. Bovendien heeft ze die kleine.
Ze kan toch niet boos blijven? En je hebt toch ook gelezen dat het uit is met die gozer?”
Els zweeg. Ze wist dat Tina net zo koppig was als haar Bart. Als hij dacht dat ze nu ineens langs zou komen omdat ze weer alleen was, dan had hij het mooi mis.

“Het zou fijn zijn als ze kwam”, sprak ze tenslotte. “En anders eet ik die sinaasappelsnippers helemaal in m'n eentje op.” Ze gaf hem een arm en samen liepen ze door de invallende duisternis terug naar huis.

Geen opmerkingen:

Een reactie posten