Het is al weer een week geleden dat ik op een zonnige middag
mijn kleine tentje in Drenthe opzette tussen de bomen op het terrein waar het
pinksterweekend van Buitenkunst werd georganiseerd. Achteraf bleek de plek waar
ik dat had gedaan goed uitgekozen. Terwijl ze elders nagenoeg bijna overal tegen
elkaar stonden met hun tent, had ik voldoende ruimte om mij heen. Van de drukte
heb ik daarom nauwelijks enige last gehad. En er waren toch zo’n achthonderd mensen.
Er was weer een ruim en gevarieerd programma aanbod en
overal kwam ik bekende gezichten tegen, zowel bij de deelnemers als bij de docenten
die de workshops begeleidden.
Nog steeds ken ik veel namen niet, want net als in een kroeg
kun je soms een hele avond met iemand een goed gesprek voeren zonder dat er
namen worden uitgewisseld. Maar een bekend gezicht zien en zo af en toe een
kort praatje met elkaar vind ik altijd leuk. Namen en andere persoonlijke gegevens
zijn dan soms overbodig.
Mijn alcoholconsumptie heb ik beperkt gehouden. Een klein
flesje wijn, twee blikjes bier en twee glazen whisky over drie avonden en
nachten is niet veel. En geblowd heb ik
al helemaal niet.
Dat is me goed bevallen, want door de kou ’s nachts sliep ik
slecht en als je lijf dan ook nog vol lichaamsvreemde pretstofjes zit en je al
boven de zestig bent zie je er ’s morgens helemaal erg verloederd uit. Laat ik
maar zeggen dat het nu wel mee viel, al weet ik natuurlijk wel beter.
Alles was weer als vanouds geweldig. De mensen, de programma’s,
de presentaties, het vuur en de sfeer. Na ruim dertig jaar Buitenkunst ben ik
natuurlijk niet geheel onbevooroordeeld en bovendien zal er ook wel sprake zijn
van enige cognitieve dissonantie. Want wat is er nu zo fantastisch aan als je
op de vierde rij bij het vuur staat te koukleumen en je pas om half twee
voldoende dicht bij het vuur kunt gaan zitten om het een beetje warm te
krijgen? En is het nu echt zo ontzettend leuk om ruim twee uur met een vriendelijke
nerd over allerlei onderwerpen een diepzinnig gesprek te voeren, terwijl je dat
gesprek liever zou hebben gehad met een aantrekkelijke vrouw? Wat overigens ook
is gebeurd.
Bij Buitenkunst heb ik al zo vaak van die kleine, intens
mooie momenten beleefd dat mijn mindset inmiddels al helemaal gericht is op het
ontvangen van deze oh zo persoonlijke cadeautjes. Waarbij ik, hoe drakerig het
ook mag klinken, soms overvloei van dankbaarheid. Als ik dan een brok krijg in
mijn keel van ontroering of de traantjes over mijn wangen lopen zal een nuchter
mens waarschijnlijk zeggen dat ik mogelijk wat gestrest of oververmoeid moet
zijn geweest. Hoe anders zijn die gevoelens immers te verklaren? Het weke
gevoel dat ik kreeg toen een groep volwassenen voor een groepje kleuters in hun midden een slaapliedje zong, de zon
tussen de bomen toen we met bijna zestig man zaten te trommelen tussen de
bomen, de emoties die door mij heen gingen toen ik de werkelijk fabelachtige
presentatie zag van Loes, toen zij in haar eentje zonder tekst en alleen met
haar mimiek een publiek van honderden mensen wist te boeien bij de
afscheidspresentatie. En zo kan ik nog wel even door gaan.
Ja, misschien ben ik een dweil. Ik ga dat niet tegen
spreken. Maar na dit weekend zie ik nog meer uit naar de drie weken die ik in
augustus hier opnieuw zal zijn. Op deze wonderlijke plek waar ik al zoveel
prachtige momenten heb beleefd. En waar ik menig mens heb horen
zeggen dat zij het gevoel hadden hier thuis gekomen te zijn.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten