donderdag 21 mei 2015

De krantenverkoper.

De verkoper van de straatkrant, een forse man van middelbare leeftijd met een donker Oost-Europees uiterlijk, zat op zijn klapstoel naast de supermarkt verveeld voor zich uit te staren. Nu ja, hij had een exemplaar van de straatkrant op zijn schoot, maar eigenlijk verkocht hij het gratis Metrokrantje waarvan hij een stapel onder zijn stoel had liggen. Voor het verkopen van de straatkrant had hij immers geen vergunning.
Op sommige dagen waren er genoeg mensen die uit medelijden een gratis krantje bij hem voor een of twee euro kochten.
Maar vandaag had hij z’n dag niet. In twee uur was er maar één persoon geweest die hem wat geld hadden toegestopt.

Een klein, fragiel oud vrouwtje hield voor hem halt met haar boodschappenkarretje.
 “U zit hier bijna elke dag,” sprak ze. “Dat moet erg vermoeiend voor u zijn op zo’n ongemakkelijke stoel. Krijgt u geen last van uw rug?” De man keek haar vragend aan. Hij verstond slechts enkele woorden, want hij was nog niet zo lang in Nederland. “Krantje?” Hij wuifde met een brede lach op zijn gezicht naar haar met de straatkrant.
“Ik hou het zelf nog geen tien minuten uit op zo’n stoeltje”, ging de vrouw onverstoorbaar verder. “Last van mijn heup, weet u. Ik ben er vorig jaar aan geopereerd nadat ik gevallen was, maar het is nooit meer goed gekomen. Echt een kwaal van oude mensen, zo’n gebroken heup. Mijn buurman is bijna tachtig en die heeft drie jaar geleden zijn heup gebroken. Ik heb hem toen nog in het ziekenhuis bezocht. Bij mij is hij ook langs geweest. Het is nog een kranige man, hoor. Hij loopt wel met een stok, maar beter dan ik.” De vrouw was met haar boodschappenkarretje zo gaan staan dat er niemand tussen haar en de krantenverkoper door kon. De man zag dat een voorbijganger een krantje wilde kopen, maar dat hij besloot om door te lopen toen er mensen zachtjes tegen hem aan duwden omdat ze er bijna niet langs konden.
“Weet u, sinds zijn vrouw is overleden komt de buurman elke woensdag bij mij een kopje koffie drinken. Vindt u dat niet aardig? Hij is nog zo bij z’n positieven. Gaat elke dag met z’n hondje een half uurtje wandelen in het parkje. U weet misschien wel, daar achter bij de kerk.”
De krantenverkoper grijnsde haar toe met iets van wanhoop in zijn blik. Waar had deze oude vrouw het toch allemaal over? Waarom liep ze niet gewoon door. Vanuit zijn ooghoeken zag hij een bekende klant aan komen lopen. Deze stopte altijd om hem wat geld toe te stoppen. Maar ook zij liep nu door met een meewarige uitdrukking op haar gezicht, die hij interpreteerde als “Ik zie dat je nu even bezig bent. Een ander keertje maar weer”.
Het oude vrouwtje hield niet op met praten en omdat hij totaal geen idee had wat ze allemaal zei probeerde hij het nog eens en zwaaide hij opnieuw met zijn ene straatkrantje.
“Ach, ik hou u helemaal van uw werk. Neemt u mij niet kwalijk. Geeft u mij maar zo’n Metrokrantje.” Ze wees hem op de stapel kranten onder zijn stoel. Grijnzend pakte hij de bovenste en reikte hem haar aan. “Dat is erg aardig van u. Zo’n gratis krantje is altijd nog heel leuk om te lezen, vindt u ook niet? Gooit u hem maar in het wagentje. En lief dat u zo goed naar mij geluisterd hebt. Ik ga nog even naar de bakker om wat koekjes te kopen. Die zijn lekkerder dan die uit de supermarkt. Nu moet ik echt naar huis, want de buurman komt zo. Nou, bedankt hoor. Dag meneer.”

En terwijl de krantenverkoper haar verbouwereerd nakeek liep ze schuifelend met haar wagentje verder het winkelcentrum in. 

Geen opmerkingen:

Een reactie posten