De trein rijdt. Hij rijdt al jaren en telkens als hij stopt
vraag ik me af of ook ik uit moet stappen. “U kunt nog even blijven zitten”,
spreekt de conductrice me dan bemoedigend toe en schenkt mij een schitterende
glimlach, waarbij ze me al haar parelwitte tanden toont. Ze is altijd bij me in
de buurt als we weer een station naderen, alsof ze weet heeft van mijn dilemma.
“Zou ze er alleen voor mij zijn?”, vraag ik me soms af tegen beter weten in.
Stil zitten kan ik niet en daarom loop ik vaak door het
treinstel heen en weer. Vreemd genoeg zijn er nog steeds coupés waar ik niet
eerder ben geweest. Natuurlijk zie ik vaak bekende gezichten, maar het aantal
onbekenden is duidelijk in de meerderheid. Ik weet nog steeds niet waar de reis
eigenlijk naar toe gaat. Vaak staar ik peinzend uit het raam en zie dan niet
dat het landschap aan mij voorbij gaat. Want in feite is mijn blik meestal naar
binnen gekeerd al lijkt het net alsof ik mij interesseer voor de wereld buiten mij.
Opmerkingen van medereizigers over hoe mooi het is en kreetjes van verrukking
gaan bij mij het ene oor in en het andere uit. Een aanbod om mee te genieten
van een versnapering als dropje of zuurtje wijs ik vriendelijk maar beslist van
de hand. Dat schept alleen maar de verwachting dat men hierna het recht heeft
om tegen mij aan te praten over ditjes en datjes en daarvan heb ik er zelf al
genoeg. Soms is men beledigd en gaat dan ergens anders zitten. Dat komt dan
mooi uit, want ik voel mij toch al zo snel door anderen bespied als zij
tegenover mij zitten.
De meeste van mijn metgezellen zeggen mij niets. Ze zien er
saai uit, al weet ik dat dit komt omdat
ik hen zo wil zien. Eigenlijk had ik mij net zo goed in een container kunnen
laten vervoeren. In een doos of vat. Ik had mij dan volledig naar binnen kunnen
richten. Net als voor mijn geboorte. De buitenwereld leidt maar af.
Vandaag is ze even naast me komen zitten. Ze is ernstig deze
keer, hoewel ze ook nu niet zuinig is met glimlachen. “We moeten binnenkort
afscheid van elkaar nemen”, zegt ze. Ze houdt mijn hand vast en verbaasd laat
ik dit toe. “Ik weet, dat je vol met vragen zit. Maar dit geldt voor alle
reizigers. Helaas kan ik ze niet voor je beantwoorden. Niemand kan dat. In
feite valt er niets op te lossen. Want er is geen probleem. Miljoenen
kilometers heb je afgelegd en je bent nergens gekomen. Stapels boeken heb je
gelezen in al die tijd en nog weet je niks. Je had vrienden kunnen maken, maar
elke toenadering heb je geweigerd omdat je zo met jezelf bezig was. En nu is
het bijna tijd.”
Ik kijk haar aan en zie voor het eerst hoe mooi ze is. Niet
alleen haar tanden schitteren, ook twinkelt het in haar ogen en haar stem is
warm, zacht en vastberaden. Ik besef dat ze altijd op me heeft gepast. En nooit
heeft ze daar iets terug voor gevraagd. Ik weet niet wie ze is. Ik weet niet
waarheen ik ga en of mijn reis ten einde is als ik straks uitstap. Ik weet wel,
dat zij hier achter blijft. In deze eeuwig rijdende trein zonder bestemming.
Ik kijk naar buiten. De lucht is blauw en kleine witte
wolkjes zweven op grote hoogte voorbij. Ik zie bossen en rivieren. Uitgestrekte
landschappen en lawaaierige steden met schreeuwerige huizenblokken. Bergen die
groeien en weer krimpen. Een zon met gouden stralenkransen omringd. Voor het
eerst wil ik hier blijven. Het maakt me niet uit dat we nergens heen gaan. Ook
niet, dat de reis al zo veel jaren duurt. Nu ik straks uit moet stappen wil ik
nog wat langer blijven zitten. Van het voorbijtrekkende landschap genieten.
Vrienden maken. Gezellig praten over ditjes en datjes.
Alsof ze mijn gedachten lezen kan zegt ze opeens “Ik heb het
niet gehad over uitstappen. We zijn het laatste station voor iedereen al lang
voorbij.” Ik kijk haar niet begrijpend aan. Voor ik haar kan vragen wat ze
bedoelt begint het rijtuig te schudden en trillen. Ik zie hoe het plafond
schuin weg glijdt en de wanden overhellen. Nog steeds heb ik haar hand vast. Nu
ik weet dat de reis ten einde is wil ik haar niet meer los laten. En ze
glimlacht nog steeds haar betoverende glimlach naar mij als het voor mij donker
wordt.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten